De nauwe poort

"Strijd om binnen te gaan door de nauwe poort, want velen, zeg Ik u, zullen proberen binnen te gaan en het niet kunnen" (Lukas 13 : 24)

Als de Heer Jezus spreekt over de nauwe poort dan lijkt het alsof het bijna onmogelijk is om er doorheen te gaan. Het kost strijd en velen lukt het niet.
Niet echt een aansporing om je leven aan Hem toe te vertrouwen!
Of zou Hij iets anders bedoelen?

Hij spreekt in ieder geval niet over de deur der schapen 1. Die deur is namelijk helemaal niet smal, en er wordt geen enkele belemmerende factor genoemd om er binnen te gaan. Die staat wijd open voor iedereen die de Heer Jezus als Heiland aanneemt.
Ieder die door díe deur naar binnen gaat mag zich een kind van God noemen, en een schaap van die ene kudde, waarvan de Heer Jezus die ene Herder is 2.
Dat kost geen enkele strijd. Dat is pure genade en een grote zegen!

Op weg naar Jeruzalem

Wat is de aanleiding om over de nauwe poort te spreken?
De Heer Jezus "reist door dorpen en steden, terwijl Hij leert en op reis is naar Jeruzalem". Dat brengt iemand tot het stellen van de vraag: "Heer, zijn het weinigen die behouden worden?" 3.
Het onderwijs van de Heer hangt dus samen met Zijn reis naar Jeruzalem, en de vraagsteller begrijpt dat het een pittige reis is!
In Zijn antwoord maakt de Heer het niet mooier dan het is: de ingang is een nauwe poort 4. Inderdaad geen gemakkelijke toegang dus.

Wanneer begint die weg voor de Heer Jezus?
Het antwoord op die vraag staat in Lukas 9. In dat hoofdstuk staan de mooie belijdenis van Petrus 5 en de verheerlijking op de berg 6. Momenten die wijzen op Zijn openlijke regering als Messias.
Maar het is ook het hoofdstuk waarin de Heer begint om iemand die Hem wil volgen voor te bereiden op Zijn weg. Op die weg staat namelijk allereerst een kruis, niet alleen voor Hem maar ook voor iedere discipel 7.
De volgorde is dus: eerst een kruis, daarna een troon.

Wat Hèm betreft bestaat er geen aarzeling. Vastbesloten wendt Hij Zich naar Jeruzalem. Vanwaar die vastbeslotenheid?
De Heer is toch vanaf het begin duidelijk geweest over het doel van Zijn komst? 8 Dat klopt. Die vastberadenheid wordt nu voor iedereen zichtbaar omdat "de dagen van Zijn opneming in vervulling zijn gegaan" 9.
Hij gaat heel binnenkort terug naar Zijn Vader, maar eerst wacht Hem een kruis. Dat staat dus nog eerder te gebeuren, en vanaf dat moment is Zijn aangezicht gericht naar Jeruzalem, naar het kruis.

De opname van de Heer Jezus

Wanneer wij aan 'de opname' denken, dan gaat het gewoonlijk over 'de opname van de gemeente' 10. En dat is goed. Maar we vergeten wellicht dat er al een opname geweest is, namelijk 'de opname van de Heer Jezus', zoals Zijn hemelvaart meer dan eens genoemd wordt 11.
In de hemel zal Hij met eer en heerlijkheid gekroond worden, maar wat de aarde betreft is Hij een verworpen Christus.
Dat is vanaf nu aan Hem te zien.

In het daarop volgende bezoek aan een Samaritaans dorp wordt dat duidelijk 12. Boden treffen voorbereidingen voor een langer verblijf, maar de Samaritanen weigeren Hem te ontvangen.

De reden? Hij heeft Zijn aangezicht naar Jeruzalem gericht!
Op het eerste oog een merkwaardige reden. Er zullen immers wel meer Joden onderweg zijn naar Jeruzalem? En ook Zijn Jood-zijn is geen aanleiding.
Maar wat dan wel? De Samaritanen stellen bij Hem iets bijzonders vast in Zijn aangezicht. Is het de vastberaden blik op Zijn kruis? Is het hun teleurstelling dat de Christus eerst moet lijden en sterven, terwijl zij aanvankelijk zo enthousiast waren? 13
Wat het precies is, wordt ons niet verteld. Zij kunnen het in ieder geval niet verdragen.

Het is opmerkelijk dat de discipelen een heel andere conclusie trekken. Zij hebben kennelijk meer oog voor het gebrek aan respect bij de Samaritanen dan voor Zijn aangezicht.
De Heer echter neemt het de Samaritanen helemaal niet kwalijk! Hij verwijt juist de discipelen een andere geest te hebben.

Sterven in Jeruzalem

Na Zijn toelichting over de nauwe poort komen er "diezelfde dag" enkele Farizeeën met de waarschuwing dat Herodes Hem wil doden en dat Hij daarom beter kan vertrekken 14. Het is nauwelijks voor te stellen dat dit advies bedoeld is om het leven van de Heer te sparen. Zij bedenken immers plannen om Hem te doden? 15
En hoewel Herodes het leuk zou vinden om de Heer eens te zien 16, weet de Heer dat hij een huichelachtige lafaard is 17.
De Heer wordt dus geconfronteerd met twee soorten huichelarij van mensen die uit zijn op Zijn dood.

De Heer staat boven elke huichelarij. Vastberaden vervolgt Hij Zijn weg!
Hij maakt duidelijk dat Hij vandaag en morgen doorgaat met werken, en dat Zijn werk pas op de derde dag wordt afgerond. En dat die afronding niet anders betekent dan dat Hij in Jeruzalem zal worden omgebracht, zoals dat met alle profeten tot nu toe gebeurd is! 18
Dat is het eindpunt van Zijn reis. Niemand brengt Hem daar vanaf.

Het onderwijs van de Heer is in het kort:
eerst Zijn werk afronden, vervolgens sterven aan het kruis en tenslotte Zijn opname.
Dit is van Zijn aangezicht te lezen.

Zijn kruis dragen

Dit onderwijs is inderdaad niet prettig om te horen. Maar het hoort helemaal bij de manier waarop de Heer Jezus ieder voorbereidt die Hem wil volgen.

Het beginpunt van die weg is het moment waarop ik openlijk belijd een discipel van de Heer Jezus te zijn. Dat doe ik in de doop.
Op dat moment belijd ik dat de oude mens is gekruisigd en dat ik op een nieuwe manier wil leven 19.
Met welk vooruitzicht? Dat ik in de hemel wordt opgenomen?
Ja, dat is zeker onderdeel van mijn christelijke hoop, maar de Heer heeft het hier over het leven als christen op aarde.

Vanaf mijn doop doemt het kruis elke dag op. Nee, niet het kruis als de plaats waar verzoening tot stand komt. Dat is eens en voor altijd gebeurd door Christus, en dat kón ook niemand anders doen.
Wat voor mijn ogen opdoemt is het kruis als de plaats waar de oude mens is gekruisigd, en waar dus ook niets meer van verwacht kan worden. Dat hoort mijn leven te kenmerken.
Deze verloochening is de ultieme vernedering in het onderwijs van de Heer Jezus 20.

Strijd

Vernedering (zelfverloochening) betekent dat ik mijn leven moet willen verliezen, en de regie wil leggen in de handen van de Heer. Dat kost een enorme strijd! Ik hoef niet tegen iemand anders te strijden, want niemand wil mij tegenhouden. De enige tegen wie ik strijd heb te leveren ben ikzelf.

Het is nodig om de zaken die ik wil vasthouden eerlijk onder ogen te zien. Deze zouden mij te omvangrijk maken om door die nauwe poort naar binnen te gaan. Het zijn geen zaken die als een complete lijst in de Bijbel staan, maar die wel heel herkenbaar zijn zoals:

  • dingen om trots op te zijn, waardoor ik uitblink boven een medechristen
  • dingen om beschaamd over te zijn, maar die ik koester om zo met mijn nederigheid te pronken
  • dingen waarin ik tekort schiet, maar die ik niet wil veranderen omdat ik anders aan het werk moet (voor de Heer)
  • terechte kritiek van anderen, die ik onterecht koester als 'lijden voor de Heer'
  • lasten die eigenlijk te zwaar zijn, maar die ik niet wil loslaten omdat het prettig is om aandacht en medeleven te krijgen.

Zo zijn er nog veel meer ik-gerichte zaken in ons materiële en geestelijke leven die ons behoorlijk kunnen hinderen om de Heer te volgen.

Het is mooi om gedoopt te zijn, maar dat is nog geen garantie dat ik als discipel lééf. De nauwe poort is de toegang tot mijn leven als discipel op aarde.
Het kan zijn dat het niet altijd lukt, of dat ik even 'een andere geest' heb. Dat is geen enkel probleem, want de Heer kent mij. Hij voedt mij in liefde op.
Als mijn gebed maar is:

"Doorgrond mij, o God, en ken mijn hart, beproef mij en ken mijn gedachten.
Zie of er bij mij een schadelijke weg is en leid mij op de eeuwige weg."
21