Jona

Jona's eerste profetie

Jona profeteert onder de regering van koning Jerobeam II. Hij is afkomstig uit Gath-Hefer. Dit is te lezen in 2 Koningen 14, waar we Jona voor het eerst als profeet tegenkomen.
Gath-Hefer ligt in Galilea. Het wordt in het Nieuwe Testament niet meer vermeld. Het ligt in de directe omgeving van Nazareth, een stadje dat in het Oude Testament onbekend is. Uit beide stadjes komt een profeet. Beide profeten lijken nauwelijks op elkaar wanneer we hun levensbeschrijvingen naast elkaar leggen. Toch is het de Heer Jezus Zélf die Zich vergelijkt met Jona de profeet.
Hij ziet grote overeenkomsten!

De politieke situatie aan het begin van de regeringsperiode van Jerobeam II is gespannen. Het voortbestaan van Israël (de tien stammen) staat op het spel vanwege sterke vijanden.
Maar God heeft de ellende gezien, en ook gezien dat Israël geen helper heeft. 1)  Dan mag Jona de boodschap brengen dat God bevrijding gaat geven.
De eerste profetendienst van Jona betreft een goede boodschap aan de koning van zijn eigen volk. Die boodschap is uitgekomen. Die zal Jona ongetwijfeld onmiddelijk en met veel vreugde gebracht hebben.

Deze ommekeer vormt het begin van een bloeiperiode in Israël. Zodra Uzzia in Juda koning wordt voert hij grote hervormingen door in de landbouw en in de verdediging van het land. Zowel in Israël als in Juda neemt de welvaart sterk toe.

Jona's tweede profetie

We komen een heel andere Jona tegen in het gelijknamige boek.
Hij krijgt de boodschap om naar Ninevé te gaan en tegen haar te prediken, "want hun kwaad is opgestegen voor Mijn aangezicht". 2)
Assyrië (of: Assur) is in de dagen van Jerobeam II een opkomende wereldmacht, en staat bekend om haar trots en wreedheid. Zij vormt dus een gevaar voor de andere volken, inclusief Israël. 3) Het zou de wereld dus heel goed uitkomen als God die wrede macht zou gaan vernietigen, al was het maar ten behoeve van Zijn eigen volk Israël.

Ter vergelijking: wanneer vandaag (september 2014) iemand geroepen zou worden om naar het kalifaat IS te gaan met de boodschap dat hun kwaad is opgestegen tot Gods aangezicht, dan zou dat voor de hele wereld een fantastische boodschap zijn. God gaat dit grote probleem oplossen!
Zo'n profeet zal misschien schrikken van de opdracht vanwege de wreedheden van IS, maar zal ook beseffen dat als God roept Hij hem ook zal beschermen.
Toch gaat Jona niet! Niet omdat hij bang is dat de Ninevieten hem iets zullen aandoen. Nee, Jona weigert omdat hij denkt God te kennen. Hij zegt later "Ik wist wel dat U een genadig en barmhartig God bent". 4)
Daarmee zegt hij eigenlijk: "Stel je voor dat men tot inkeer komt. Dan sta ik voor gek. Dat nooit!"
Laten we niet minachtend naar Jona kijken, want wie kijkt vandaag met Jona's ogen naar de strijders van IS, en wie houdt de mogelijkheid open dat Gods genade in staat is hen tot inkeer te brengen?

Het boek Jona

Hoe luidt eigenlijk Jona's profetie? Waarom is het een profetisch boek?
Zijn hele profetische boodschap bevat slechts één zin: "Nog veertig dagen en Ninevé wordt ondersteboven gekeerd". 5)  Bovendien is die profetie niet eens uitgekomen!
Het profetische aspect van het boek Jona zit 'm niet zozeer in de profetische woorden als wel in de levensbeschrijving van Jona. Veel vrome Joden lezen dit boek tijdens de Grote Verzoendag. Terecht herkennen zij in Gods handelen met Jona hun eigen lotgevallen. Zoals Jona afweek en onderging in de zee, zo heeft Israël gezondigd en is het ondergegaan in de zee van de volkeren. Maar zoals Jona in de vis bewaard werd en weer op het droge kwam, zo zal God Zijn volk bewaren en er een nieuw begin mee maken.

Het lezen van dit boek en dat van de andere profeten geeft altijd zicht op:

  1. Gods genade (die groter is dan Zijn terechte oordelen)
  2. mijn eigen hart (dat niet veel beter is dan dat van een doorsnee Israëliet)
  3. Gods weg met Israël (God komt Zijn belofte na, ondanks hun gedrag) 6) 
  4. Christus (de komende Messias in lijden en/of heerlijkheid) 7) 

Het boek Jona laat zich eenvoudig verdelen in twee delen:

  • Jona's vlucht (Jona 1 + 2)
    Na Gods eerste spreken (1:1) vlucht Jona, verdwijnt in de zee, wordt bewaard in de vis en komt weer op het droge.
  • Jona naar Ninevé (Jona 3 + 4)
    Na Gods tweede spreken gaat Jona naar Ninevé, waar hij opnieuw veel moet leren.

Jona's vlucht

God draagt Jona op om naar Ninevé te gaan, maar in plaats daarvan gaat hij per schip naar Tarsis. Waarschijnlijk ligt dit in Spanje, maar het zou ook het Tarsus kunnen zijn waar Paulus vandaan komt. Het is in ieder geval precies de andere kant op.

- weg van Gods aangezicht

Maar het is nog erger. Hij gaat "weg van het aangezicht des Heren". Het staat er drie keer. 8)  Dat is dramatisch voor een profeet! Gabriël kondigt zich aan met de woorden: "ik ben Gabriël die voor God sta". 9)  Dat is de normale plaats voor een engel, zodat hij klaar is om gezonden te worden. Maar dat geldt ook voor een profeet. Zo komt Elia bij Achab binnen 10)  en zo treden profeten op.
Jona geeft zijn taak op omdat hij geen zin heeft om in Ninevé voor schut te staan, ook al zal hij ongetwijfeld Psalm 139 kennen. 11)  In principe is het vandaag net zo dramatisch voor elk kind van God, dat weet wat de Heer van hem vraagt, maar het bewust niet doet, om wat voor reden dan ook.

- vrachtprijs

Een weg die bij God vandaan gaat is een dure weg. Er moet een vrachtprijs betaald worden. 12)  Dat geldt voor Jona en voor ieder ander. Menig christen kan erover meepraten hoe arm, koud en leeg de eigen weg is. De verloren zoon krijgt een vermogen mee op zijn weg die bij zijn vader vandaan gaat. Hij raakt alles kwijt, maar nooit zijn vader! 13) 
Ook Jona gaat merken dat God hem niet loslaat. God werpt een hevige wind op de zee, zodat de scheepslui in grote nood elk tot hun eigen god gaan roepen. Met al hun ervaring merken zij dat dit geen gewone storm is, anders zouden ze die ongetwijfeld hebben zien aankomen. Jona slaapt zo vast dat de kapitein hem verontwaardigd wakker maakt, zodat ook hij tot zijn god kan bidden.
Een heiden schudt Jona wakker en maant hem weer te gaan bidden!

- wie ben je?

Door het lot te werpen schakelen zij onbewust de Heer in om een antwoord te krijgen. 14)  Als Jona aangewezen wordt dwingen de scheepslui hem om kleur te bekennen over zijn taak, zijn land en zijn volk. 15) 
Eerlijk vertelt Jona dat hij een Hebreeër is, dat betekent: "iemand van de overkant". Hij geeft daarmee aan dat hij hoort bij de Heer en bij Zijn volk, dat vanuit de hemel wordt geleid. Ook voegt hij eraan toe dat hij zich bewust niet heeft laten leiden, maar op de vlucht is.
Wat een verschil met Abraham, die voor zijn omgeving terecht zo'n identiteit heeft. 16)  Datzelfde geldt voor Jozef in de gevangenis. Hij hoort daar niet, maar zit er onschuldig. 17) 
Jona hoort ook niet op het schip, maar is daar door eigen schuld. Toch is deze eerlijke belijdenis het begin van herstel, maar er moet nog veel meer gebeuren.

- Jona's offer

De enige echte oplossing is om Jona overboord te gooien. Daar willen de mannen niet van weten en blijven uit alle macht doorroeien. Het helpt niets. In wanhoop gaan zij bidden en pleiten op hun onschuld. Daarna gaat Jona overboord. 18) 
Een belangrijke les voor ieder mens vandaag!
Geen enkele menselijke poging, hoe godsdienstig ook, brengt ware vrede. Die komt alleen zodra iemand zich overgeeft aan Gods genade, en kan danken dat alle schuld werd gelegd op Iemand die in onze plaats 'overboord' ging.
In de pastorale zorg is dit ook een belangrijk punt. Een christen die door eigen schuld in de ellende is gekomen vindt alleen herstel door aan de Heer volmondig schuld te belijden en geen enkele verzachtende omstandigheid aan te voeren.

Ook Israël kent zo'n weg. Na de kruisiging van de Heer Jezus scheurt God de voorhang in de tempel van boven naar beneden, om aan te geven dat Hij de band met Israël tijdelijk verbreekt. Israël gaat onder in de zee van de volken, en door hun val is het heil tot de volken gekomen. 19) 
Maar God beschermt Jona en beschikt een vis. Dat is geen gewone vis, maar een zeemonster 20)  dat Jona ongetwijfeld zou hebben opgegeten als het God niet eenvoudig "ter beschikking" zou staan om Jona te beschermen.
Het "beest uit de zee" zal straks een duivelse macht zijn die zich vooral richt op de heiligen uit Israël, 21)  zoals de duivel zélf zich richt op de mannelijke zoon die de vrouw baart 22)  (een verwijzing naar Christus, geboren uit Israël).
Israël zal te lijden hebben maar door God beschermd worden en niet vernietigd worden.

- het teken van Jona (1e facet)

Christus Zelf maakt de vergelijking met Jona. Hij doet dat als antwoord op de vraag om een teken. Maar wat een indrukwekkend teken is dit! 23) 
Jona wordt door eigen schuld overboord gegooid om een einde te maken aan Gods oordeel. Christus heeft de zonde niet gekend, maar wordt voor ons tot zonde gemaakt en wordt beladen met al onze zonden. Zo ondergaat Hij vrijwillig Gods oordeel.
Een teken is een gebeurtenis waar niemand omheen kan. De dood van Christus was nodig. Het is van cruciaal belang in elke evangelieprediking.

- Jona's gebed

Het gebed van Jona 24)  vanuit de ingewanden van de vis is te lezen in 90 seconden. Toch is hij er drie etmalen. Jona heeft tijd nodig om tot bezinning te komen.
Het is niet bekend waar hij op rekent als hij overboord gaat, maar zeker niet op een zeemonster en al helemaal niet op de mogelijkheid om weer 'gewoon' aan land te gaan.
In de vis laat hij de gebeurtenissen op zich inwerken, en trekt conclusies.

Jona richt zich uitsluitend tot God en roept vanuit zijn benauwdheid. 25) 
Het is opmerkelijk dat hij de taal gebruikt van enkele psalmen. 26)  Ongetwijfeld komen ze hem in herinnering, maar Gods Geest rangschikt ze zó dat het ook de taal van Christus is tijdens Zijn lijden en sterven aan het kruis. Daarmee spreekt Jona meer dan hij zich bewust is, en is zijn gebed eigenlijk een profetisch woord over Christus. 27) 
Wat Hij beloofd heeft bij Zijn komst in deze wereld 28)  heeft Hij helemaal betaald toen de drinkbeker van de Vader Hem niet voorbij kon gaan!
Toch is er een opmerkelijk verschil tussen beiden. Jona (en ieder ander) kan bij God vandaan gaan, maar hoe diep hij ook valt, er komt altijd antwoord. Bij Christus is dat als enige Persoon niet zo tijdens de drie uren aan het kruis, wanneer Hij roept "Mijn God, mijn God, waarom hebt U mij verlaten?". 29) 

Een kind van God maakt na de bekering de nodige persoonlijke ervaringen mee en kan dan behoorlijk moedeloos worden met de woorden: "ik, ellendig mens, wie zal mij verlossen uit het lichaam van deze dood?". 30)  Het voelt alsof het ondergaat in de ene na de andere mislukking in de strijd tegen de zonde.
Totdat ... God antwoordt op Zijn manier door een lied of een tekst of een gesprek, zodat de aandacht niet langer valt op "ik", maar op "Hem", op Jezus Christus, onze Heer. Dan komt er dank! 31) 
Dat is de vaste grond van de vrede met God.

- Jona weer op het droge

Na Jona's gebed spreekt God tot de vis. Dit redeloze dier luistert gewoon en spuwt Jona uit op het droge. 32) 
Na deze ervaringen in de diepte en Gods genade om hem op wonderlijke wijze weer terug te brengen in het gewone leven, zouden we ons kunnen voorstellen dat Jona eerst eens gaat danken. Noach deed dat immers ook? Hij bracht een brandoffer toen hij en zijn huis uit de ark weer op droge grond mochten komen. Wat genoot God daarvan! 33) 
Jona niet. Hij blijft stil.
Wat een verschil met Christus, die na Zijn opstanding niet stil is en Gods Naam aan Zijn broeders gaat verkondigen en de lofzang aanheft in de gemeente! 34) 

Jona naar Ninevé

Jona komt niet tot danken, maar hij komt ook niet in beweging. Alsof Gods eerste spreken zo onduidelijk was!
Geduldig spreekt God voor de tweede keer: "Sta op ...". 35)  Ook Petrus en Markus kunnen erover meepraten dat God falende dienstknechten een tweede kans biedt. Een gelovige mag zich kennelijk vergissen in het dienen van God. Liefdevol pakt God de draad dan weer op in de hoop dat hij/zij er wat van geleerd heeft.

- Jona's boodschap

Ninevé is "een geweldig grote stad van drie dagreizen" 36) , dat wil zeggen dat men drie dagen nodig heeft om één keer om de stad te lopen.
Ter vergelijking: toen het volk Israël het beloofde land binnenging en Jericho innam, moest het de laatste dag zeven maal om de stad trekken. Dat kon gemakkelijk op één dag. 37)  Ninevé is dus minstens 21 maal groter dan Jericho destijds.

De boodschap die Jona moet brengen klinkt niet prettig: "Nog 40 dagen en Ninevé wordt ondersteboven gekeerd!" 38)  Waarom wacht God 40 dagen, terwijl het kwaad van Ninevé voorZijn aangezicht is opgestegen?
God geeft de stad 40 dagen de tijd zodat iedereen de ernst van de boodschap kan beseffen. Niemand zal kunnen zeggen dat er onvoldoende tijd was. Het is dezelfde genade van God die inmiddels al 2000 jaar wacht om verloren zondaars te redden, want "God wil niet dat iemand verloren gaat". 39) 

- de mannen van Ninevé

Al na één dagreis (dus slechts een derde van de stad heeft deze boodschap gehoord) geloven de mannen van Ninevé. 40)  Zij kleden zich van groot tot klein in rouwgewaden. Daarna ook de koning, die een bevel uitvaardigt dat de hele stad, mens en dier, moet vasten en in rouwgewaden moet gaan.
Zo'n massale boetedoening op grond van zo'n korte boodschap na één dag is in de hele Bijbel een ongekend fenomeen. Maar Jona maakt het mee dat Gods genade zo'n enorme uitwerking heeft.

- het teken van Jona (2e facet)

De Heer Jezus komt er later op terug en zegt dat "de mannen van Ninevé" in het toekomstig oordeel als voorbeeld zullen gelden voor allen die Zijn woorden niet geloofd hebben. Want "zie, meer dan Jona is hier". 41) 
Opnieuw noemt Hij Jona "een teken", maar nu voor de Ninevieten". 42)  Dat is dus niet de Jona in het zeemonster, maar de Jona die weer op het droge komt. Dit laatste verwijst naar de boodschap van de opgestane Christus.
Het teken van Jona bestaat dus uit twee belangrijke elementen:

  1. de gestorven Christus
  2. de opgestane Christus

Beide aspecten zijn onmisbaar in de prediking, en vormen het teken dat ieder mens tot een keuze dwingt. Die boodschap wordt in het boek Handelingen heel vaak gebracht, maar zodra de opstanding ter sprake komt wordt duidelijk wie Gods woorden wil aannemen en wie ze verwerpt. 43) 
Vandaag is veel prediking in onbalans. Bij te weinig accent op de opstanding is er nauwelijks vrede met God ten aanzien van de verlossing. Bij te weinig accent op het kruiswerk is er nauwelijks zondebesef.

- Jona's reactie

Elke evangelist zou blij verrast en dankbaar zijn bij zoveel zegen op zijn dienst. Jona niet. "Het was volstekt kwalijk voor Jona en hij ontstak in woede". 44) 
Hij meent God namelijk te kennen. 45)  Hij vertelt God dat juist dít de reden van zijn vlucht was. Het was voor hem onverteerbaar dat Gods genade zulke zondaars tot inkeer zou kunnen brengen. Dan zou God Zijn oordeel níet uitvoeren en had hij voor gek gelopen.

Hoe zou Jona God eigenlijk kennen?
Er zijn twee manieren om te kennen: alleen met het hoofd of ook met het hart.
Jona zal ongetwijfeld op de hoogte zijn van Gods gedrag na de zonde met het gouden kalf. Hij weet dat God toen "berouw had over het kwaad dat Hij had uitgesproken. 46) 
Even tussendoor: als wij ergens berouw over hebben zien we in dat we verkeerd zijn geweest. Dat is bij God natuurlijk niet aan de orde. Zijn berouw betekent dat Hij niet gaat doen wat Hij eerder van plan was. God kan Zich laten verbidden.
Jona weet ook dat God destijds aan Mozes Zijn eigenlijke Naam liet horen: "barmhartig en genadig, geduldig en groot aan goedertierenheid". 47) 
Maar kent Hij God zo uit eigen ervaring? Zou hij ooit zelf "geproefd hebben dat de Heer goedertieren is"? 48) 
Het is net alsof zijn diepe weg in de zee hem totaal niet veranderd heeft. Alsof Gods genade wel bij anderen werkt maar niet bij hem.
Jona is echter niet de enige. De hardheid van veel christenen doet vermoeden dat Gods genade heel vaak ontbreekt. 49) 

- Gods reactie

God heeft inderdaad veel geduld. In dit boek heeft Hij verreweg het grootste geduld met Jona. Maar deze lijkt er helemaal niet van onder de indruk te komen.
De liefdevolle vraag "Ben je terecht boos?" wordt door Jona niet eens beantwoord! Hij draait zich om en gaat buiten Ninevé zitten wachten.

Maar God is nog niet klaar met Jona. Alles staat Hem ter beschikking om met Jona tot Zijn doel te komen. Na de vis 50) , beschikt God nu een wonderboom, een worm en een oostenwind. 51)  Allemaal ten dienste van Jona.

De schaduw van de wonderboom overtreft de schaduw van zijn zelfgemaakte hut. Jona is blij. Dat is voor het eerst, hoewel er eerder al redenen geweest zijn om blij te kunnen worden.
Jona is niet verbaasd over de wonderboom, die hij ongetwijfeld voor het eerst in zijn leven gezien heeft. Wanneer de volgende dag die wonderboom verdort door toedoen van een worm, en een oostenwind een verzengende hitte veroorzaakt, gaat Jona zich nog steeds niets afvragen.

- 120.000 kleine kinderen

Als blijkt dat Jona niets geleerd heeft, vraagt God hem opnieuw: "Ben je terecht boos?" 52)  En opnieuw erkent Jona onomwonden hoe boos hij is.
Dan vergelijkt God geduldig Zijn hart met dat van Jona.
Jona heeft niet voor die ene wonderboom gezwoegd en hem ook niet laten groeien.
God is bewogen met 120.000 kleine kinderen, waarvoor Hij wél zwoegt en die Hij wél laat groeien. Deze kleinen is het kwaad in Ninevé niet aan te rekenen. Zij kennen het verschil niet eens tussen hun linker- en rechterhand. Als de hele stad zich massaal voor God verootmoedigt, zou God dan die stad niet sparen, juist vanwege zoveel kleine kinderen? 53) 
Niet alleen de kinderen, maar ook het vee. God rekent erop dat deze Ninevieten Hem blijven offeren, evenals de zeelui. Iedereen met wie Jona in contact komt verandert in iemand die Jona's God, de God van Israël gaat aanbidden!
Alleen Jona komt niet tot offeren. Hij is de enige die niet dankbaar is.

Met die open vraag sluit het indrukwekkende, profetische boek af. Dit boek geeft ons zicht op Christus, op Gods weg met Israël, op ons eigen hart, maar vooral op Gods genade.
De vraag of Jona uiteindelijk iets van Gods genade geproefd heeft en is gaan danken blijft onbeantwoord. Gods bewogenheid voor kleine kinderen is het sluitstuk en de grondslag waarop ook vandaag elke ouder mag staan die kinderen heeft op te voeden.

"Laat de kinderen begaan en verhinder hen niet bij Mij te komen, want voor hen is het koninkrijk der hemelen." 54) 


 

Dit is een samenvatting van lezingen over Jona in Assen (20 september 2014) en in Warffum (27 september 2014)