Handelingen 2

Handelingen 2 : 1   Pinksterfeest

Het pinksterfeest in aangebroken, en dat is een goede reden om bij elkaar te komen. 1) Naast de twaalf apostelen zijn waarschijnlijk alle 120 personen bijeen in hetzelfde huis als in hoofdstuk 1. 2)
'Pinksteren' is een verbastering van het Griekse woord pentèkostè, dat 'vijftigste' betekent. Het pinksterfeest wordt in het Nieuwe Testament nog twee keer genoemd 3), maar wat is de relatie met het getal 50?
Daarvoor kijken we naar de inzetting van de Joodse feesten in Leviticus 23.

- Leviticus 23

In Leviticus 23 stelt God voor Zijn volk Israël een aantal jaarlijkse feestdagen in. De meeste feesten zijn datum-gerelateerd, dat wil zeggen dat ze beginnen op een vaste datum, dus op een bepaalde dag in een bepaalde maand.
Andere feesten zijn dat niet. Die hangen samen met de sabbat, eigenlijk met de dag ná de sabbat.
We kijken naar een paar feesten.

  • het pascha 4)
    Bij de instelling van het pascha in Egypte begint God de maanden opnieuw te tellen. Het godsdienstige jaar in Israël begint met de eerste maand waarop het pascha gevierd moet worden. Dat is het eerste feest. 5)
    Het dient gevierd te worden op de 14e van die eerste maand.
    Ook de Heer Jezus heeft zich met Zijn discipelen trouw aan deze inzetting gehouden. Hij heeft waarschijnlijk 4 keer het pascha met hen gevierd. De laatste keer is voor Hem heel bijzonder. Hij heeft er erg naar uitgekeken, omdat Hij daarna zal sterven. 6)
    Dit laatste pascha zal plaats maken voor een andere maaltijd, waarin gelovigen terugdenken aan het slachten van het ware Paaslam, Christus. 7)
    Het pascha wijst op het sterven van Christus.

  • de ongezuurde broden 8)
    Dit feest duurt 7 dagen en begint met het pascha. Beide feesten horen dus bij elkaar en worden samen ook wel de "dag van de ongezuurde broden" genoemd. 9)

  • de eerstelingsgarve 10)
    Ergens in de week van de ongezuurde broden is het sabbat.
    De inzetting van de eerstelingsgarve heeft echter niet te maken met de sabbat zélf, maar met de "dag ná de sabbat". 11) Dan heeft God het dus over de eerste dag van de week.
    Op die dag dient de eerstelingsgarve (van de gersteoogst) voor het aangezicht van de Heer bewogen te worden.
    Als Paulus beschrijft dat de opstanding volgens een bepaalde orde verloopt, dan noemt hij Christus "de eersteling". 12) De eersteling is de eerste opbrengst van de oogst en houdt de belofte in dat de rest zal volgen. Zo zullen de ontslapen gelovigen later opstaan bij Zijn komst.
    De eerstelingsgarve wijst dus op de opstanding van Christus.

  • het wekenfeest 13)
    Vanaf díe eerste dag van de week begint God 7 weken te tellen. Dat eindigt dus met een sabbat.
    Maar ook nu gaat het God niet om die sabbat zélf, maar om de "dag na de zevende sabbat" 14), en dan is het opnieuw de eerste dag van de week.
    Op die dag moet het volk "twee beweegbroden brengen ... gezuurd gebakken". Ook dit zijn "eerstelingen voor de Heer" 15), namelijk de eerste opbrengst van de tarweoogst.
    Zuurdeeg wijst altijd op een kwaad element dat in staat is om het hele deeg te doorzuren 16), maar het bakproces heeft in deze broden de werking gestopt.
    De twee broden kunnen nooit wijzen op de Heer Jezus, want in Hem was geen zonde. 17) Zij wijzen op de gelovigen uit Joden en heidenen (twee broden!), bij wie in principe de werking van zuurdeeg gestopt is.
    De eerste opbrengst op de vijftigste dag na de opstanding van de Heer Jezus houdt de belofte in dat de rest van de oogst zal volgen, en dat gebeurt tot aan de komst van de Heer. Elke dag komen er gelovigen bij.
    Het wekenfeest wordt in het Nieuwe Testament pinksterfeest genoemd.
    Dit feest verwijst dus naar het begin van de gemeente.

Aangezien de Heer Jezus 40 dagen 18) met Zijn discipelen heeft gesproken over het koninkrijk van God liggen er dus 10 dagen tussen Zijn hemelvaart en het pinksterfeest.

- eerst hemelvaart, daarna uitstorting

Er gebeuren op deze dag van het pinksterfeest wonderlijke dingen. De omstanders zijn verbaasd; sommigen beginnen zelfs te spotten.
Die spot is voor Petrus aanleiding om een toespraak te houden waarin hij uitlegt wat hier eigenlijk gebeurt: "Nu Hij dan door de rechterhand van God verhoogd is en de belofte van de Heilige Geest van de Vader ontvangen heeft, heeft Hij dit uitgestort, wat u en ziet en hoort." 19)
Hij wijst op een belangrijke volgorde: eerst moest de Heer Jezus verhoogd worden (d.w.z. als Mens naar de hemel gaan), daarna kan de Heilige Geest op aarde komen.

De uitstorting van de Heilige Geest is van enorm belang.
Allereerst voor de gelovigen. Zodra Hij op aarde komt is elke gelovige in staat om een stroom van zegen te zijn. Daar had de Heer Jezus al op gezinspeeld 20), en dat blijkt onmiddelijk uit het optreden van Petrus en de elf andere apostelen.
Bovendien wordt direct duidelijk dat zij met "kracht uit de hoogte zijn bekleed". 21) Petrus heeft nog maar 53 dagen ervoor zijn Heer verloochend, omdat een dienstmeisje hem herkende. 22) Die angst is helemaal weg. Hij staat met de elven als één man op, verheft zijn stem en dwingt de omstanders om te luisteren: "leent het oor aan mijn woorden". 23)

Toch is de uitstorting van de Heilige Geest vooral belangrijk voor de ongelovige omstanders. Het is de bedoeling dat juist zij deze wonderlijke dingen "zien" en "horen". 24)


Handelingen 2 : 2 - 3   De uitstorting/doop van de Heilige Geest

De uitstorting van de Heilige Geest (hetzelfde als "de doop met de Heilige Geest" 25)) komt "plotseling" 26) en gaat gepaard met duidelijk waarneembare feiten.

  • "wat u hoort"
    Allereerst is er iets te horen: "een geweldige, voortgedreven wind". 26)
    De Heer Jezus had al eens het verband gelegd tussen "wind" en "de Heilige Geest" 27), maar dan met het oog op de wedergeboorte. Dat proces voltrekt zich echter in het verborgene. Nu is het de bedoeling dat iedereen duidelijk merkt dat de Heilige Geest gekomen is.
  • "wat u ziet"
    Vervolgens is er ook iets te zien: "tongen van vuur" die zich op elke aanwezige in het huis zetten 28), dus op alle 120 personen die al enkele dagen bij elkaar zijn. 29)

De doop met de Heilige Geest heeft dus enerzijds te maken met het hele huis en anderzijds met elke individuele gelovige. Paulus onderstreept dit later ook: de Heilige Geest woont in de gemeente als geheel 30)  en in elke gelovige persoonlijk. 31)
Alle gelovigen worden op deze pinksterdag gedoopt tot een nieuwe eenheid. Zij vormen vanaf dat moment de gemeente. Dit is een eenmalige gebeurtenis. Daarna wordt iedere gelovige eraan toegevoegd ("gedoopt"), zoals later Paulus en de gelovigen in Korinthe. 32)  Ook dat is een eenmalige gebeurtenis. Daar hoeven we niet speciaal om te bidden, want dat doet de Heer Jezus op het moment dat wij geloven 33), eens en voor altijd.


Handelingen 2 : 4   Vervulling met de Heilige Geest

Na de doop met de Heilige Geest worden allen vervuld met de Heilige Geest. 34)
Doop en vervulling zijn dus niet hetzelfde, zoals ook blijkt uit het feit dat later Petrus opnieuw vervuld wordt 35) en kort daarna allen opnieuw vervuld worden. 36) Vervulling is dus geen blijvende situatie.
Bovendien zijn sommigen al vervuld vóórdat de Heilige Geest wordt uitgestort: Johannes de Doper, Elizabeth en Zacharia 37). Paulus wordt op een bepaald moment vervuld 38), en hij draagt zelfs elke gelovige op om vervuld te worden met de Heilige Geest. 39)

Er zijn nog meer voorbeelden te noemen van "vervuld zijn met de Heilige Geest". Ze wijzen allemaal op een speciale taak waartoe iemand geschikt gemaakt moet worden. Dat is dus beslist niet eenmalig, in tegendeel: wat God betreft zo vaak mogelijk. 40)

- vol van de Heilige Geest

In het lijstje "doop met de Heilige Geest" en "vervuld met de Heilige Geest" hoort ook nog "vol van de Heilige Geest". Dat wordt hier niet genoemd, maar deze drie uitdrukkingen worden wel vaak door elkaar gebruikt.
Er zijn niet veel personen van wie gezegd wordt dat zij "vol van de Geest" zijn.
Allereerst geldt het voor de Heer Jezus, 41)  en dat verbaast ons niets. Zijn leven staat van het begin 42)  tot het eind 43)  onder de volmaakte leiding van de Geest. Zelfs de hele Volheid woont in Hem. 44)  Dit laatste geldt uiteraard alleen voor Hem.
Ook van Stefanus staat het drie keer vermeld 45)  en ook dat verbaast ons niet. Wie anders lijkt in leven en sterven zoveel op Zijn Heiland?
Tenslotte wordt het ook van Barnabas vermeld. 46)

Als we deze gegevens met elkaar vergelijken mogen we de conclusie trekken dat "vol met de Heilige Geest" wijst op een stabiele geestelijke situatie. Daar hoeft niemand om te bidden, maar die situatie ontstaat zodra iemand zó geestelijk is dat er in zijn leven alleen ruimte is voor de Heilige Geest en voor niets anders.


Handelingen 2 : 5 - 13   God loven in andere talen

De tongen van vuur maken kennelijk meer indruk op de omstanders dan de geweldige, voortgedreven wind. Het verschijnsel trekt een volksmenigte aan 47) en er wordt veel meer over verteld. Het is dus belangrijk om te begrijpen wat hier gaande is.

- vuur

Het gaat om tongen van vuur.
Vuur is in de Bijbel in het algemeen een teken van oordeel 48), maar er zijn meer aanwijzingen dat ook deze tongen wijzen op oordeel.
Alle evangelisten schrijven dat Johannes de Doper getuigt over de Heer Jezus: "Hij doopt met de Heilige Geest". 49) Twee van hen (Mattheüs en Lukas) voegen eraan toe: "en met vuur".
Waarom dit verschil? Het getuigenis van Johannes de Doper stuit in Mattheüs en Lukas op tegenstand en twijfel. Als deze mensen tegenstanders blijven zullen zij met Gods vuur te maken krijgen.

De Heer Jezus vertelt dat de komst van de Heilige Geest een enorme troost is voor elke gelovige. 50) Maar dat is niet het enige effect. Zijn komst betekent ook iets anders, namelijk dat de wereld definitief onder Gods oordeel valt. 51)
Vóórdat de Heer Jezus verworpen werd was "God in Christus de wereld met Zich verzoenend". 52) Toen probeerde God de wereld nog met Zich te verzoenen, toen had God de wereld nog lief. 53) Maar zodra zij de Zoon van God kruisigt, verandert dit. De wereld is sindsdien hopeloos verloren. De individuele zondaar echter niet! Die mag nog steeds rekenen op Gods genade.

Jaren geleden leverde Nederland duikboten aan Taiwan. Dat was uitdrukkelijk tegen de zin van China, die Taiwan zag als een opstandige provincie. Toen Nederland toch doorzette, verving China haar ambassadeur in Den Haag door een zaakgelastigde. Het was daarmee voor iedereen duidelijk dat de relatie tussen Nederland en China een behoorlijke deuk had opgelopen.
Zo bewijst de aanwezigheid van de Heilige Geest op aarde dat de relatie tussen God en de wereld voorgoed verstoord is.

Dit vuur heeft niets te maken met "vurig van geest". 54)
Vurig (= "borrelend") is juist goed. Zo'n persoon is Apollos. Zijn hart is vol van de Heer Jezus en zijn mond stroomt van Hem over. 55)
Het is ook heel anders dan het "brandend" hart van Kleopas en zijn vriend, als zij terugdenken aan hun gesprek met de Heer Jezus. 56)  Elke keer als de Heer door Zijn Woord tot ons spreekt kan ons hart gaan branden van liefde, blijdschap en dank voor Hem!

- tongen

In Jeruzalem wonen godvrezende Joden, die afkomstig zijn uit "elk van de volken die er onder de hemel zijn". 57) Dat gaat dus niet zozeer om buitenlandse bezoekers die in Jeruzalem zijn vanwege het pinksterfeest, maar om Joden die elders zijn opgegroeid, die de taal van dat land spreken, maar toch liever in Jeruzalem willen wonen. Zij horen opeens gewone Galileeërs spreken in hun eigen taal 58), namelijk in de taal van het land waaruit zij afkomstig zijn.
Er zijn ook anderen die dit horen. Zij zijn blijkbaar niet zo godvrezend. 59)

Onze woorden "tongen" en "talen" 60) komen van het Griekse woord gloossai. Er is dus een direct verband tussen de tongen van vuur en het spreken in talen. Wat houdt het spreken in talen eigenlijk in?
Een paar kenmerken:

  1. bestaande talen
    De godvrezende Joden, die uit allerlei bekende buitenlandse gebieden 61) in Jeruzalem zijn komen wonen, horen de apostelen in hun eigen taal spreken. Het gaat dus niet om onverstaanbare brabbeltaal, maar om bestaande talen.
  2. God loven
    De apostelen spreken over "de grote daden van God". 62)
    Petrus gaat enige tijd later naar het huis van Cornelius in Caesarea. Zodra hij en de zijnen de woorden van Petrus aannemen valt de Heilige Geest op hen, spreken zij in talen en maken God groot. 63)
    Het spreken over de grote daden van God is kennelijk vergelijkbaar met het grootmaken van God, dus met God loven en prijzen.
    Dat blijkt ook uit 1 Korinthe 14, waar Paulus het spreken in talen vergelijkt met profeteren. Blijkbaar is de gemeente in Korinthe erg gecharmeerd van het spreken in talen, en vinden zij dat veel belangrijker dan profeteren.
    Paulus legt uit dat het juist andersom is. Het zegt bijvoorbeeld "wie in een taal spreekt, spreekt ... voor God" 64), met andere woorden: daar wordt verder niemand door opgebouwd dan alleen jezelf.
    Degene die in talen spreekt richt zich dus tot God om Hem te loven.
  3. teken voor ongelovige Joden
    Daarna maakt Paulus nog een paar vergelijkingen tussen spreken in talen en profeteren, maar dan roept hij zijn lezers op om "geen kinderen in uw overleggingen" te zijn. 65) Hij vindt het nogal kinderlijk om het spreken in talen zo belangrijk te vinden.
    Dat klinkt nogal verwijtend, maar hij beroept zich op Jesaja 28 : 11. 66) God verwijt daar Zijn volk Israël dat zij niet naar Hem luisteren, en dat zij dat ook niet zullen doen als Hij in andere talen tot hen zal spreken. Dat spreken in talen is dus een oordeel van God.
    Paulus noemt dat een teken 67), dus een duidelijke aanwijzing waar niemand omheen kan. 68)
    Voor wie is dit teken bestemd?
    Het is uitdrukkelijk niet voor gelovigen, maar voor ongelovigen, namelijk voor de ongelovige Joden.

Samenvattend mogen we de conclusie trekken dat iemand die in een vreemde taal God looft een teken vormt voor de ongelovige Jood.
Zo vormen Cornelius en de zijnen een teken voor de Joodse broeders die met Petrus zijn meegekomen en die nog niet kunnen geloven dat het evangelie ook voor de volken is. 69) Dit teken maakt aan hun ongeloof een einde.
God weet hoe Hij Joden moet overtuigen, namelijk door een teken. 70)


Handelingen 2 : 14 - 36   De toespraak van Petrus

Er zijn omstanders die de apostelen spottend verwijten dat zij dronken zijn. Onmiddelijk haakt Petrus in op dergelijke onzin door luid en duidelijk te verkondigen wat er aan de hand is.
Het wordt een indrukwekkende toespraak, niet alleen vanwege zijn onverschrokken vrijmoedigheid, maar ook vanwege de diepe inhoud.
Toen het in Handelingen 1 ging om de vraag wie de plaats van Judas moest innemen, wees Petrus erop dat de Heilige Geest in het Oude Testament al over Judas en diens opvolging had gesproken. 71)
Nu doet Petrus dat opnieuw. Deze keer wijst hij op twee profeten: Joël (over de uitstorting van de Heilige Geest) en David (over de dood en de opstanding van de Heer Jezus).

- de profeet Joël

Petrus citeert Joël 2 : 28 - 32.
Hij doet dat niet om te bewijzen dat zijn profetie nu helemaal letterlijk in vervulling is gegaan. Veel is juist nog niet in vervulling gegaan, zoals "de Geest op alle vlees" 72) (nu alleen op de gelovigen) en "bloed, vuur en rookwalm" 73)(nu alleen tongen van vuur). Ook zon en maan zijn niet veranderd. 74)
Nee, Petrus wijst slechts op de overeenkomst dat er door de uitstorting van de Geest bijzondere dingen gebeuren. De volledige vervulling van Joëls woorden zal plaatsvinden kort vóór de dag des Heren 75), het grote moment waarop de Heer Jezus op aarde zal verschijnen.

Maar er is nog een belangrijk punt van overeenkomst!
De laatste woorden die Petrus van Joël aanhaalt zijn: "ieder die de naam van de Heer aanroept, zal behouden worden". 76)
Dat raakt de kern van zijn betoog, want die Heer is niemand anders dan Jezus de Nazoreeër! 77) Alleen in die naam is redding en verlossing, juist in Hem die enige tijd ervoor gedood werd.

De dood van de Heer Jezus kent twee kanten: die van God en die van mensen.
Hij werd overgegeven "door de bepaalde raad en voorkennis van God". 78) Maar ook de verantwoordelijkheid van de mens blijft volledig overeind. Zij hebben Hem aan het kruis gehecht en gedood. 79)
Maar Christus is echter opgewekt. Om dat te aan te tonen citeert Petrus uit Psalm 16.

- de profeet David

Petrus legt uit dat David nooit over zichzelf kan spreken als hij zegt dat "uw Heilige geen ontbinding zal zien". 80) David is immers nog steeds begraven? 81)
David is een profeet die over Christus spreekt. God heeft niet toegelaten dat de Heer Jezus "ontbinding zou zien". 82) Dat zou wél gebeurd zijn als Hij vier dagen in het graf gebleven zou zijn. 83)
Nee, God heeft Hem op de derde dag opgewekt. Hij is opgevaren naar de hemelen en zit nu aan Gods rechterhand, "deze Jezus die u gekruisigd hebt". Hém heeft God "tot Heer en tot Christus gemaakt". 84)


Handelingen 2 : 37 - 41   De uitwerking van de toespraak van Petrus

De woorden van Petrus treffen het hart van zijn toehoorders.
Op de vragen wat zij moeten doen antwoordt Petrus dat er maar één manier is: "Bekeert u en laat ieder van u gedoopt worden in de naam van Jezus Christus". 85)
De moordenaars van de Heer Jezus krijgen verlossing aangeboden!
Maar dat betekent bekering én doop, dus een radicale breuk met "dit verkeerde geslacht" 86), d.w.z. het onbekeerlijke deel van Israël.
Die oproep wordt door 3000 personen beantwoord 87), een geweldig resultaat op de eerste dag dat de Heilige Geest is uitgestort en de apostelen in die kracht optreden.


 

Dit is een uitwerking van een lezing in Assen en in Warffum (oktober 2015).