Hoge en lage bronnen

Het belang van een graanmolen

"Men zal de handmolen of de bovenste molensteen niet tot pand nemen, want dan neemt men het leven tot pand" (1)

Voordat Israël het beloofde land binnentrekt, neemt God met hen de wet nog eens door, en voegt er nog een paar interessante voorschriften aan toe.
Zo ook dit voorschrift over iemands eigen graanmolen.

Het zou kunnen voorkomen dat een Israëliet in de schulden komt. Dan neemt de schuldeiser een onderpand, zodat hij zeker weet dat de schuld eens zal worden terugbetaald. Er zijn verschillende onderpanden mogelijk, maar nooit iemands graanmolen!

Vroeger kenden wij onze koffiemolen, een handzaam apparaat om koffiebonen mee te malen. Iets vergelijkbaars kenden de Israëlieten om hun graan te malen tot meel, zodat ze er brood van konden bakken.
En als het om grotere huishoudens ging, had men een paar molenstenen.

God wil dus voorkomen dat er in een huishouden geen brood meer gebakken zou kunnen worden. Dit is hun leven!
Hij spreekt specifiek over 'de bovenste molensteen'. Waarom? Dat is de eerste steen die in aanmerking zou komen als de schuldeiser zijn oog op de molenstenen zou laten vallen. Maar die steen moet blijven liggen, want de graanmolen moet 100% intact bijven!
Een eerste stap om iemands broodvoorziening af te breken is voor God onacceptabel.

God wil dus dat Zijn volk elke dag brood eet, hoe slecht hun situatie ook is. En dat is vandaag nog steeds zo. Wij mogen zo'n voorschrift op onszelf toepassen. De Heer Jezus is ons brood en dat is ons leven! (2)
Als we geestelijk gezond zijn, dan is het geen opgave om de Bijbel te lezen, waarin we op elke bladzijde wel iets van de Heer Jezus tegenkomen. Zelfs als we er wat moeite voor moeten doen is het geen probleem, want het is ons voedsel, ons leven. Daar genieten we van.

Maar stel nou dat het niet zo goed gaat. Ik heb gewoon geen zin, doe liever andere dingen.
Of nog erger: ik heb een schuld opgebouwd. Dat kan elke christen overkomen, ook mij. Ik heb gezondigd en ik weet dat ik dat in orde moet maken. En toch heb ik geen zin om dat te doen. Wat dan?
Mijn gevoelens zijn geen norm, want ze kunnen mij bedriegen. Adviezen van anderen zijn ook riskant wanneer de Bijbel dichtblijft. Dus hoe verder?

God wijst mij steeds op mijn handmolen. Ik heb de Bijbel, waarin ik steeds meer ontdek over Zijn Zoon. Ik moet eten, want Hij is mijn leven. Ik heb geen enkel excuus wanneer de Bijbel een poosje dichtblijft. Dan heb ik gewoon mijn prioriteitenlijstje niet op orde.

Als de Heer hierover spreekt, leidt dat tot een tweespalt onder zijn toehoorders (3).
Voor een groot aantal discipelen klinkt dit nogal hard in de oren, zeker wanneer de Heer er ook nog eens aan toevoegt: "Het vlees is van geen enkel nut". Het zal je maar gezegd worden! Zij haken af.
Twaalf discipelen blijven achter, en de Heer geeft hen de mogelijkheid om ook weg te gaan. Maar dan komt Simon Petrus! Diep uit zijn hart komt zijn overtuiging dat er buiten de Heer niemand is, die hen iets te bieden heeft. Alleen Hij heeft woorden van eeuwig leven!


terug naar 'Hoge en lage bronnen' - overzicht