Hoge en lage bronnen

Wat de Heer van ons vraagt

"Hij heeft u bekend gemaakt, o mens, wat goed is en wat de Here van u vraagt: niet anders dan recht de doen en getrouwheid lief te hebben, en ootmoedig te wandelen met uw God." (1)

De profeet Micha profeert onder de koningen Jotam, Achaz en Hizkia. Verder weten we van hem niets, dan alleen de inhoud van zijn boek 'Micha'.
De andere profeet Micha profeteerde onder koning Achab, en is dus iemand anders (2).

Afgoden

Micha krijgt de opdracht om het volk Israël aan te spreken op hun afgodendienst. Er zijn wel meer zonden te noemen, maar dit kwaad zit bij hen heel diep en zij dragen het al heel lang met zich mee.

We zouden het niet direct vermoeden, maar al vóór hun bevrijding uit Egypte dient dit volk afgoden, en zij zijn dat tijdens hun 40-jarige reis door de woestijn blijven doen. De oproep van Jozua is bepaald niet misplaatst (3), maar ze luisteren niet.
Als zij in het land wonen vertelt het boek Richteren dat zij bijna voortdurend de afgoden van de hen omringende volkeren hebben gediend.
En dat blijft maar doorgaan.

Gods beloften

Desondanks blijft God vasthouden aan Zijn plannen: de Messias komt! Tussen alle waarschuwingen door mag Micha deze belofte laten oplichten over 'de doorbreker' (4), die Zijn rijk van vrede gaat oprichten (5), en die eens in Bethlehem geboren zal worden (6).

En tot die tijd?
Zolang de Messias er nog niet is, en dit volk zó worstelt met afgoden, vraagt God niets anders dan recht doen, getrouwheid lief hebben en ootmoedig wandelen met hun God.
En laten het nu juist déze punten zijn waarop vooral de leiders van het volk het hebben laten afweten.

 

 

Onze afgoden

Dit is Israël overkomen tot onze lering, ook (of misschien wel: juist) met betrekking tot afgodendienst. Hebben wij, christenen, dan afgoden?
In het Nieuwe Testament vinden we er concreet twee:

1) 'beelden' van antichristen

Johannnes schrijft zijn eerste brief om (met name jonge) gelovigen te waarschuwen voor verkeerde leringen over de Heer Jezus. Hij legt uit dat Hij volkomen God én volkomen Mens is in één Persoon (7). Dat is het enige juiste 'beeld' van de Heer Jezus Christus, de Zoon van God. Er zijn veel antichristen die dit 'beeld' willen vervangen door een ander, en dat is niets anders dan een afgod (8).

2) hebzucht

Hebzucht is de ultieme vorm van ego-centrisch gedrag: Ik sta in het middelpunt. Alles is er op gericht dat ik zoveel mogelijk ontvang. En daarmee neem ik de plaats in die alleen aan God toekomt. Daarom noemt Paulus deze zonde 'afgodendienst' (9).

Beide afgoden vormen een levensgroot probleem voor ons christenen.
Wellicht denk ik dat mijn 'beeld' van de Heer Jezus zuiver bijbels is (en elke wedergeboren christen zou niets anders willen), maar het blijft nodig om alles wat ik lees of hoor over mijn Heiland te toetsen.
Maar hoe zit het met de hebzucht? Het materialisme?
Ben ik dan ook bereid om mijn wensen te toetsen? En wel aan de Enige, die gezegd heeft: "het is zaliger te geven dan te ontvangen", en die dat ook in Zijn leven heeft laten zien (10)?
Vooral deze laatste afgod blijft voor ons christenen een levenslange worsteling.

 

Gods boodschap aan ons

En toch richt God Zich ook vandaag tot zulke christenen met de boodschap dat de komst van de Heer Jezus aanstaande is. Juist wanneer de leiders in de gemeente van God het belang van die komst niet meer inzien, is God op zoek naar de individuele christen.
Voor Hem is dat de 'mens Gods' die weet:

a) wat goed is

Die kennis krijg ik door de Heer Jezus te leren kennen in Zijn leven op aarde. "Hij ging het land door, goed doende" (11).
Hoe kwam Hij aan die kennis?
"Hij opende elke morgen zijn oor als iemand die geleerd wilde worden" (12), namelijk om te weten wat Hij die dag zou moeten zeggen of zwijgen, doen of nalaten, gaan of wachten.
Die mogelijkheid heeft elke christen!

b) wat de Here van u vraagt

Ja, de Heer vraagt iets. Het is niet veel, slecht drie dingen. Een soort minimum pakket dus, maar elk onderdeel is bijzonder waardevol omdat ook dit ons brengt bij de Heer Jezus.
God vraagt niets anders te doen dan:

  1. wat recht is
    'Recht', 'gerechtigheid' en 'rechtvaardigheid' zijn begrippen die iedereen wel eens gebruikt, maar die vaak niet meer betekenen dan dat iemand vindt dat ie het beter doet dan een ander. Zelfs onder christenen lijkt dat vaak de enige norm te zijn.
    Johannes de Doper roept de mensen op om zich klaar te maken voor de naderende Koning, en dat betekent dat levens moeten veranderen (13).
    Straks komt de Heer voor de tweede keer. En als ik Hem met blijdschap wil ontmoeten, dan gaat het er niet om dat ik mijzelf beter vind dan een ander, maar dat er in mijn leven vrucht is "aan de bekering waardig" (14).

  2. getrouwheid lief te hebben
    'Getrouwheid' heeft te maken met 'goed' en 'vroom', woorden die passen bij mensen als Noach, Job en Daniël. Voor ons idee is hun geloofsleven hoog verheven boven het onze.
    Dat mag zo zijn, maar het weerhoudt God er niet van om het ook van mij te vragen. God wil in mij ook iemand zien die met grote eerbied en in diep vertrouwen naar Hem opziet.
    Dat is de basis voor een vroom leven vanuit liefde.

  3. ootmoedig te wandelen met uw God
    Dit laatste ligt dan in het verlengde van de beide vorige punten, als een mooi sluitstuk.
    Henoch en Noach wandelden met God. Wat een intimiteit en vertouwen.
    'Ootmoedig' of 'nederig' is hét kenmerk van de Heer Jezus, en dat wil Hij ons heel graag leren (15). Hij komt met die uitnodiging wanneer duidelijk is dat Hij door Zijn volk verworpen wordt. Zij accepteren Hem niet als hun Koning, als hun Messias.
    Uit Hij Zich dan in zelfmedelijden? Nee, Hij buigt Zich neer en dankt Zijn Vader! (16)
    Soms laat Hij een vernederende situatie toe in mijn leven. En dan? Is dat voor mij een reden tot boosheid of zelfmedelijden? Nee, het is weer zo'n leermoment om mij te leren buigen en te leren danken.
    "Mijn Heer en mijn God"!


terug naar 'Hoge en lage bronnen' - overzicht