Handelingen 1

Handelingen 1 : 1   inleiding

schrijver

Het boek Handelingen is geschreven aan ene Theófilus, van wie we niet veel meer weten dan dat hij "hoogedel" was. 1) Deze onbekende persoon heeft weliswaar een Griekse naam, maar dat hoeft nog niet te betekenen dat het om een Griek gaat.
De schrijver wordt niet met name genoemd. Toch zijn er enkele aanwijzingen om te mogen denken dat het om Lukas gaat:

  1. het evangelie van Lukas wordt ook aan Theófilus gericht. 1)
  2. de schrijver van Handelingen verwijst naar zijn "eerste boek" over "alles wat Jezus is begonnen zowel te doen als te leren". 2)
    Handelingen is kennelijk zijn tweede boek.
  3. vanaf Handelingen 16 3) schrijft hij over "wij".
    De schrijver bevindt zich in het reisgezelschap van Paulus.
  4. Lukas is als enige bij Paulus gebleven tot het einde toe. 4)

Lukas is arts 5)  en dat zal hem ongetwijfeld tot een geliefde reisgenoot voor Paulus gemaakt hebben. Hij is geen Jood, want hij staat niet in het lijstje van broeders "uit de besnijdenis" 6), die de groeten doen aan de gemeente in Kolosse. Hij wordt apart vermeld. 5)  Daaruit blijkt dat hij van heidense oorsprong is, maar het is onbekend hoe hij christen is geworden.

doel

1) ontstaan van het christendom

Lukas heeft dus twee boeken geschreven.
Het eerste boek, zijn evangelie, beschrijft "wat Jezus begonnen is". 2)
Het tweede boek, Handelingen, wordt ook wel genoemd 'Handelingen der Apostelen'. Toch zijn er verhoudingsgewijs maar weinig apostelen van wie de handelingen worden beschreven. Het zijn hoofdzakelijk Petrus en Paulus.
Er is wel een Ander van Wie de handelingen van het begin tot het eind nadrukkelijk zichtbaar zijn, en dat is de Heilige Geest.
'Handelingen van de Heilige Geest' is wellicht een betere titel voor dit prachtige boek. Beide boeken van Lukas vormen samen een tweeluik over het ontstaan van het christendom.

2) verdediging van het christendom

Aan het eind van Handelingen vertelt Paulus in zijn woning in Rome aan de samengekomen Joden dat het christendom overal wordt tegengesproken. 7) Als Theófilus al lezend op dat punt aankomt heeft hij inderdaad kunnen vaststellen dat het christendom zich van Jeruzalem naar Rome heeft verbreid, maar hij merkt ook dat die verbreiding de nodige weerstand heeft ondervonden. Maar wát het christelijk geloof ook tegenkomt, altijd blijkt het beter te zijn:

  • christendom vs jodendom
    Vanuit het Jodendom komt veel vijandschap, zowel in Jeruzalem 8) als erbuiten. 9)  Steeds benadrukken de apostelen echter dat Christus de vervulling is van de wet en de profetieën. 10)  Hij is de beloofde Messias.
  • christendom vs overheid
    De Romeinse overheid is wantrouwend 11), maar zij moet steeds concluderen dat christenen onderdanig zijn aan de wetten en de rechtspraak erkennen. 12)  De apostelen zijn slechts één keer ongehoorzaam 13), namelijk op het moment dat de Joodse overheid hen verbiedt om ooit nog een keer "te spreken of te leren in de naam van Jezus".
  • christendom vs heidendom
    In Lystra worden Paulus en Barnabas aanvankelijk vergeleken met Hermes en Zeus, en de menigte wil hen als goden vereren. Door toedoen van de Joden slaat de stemming om en wordt Paulus gestenigd. Hij staat echter op en gaat de stad binnen. 14)

Lukas beschrijft de apostelen stuk voor stuk als vrome Joodse mannen. Het is dan ook opmerkelijk dat de weerstand in het algemeen komt van Joodse leiders, zowel in Jeruzalem als erbuiten. De Romeinse overheid heeft in het algemeen wel waardering voor de apostelen.
Daarnaast schroomt Lukas niet om ook interne conflicten te vermelden, zowel de opgeloste 15)  als de onopgeloste zaken. 16)

Veel van de externe en interne conflicten komen vandaag nog steeds voor onder christenen.
De opkomst van de islam en de stroom van vluchtelingen zullen Europa veranderen. Maar is dat een reden om bang te worden? Moeten we alleen maar hopen dat ons niets ergs overkomt?
Die houding hebben de apostelen tijdens hun omwandeling met de Heer Jezus 17), maar in dit boek Handelingen is er niets meer van te merken.
De apostelen trekken vanuit Jeruzalem een heidense wereld binnen. 18)

indeling van het boek

Het boek Handelingen is te verdelen in 3 periodes:

  1. Handelingen 1 - 7
    De apostelen beginnen in Jeruzalem. 19)  Hier ontstaat de eerste gemeente. Zij ondervinden onmiddellijk grote vijandschap omdat veel mensen tot geloof komen. De apostelen moeten verschijnen voor hetzelfde Sanhedrin dat hun Heer enkele dagen eerder had veroordeeld.
    De periode duurt 2 jaar.
    Het gaat daarin vooral om de dienst van de apostel Petrus.
  2. Handelingen 8 - 12
    De steniging van Stéfanus is het begin van een hevige vervolging van de gemeente in Jeruzalem, waardoor allen worden verstrooid naar Judéa en Samaria. Maar daardoor verspreidt het Woord van God zich alleen maar, want zij verkondigen het woord vrijmoedig. 20)  Velen komen tot geloof.
    Filippus, één van de zeven 21), gaat naar Samaria 22) en verkondigt even later de Heer Jezus aan de kamerling uit Ethiopië. 23)
    Saulus, de grote vervolger, komt tot bekering 24)  en Petrus brengt het evangelie naar de Romeinse hoofdman Cornelius in Caesarea. 25)
    Het centrum van de activiteiten verhuist van Jeruzalem naar Antiochië. 26)
    Deze periode duurt 13 jaar.
    Het gaat nu vooral om de dienst van Petrus en Filippus.
  3. Handelingen 13 - 28
    Deze periode duurt 14 jaar.
    Het gaat over de dienst van de apostel Paulus, over hoe zijn zendingsreizen verlopen en over hoe hij uiteindelijk twee jaar gevangen zit in Rome.
    Lukas schrijft niets over de christenvervolgingen onder keizer Nero in het jaar 64. Dat zou een aanwijzing kunnen zijn dat Paulus in de jaren 62 en 63 gevangen heeft gezeten.
    Het is dan wel treffend dat hij in Rome, dus in het hart van het grote Romeinse rijk en kort vóór de vervolgingen, in vrijheid heeft kunnen spreken over de Heer Jezus. 27)
    Daarmee eindigt dit prachtige boek.

Handelingen 1 : 3 - 5   de Heer onderwijst gedurende 40 dagen

Het laatste dat de wereld van de Heer Jezus zag was Zijn sterven aan het kruis en Zijn begrafenis. Zij zullen Hem pas weer zien als Hij terugkomt in grote majesteit. 28)
Met de apostelen ligt dat heel anders!
Na Zijn opstanding vertoont de Heer Jezus Zich levend aan hen met veel duidelijke bewijzen. 29)  Zij hebben dus vastgesteld dat Hij is opgestaan. Dat maakt hen tot getuigen 18), dus tot mensen die bij Hem waren en kunnen getuigen van Zijn leven en Zijn dood, en nu ook van Zijn opstanding. Met dat getuigenis stuurt de Heer Jezus hen de wereld in, te beginnen bij Jeruzalem. 30)
Hun opdracht is dus duidelijk en deze boodschap hebben zij steeds onverkort gebracht. 31)

Toch zijn de apostelen op dit moment nog niet klaar voor hun taak.
De Heer Jezus neemt 40 dagen lang te tijd om twee belangrijke thema's met hen door te nemen voordat zij aan hun taak kunnen beginnen.
Dat is heel bijzonder! Bovendien doet Hij dat niet voor het eerst. Beide thema's had Hij al eens een paar keer uitgelegd.
Waarom dan nog een keer? En 40 dagen lang?

Dat komt omdat er met de discipelen iets belangrijks gebeurd is, waardoor zij nu wél kunnen begrijpen wat zij eerder niet konden begrijpen. 32)
Na Zijn opstanding heeft de Heer driemaal iets geopend: allereerst hun ogen 33), vervolgens de Schriften 34)  en tenslotte hun verstand. 35)
Wat een verandering!
Elk kind van God kent dat uit ervaring. Ineens, na je bekering, gaat het Woord van God voor je leven en kun je Gods gedachten begrijpen.

De twee thema's die de Heer gedurende 40 dagen met Zijn apostelen bespreekt (en die zij nu wél beter kunnen begrijpen) zijn:


1) de belofte van de Vader

De Heer Jezus had al eens met Zijn discipelen gesproken over "de belofte van de Vader". 36) Hij beloofde hen dat de Vader de Trooster, de Heilige Geest, zal zenden "in Mijn Naam". 37)
De belofte van de Vader is dus de Heilige Geest. Hij zal komen zodra de Heer Jezus bij Zijn Vader in de hemel is.
Zijn komst is een grote zegen, omdat de Heilige Geest "met hen zal zijn" 38), "hen alles zal leren en in herinnering brengen, alles wat Ik u geleerd heb" 39), "van Mij zal getuigen" 40)  en "u in de hele waarheid zal leiden". 41)

Nu voegt de Heer Jezus er nog een zegen aan toe: "u zult met de Heilige Geest gedoopt worden". 42)
Wat is de bedoeling van die doop?
In het boek Handelingen zullen we meer gebeurtenissen tegenkomen, die pas later in de brieven verder worden uitgelegd. Dat geldt ook voor de doop met de Heilige Geest. Paulus schrijft later "door één Geest zijn wij allen tot één lichaam gedoopt". 43)
Daaruit blijkt dus dat alle individuele gelovigen door de doop met de Heilige Geest tot een nieuwe eenheid worden gevormd, namelijk het lichaam van Christus. Dat is een aanduiding voor de gemeente van God. 44)
Wie zal die doop verrichten?
Johannes (de Doper) doopte met water, maar bij die gelegenheid vertelde hij al dat de Heer Jezus "u zal dopen met de Heilige Geest". 45)
De Heer Jezus doopt dus met de Heilige Geest.

De Heer Jezus zal hen met de Heilige Geest dopen "niet vele dagen hierna". 42)
Hij verwijst dan naar de uitstorting van de Heilige Geest op het pinksterfeest. 46)  Op dat moment zullen alle discipelen van de Heer tot die nieuwe gemeente gevormd worden. Handelingen 2 beschrijft dus het begin van de gemeente.
Paulus, de gelovigen in Korinthe en alle andere gelovigen vanaf het pinksterfeest, zijn daar later ook aan toegevoegd op het moment dat zij tot geloof zijn gekomen. 47)  Dit gaat door totdat de gemeente wordt opgenomen.

Samengevat: de Heer Jezus doopt vanuit de hemel met de Heilige Geest. Op de pinksterdag ontstaat zo de gemeente en daarna wordt elke gelovige eraan toegevoegd. Daar hoeft niemand iets voor te doen. Dat doet de Heer Jezus zodra iemand tot geloof komt.


2) het koninkrijk van God

Het gaat in deze 40 dagen vooral over "het koninkrijk van God". 48)
Ook dat is geen nieuw thema. Het is zelfs het meest besproken onderwerp van de Heer Jezus geweest tijdens Zijn rondwandelingen. Veel gelijkenissen beginnen immers met "het koninkrijk der hemelen is gelijk geworden aan ...". Andere gaan over een heer die naar het buitenland vertrekt en zijn slaven talenten geeft, enz. Ze hebben allemaal betrekking op het koninkrijk.

Waarom besteedt Hij er dan nog eens 40 dagen aan?
Neem de gelijkenis uit Lukas 19, waarin een man van hoge geboorte naar een ver land reist om een koninkrijk te ontvangen en daarna terug zal komen. 49)  Het is een duidelijke verwijzing naar de Heer Jezus die in de hemel "met eer en heerlijkheid gekroond" wordt 50).  Intussen geldt voor ons (de slaven): "Doet zaken totdat ik kom". 51)
Het is niet zo erg om door het leven te gaan als een slaaf die hoort bij een man van hoge geboorte. Daar konden de discipelen trots op zijn. Vandaar de vraag van de moeder van Johannes en Jakobus of haar zonen aan weerskanten van Hem mogen zitten in Zijn koninkrijk. 52)  Dat idee paste prima in haar gedachten en in de gedachten van de discipelen.
Toch had de Heer hen meer dan eens verteld dat Hij verworpen zou worden 53), maar die woorden konden of wilden zij niet aannemen.

Nu, na Zijn opstanding, is het voor de apostelen allemaal duidelijk.
Hun Heer is een gekruisigde Heer, althans in de ogen van de wereld waarin zij straks hun boodschap gaan brengen.
Hun Heer is een verworpen Koning en zij, de apostelen, zijn Zijn gezanten.
Dat zal hen veel spot en verachting opleveren. 54)
Hun Heer is echter ook opgestaan, en ook dát is een belangrijk onderdeel van hun boodschap. Zij zullen merken dat ook dát bespottelijk zal worden gemaakt. 55)
Gedurende deze 40 dagen bereidt de Heer hen voor op hun taak. Het zal niet gemakkelijk voor hen worden. 56)

Heeft de Heer hen nieuwe dingen verteld? Hebben wij iets belangrijks gemist nu wij niet weten wat de Heer hen inhoudelijk verteld heeft?
Nee, de Heer neemt in deze 40 dagen alles nog eens door wat Hij hen al eerder vertelde, maar nu luisteren zij naar Hem, die gekruisigd, begraven en opgestaan is. Nu beseffen zij bij Wie zij horen, net als wij.


- de opdracht van de Heer: bekering en dopen

De apostelen gaan dus op pad als gezanten van een verworpen Koning.
Hun opdracht kent 2 aspecten:

  • "Predikt bekering en vergeving van zonden aan alle volken" 57)
    Het accent bij Lukas ligt op de innerlijke verandering.
  • "Gaat heen, maakt alle volken tot discipelen, hen dopend ... en hen lerend" (letterlijk: "discipelt alle volken, hen ..."). 58)
    Het accent bij Mattheüs ligt op de uiterlijke navolging.

Bij deze uiterlijke navolging is de doop van groot belang. De apostelen maken iemand tot een discipel van de verworpen Koning door hem allereerst te dopen en hem vervolgens te onderwijzen. Een discipel moet in zijn navolging zó toenemen dat hij alleen maar wil lijken op de Heer. 59)
Daarmee wordt duidelijk dat de christelijke doop enorm verschilt van de doop van Johannes. Johannes wijst vooruit op een Koning die komt om te regeren. 60)  Iedereen die Hem wil begroeten moet zijn wegen recht maken en zich laten dopen. 61)
In de christelijke doop kijkt een discipel achterom naar het kruis van de Heer Jezus. Vrijwillig voegt hij zich in Zijn dood om daarna op een nieuwe manier te leven. 62)  Natuurlijk is het een symbolische handeling, maar wel één die duidelijke taal spreekt, zowel naar de dopeling als naar de omstanders.
Dat maakt iemand tot een christen (= een navolger van Christus). Iemand die alleen gedoopt is met de doop van Johannes en een christen wil zijn, moet opnieuw gedoopt worden. 63)


- de doop met de Heilige Geest en de waterdoop

Johannes de Doper introduceert met zijn doop geen nieuw verschijnsel. De doop was al bekend, bijvoorbeeld om iemand tot proseliet te maken, dus om een niet-Jood toe te laten tot het jodendom. Daarna komt de doop van Johannes en daarna de christelijke doop. Alle drie zijn een waterdoop.
Zo zien we enkele verschillen tussen de doop met de Heilige Geest ('dHG') en de waterdoop ('wd'):

  • 'dHG' is nieuw; 'wd' was al bekend
  • 'dHG' gebeurt door de Heer Jezus; 'wd' gebeurt door een mens
  • alleen wedergeboren gelovigen ontvangen 'dHG' (de Heer maakt immers geen fouten); ook ongelovigen ontvangen soms 'wd' (mensen kunnen fouten maken (Hd8:13))
  • 'dHG' leidt tot eenheid; 'wd' trekt een grens met het verleden
  • 'dHG' heeft te maken met de gemeente; 'wd' heeft te maken met het koninkrijk.

    • - de gemeente en het koninkrijk

      Wat is het verschil tussen de gemeente en het koninkrijk?
      Dat is een uitgebreid onderwerp, maar we noemen enkele opvallende verschillen.

      1)   Er is allereerst een verschillend beginpunt.
      Johannes de Doper roept dat "het koninkrijk der hemelen nabij gekomen is". 64)  Het koninkrijk begint met de komst van de Koning. 65)
      Het koninkrijk begint dus eerder dan de gemeente.

      2)   Er is ook een verschillend eindpunt.
      Het koninkrijk mondt uit in het glorieuze Messiaanse vrederijk. Daar zal Christus als de Koning schitteren in al Zijn glorie. Maar het vrederijk is eindig. Het duurt 1000 jaar 66) en houdt dus een keer op.
      Aan het eind van het vrederijk verdwijnt de eerste schepping 67)  en wordt de laatste vijand (de dood) teniet gedaan. 68)  Tenslotte geeft de Heer Jezus Zijn gezag aan God terug, en dan is Hij geen Koning meer. Het koninkrijk houdt dan op te bestaan. 69)
      De gemeente blijft eeuwig de vrouw van het Lam, ook in de nieuwe schepping. 70)

      3)   Het koninkrijk is altijd op aarde, nooit in de hemel.
      Zolang de gemeente op aarde is, zijn wij de onderdanen van het koninkrijk. Wanneer de gemeente wordt opgenomen verhuist het koninkrijk niet mee naar de hemel. Nee, het koninkrijk is en blijft een aardse aangelegenheid. 71)
      Na de opname van de gemeente komen er andere onderdanen. Dan zal het evangelie van het koninkrijk opnieuw gepredikt worden 72), zoals Johannes de Doper dat deed. Er zullen veel mensen tot geloof komen, zowel uit Israël 73)  als uit de volken. 74)  Zij vormen de nieuwe onderdanen in het koninkrijk, en ook zij komen er openlijk voor uit dat zij horen bij het Lam dat geslacht is. 75)
      Zij zien uit naar de komende Koning en gaan het vrederijk op aarde binnen.
      De gemeente is een gezelschap met een hemelse roeping en een hemelse bestemming. Wij zullen het vrederijk meemaken als wij met Christus verschijnen vanuit de hemel. 76)

      Op dit moment is een christen op aarde dus iemand 'met twee petten op': hij is een onderdaan in het koninkrijk en hij is lid van de gemeente van God.
      Er zijn raakvlakken en er zijn verschillen. Dat hoeft niet verwarrend te zijn, zolang we maar bedenken dat de nadruk bij het koninkrijk ligt op onze houding naar de buitenwereld en bij de gemeente op onze onderlinge relaties.
      Het koninkrijk van God wordt vaak vergeleken met de macht van de duisternis 77)  of met andere koninkrijken. 78)  Daardoor hoort een discipel (= een christen) zich duidelijk anders te gedragen dan een ongelovige.
      Het onderwijs over de gemeente betreft meestal onze relatie met de Heer Jezus, en onze relatie met medegelovigen.

      Handelingen 1 : 6 - 11   de Heer neemt afscheid

      Het gezelschap bevindt zich nu op de Olijfberg. 79)
      Daar spreekt de Heer tot hen Zijn laatste woorden: "u zult mijn getuigen zijn". Dat getuigenis over Hem moeten zij overal afleggen, te beginnen in Jeruzalem. 80)  Wat bijzonder voor de stad, die altijd het stempel blijft dragen dat "hun Heer daar gekruisigd is". 81)  Zij maakt als eerste kennis met Gods genade!

      Terwijl Hij wordt opgenomen en hun ogen op Hem gericht blijven, komt er een wolk die het zicht op Hem wegneemt. 82) Ze blijven alleen achter.
      Op dat moment komen twee engelen bij hen staan. Zij zeggen dat de Heer Jezus "op dezelfde wijze terug zal komen". 83)
      Het was al bekend dat de Heer Jezus op de Olijfberg zal terugkomen 84), maar "op dezelfde wijze" houdt ook in dat er een wolk aan te pas komt. Daarmee herinneren de engelen aan de woorden van de Heer 85), die ook herhaald worden in het boek Openbaring, het boek dat bij uitstek handelt over de verschijning van de Heer op aarde. 86)
      De engelen spreken niet over de opname van de gemeente. Dat is op dit moment nog onbekend. Dat geheim zal Paulus pas later onthullen. 87)

      Handelingen 1 : 12 - 26   de opvolging van Judas

      - de eerste samenkomst

      Het gezelschap bestaat inmiddels uit ongeveer 120 personen. 88)  De enige opdracht die zij hebben gekregen is om "zich niet van Jeruzalem te verwijderen en op de belofte van de Vader te wachten". 89)
      Dat brengt hen vanzelf op de gedachte om bij elkaar te komen in de bovenzaal (waarschijnlijk dezelfde als bij het laatste pascha 90)). Deze eerste samenkomst zonder de Heer is een bidstond! Daarin "volharden zij eendrachtig". 91)
      Wat een voorbeeld voor christenen vandaag.

      Behalve de elf overgebleven apostelen en enkele vrouwen, zijn ook de broers van de Heer aanwezig. Tijdens Zijn leven geloofden zij niet in Hem. 92)  We weten niet wanneer en hoe de vier broers 93)  tot geloof gekomen zijn, behalve dat de Heer aan Jakobus is verschenen. 94)  Zou de Heer dat gedaan hebben om hen het overtuigende bewijs te leveren dat Hij echt de Zoon van God is? 95)

      - het eerste optreden van Petrus

      Als men enige tijd bij elkaar is staat Petrus op. Het is tijd om iemand te zoeken die de plaats van Judas kan innemen. Hij laat zien dat dit geen persoonlijk voorstel van hem is, maar dat David al over Judas heeft gesproken. 96)
      Enkele dagen later (in Handelingen 2) laat Petrus zien dat David over de Heer Jezus heeft gesproken. 97)  Dat is niet zo verbazingwekkend, want er zijn nogal wat Messiaanse psalmen.
      Maar nu, zonder uitdrukkelijke opdracht en nog voordat de Heilige Geest is uitgestort, wijst Petrus op de noodzaak dat de plaats van Judas moet worden ingenomen door iemand anders.

      Heel opmerkelijk dat juist Petrus over deze kwestie begint.
      Het laat zien dat als de Heer Petrus herstelt na een diepe val, dat Hij dat zó grondig doet dat Petrus weer optimaal kan functioneren. En bovendien met een inzicht in Gods Woord waarover wij ons wellicht verbazen.
      Het herinnert aan de vanzelfsprekendheid waarmee Paulus wijst op twee verbonden, twee bergen, twee vrouwen en twee steden, zodat wij nu beter begrijpen wat God ons wil leren via de twee zonen van Abraham. 98)
      Waar halen deze apostelen de vrijmoedigheid vandaan om het Oude Testament zó te lezen? Gewoon, geleerd aan de voeten van de Heer en geleid door de Geest van God, net als wij nu. Daarin verschillen wij in niets met deze apostelen, zelfs nadat we onderuit gegaan zijn (net als Petrus) en nadat we bij de Heer zijn teruggekomen (net als Petrus) ...

      - de uitleg van Petrus

      Petrus legt uit dat de Heilige Geest over Judas heeft gesproken in de Psalmen. Hij doet dat ongetwijfeld met de woorden "hij onder ons gerekend werd" 99), maar dat is niet genoeg.
      Petrus staat stil bij de manier waarop Judas is gestorven. Het vertelt niets nieuws, want "het is bekend geworden aan allen die in Jeruzalem wonen". 100)  Waarom is het dan nodig dat hij de gruwelijke details van zijn dood nog eens herhaalt in dit gezelschap, en dat Gods Geest ze via Lukas ook aan ons laat weten?

      Mattheüs schrijft alleen dat "Judas zich ophing". 101)  Kennelijk is de tak na enige tijd afgebroken en is hij gevallen. Daarbij "is hij midden opengereten en zijn al zijn ingewanden uitgestort". 102)
      De ingewanden wijzen in de Bijbel op onze innerlijke gevoelens, die spreken van liefde en genegenheid. Paulus verlangt naar de gelovigen in FIlippi "met het hart ( letterlijk: ingewanden) van Christus Jezus". 103)  Filemon heeft "de harten ( letterlijk: ingewanden) van de heiligen verkwikt". 104)
      Dat zijn de gevoelens van liefde van de Heer Jezus die elke gelovige kent en die elke gelovige ook zelf kan tonen.
      Met de gruwelijke details over de dood van Judas laat God "aan allen" zien dat er bij Judas geen spoor van zulke gevoelens te zien was. Hij was werkelijk "de zoon van het verderf" die verloren gegaan is. 105)

      Aan de hand van dat profiel is het voor Petrus dan ook volstrekt helder dat Judas degene is waarover Psalm 69 106) en Psalm 109 107) spreken. Zijn plaats moet dus worden opgevuld door een ander.
      Maar die ander moet óók in een profiel passen. Het moet iemand zijn die vanaf de doop van Johannes met de Heer optrok en getuige is van Zijn opstanding.
      Minstens twee personen passen in dat profiel: Justus en Matthias. 108)  Door middel van het lot valt de keus op Matthias. 109)
      Deze methode kan in onze ogen vreemd zijn, maar het was heel gebruikelijk 110)  zolang de Heilige Geest nog niet was uitgestort. Dankzij Zijn aanwezigheid hebben we nu een betere 'methode'.

      - waarom moet de plaats van Judas worden opgevuld?

      Het is opmerkelijk dat alleen op dit moment de plaats van een weggevallen apostel moet worden opgevuld. Als later Jakobus wordt gedood 111)  is dat niet meer nodig.
      Het zal de bedoeling van God zijn geweest om op het pinksterfeest, bij de uitstorting van de Heilige Geest, de apostelen als een compleet twaalftal van getuigen te tonen aan het volk; getuigen van de dienst, de dood, de begrafenis en de opstanding van Zijn geliefde Zoon Jezus Christus.
      Als dat getuigenis eenmaal zo is afgelegd hoeft een ontslapen apostel niet meer te worden opgevolgd.


       

      Dit is een uitwerking van een lezing in Assen en in Warffum (september 2015).