Profeten en profetieën

Inleiding

In toenemende mate hebben we te maken met profeten en profetieën. Dat levert veel vragen op, en dat is heel terecht, want we merken dat het niet altijd eenvoudig is om er direct een duidelijk beeld over te hebben.
We gaan er immers van uit dat degenen die er enthousiast over zijn de Heer Jezus van harte liefhebben en Zijn Woord serieus nemen. Die kenmerken gelden trouwens ook voor hen die moeite hebben met sommige uitingen van profetie.
Daarom is het goed om enkele gegevens uit de Bijbel op een rijtje te zetten. De bedoeling is niet om wie dan ook te beoordelen (en al helemaal niet te veroordelen), maar om zélf de Bijbel biddend te onderzoeken, ook wat betreft dit onderwerp.

Profeten (en profetessen) komen we in de hele Bijbel tegen, vanaf de eerste (echte) profeet Henoch (1), tot aan de laatste (valse) profeet (2). Voeg daarbij dat veel Bijbelboeken geschreven zijn door een profeet, of naar hem vernoemd zijn, en het is duidelijk dat het personen zijn die een belangrijke taak vervullen.

Profeten zijn zelfs zó belangrijk dat God extra op hen let (3) en hen soms wonderlijk verzorgt (4).

Gewone profetendienst

Paulus omschrijft profetendienst als "spreken voor mensen tot opbouwing, vermaning en vertroosting" (5). Dat is door alle eeuwen heen een belangrijke taak geweest, ook vandaag. Zelfs in de toekomst, ná de opname van de gemeente, zullen er nog profeten zijn (6).

Elke dienstknecht van God zal zich bedienen van het Woord van God. Een evangelist zal zijn boodschap ontlenen aan Bijbelverzen, een herder zal zijn pastoraal werk onderbouwen vanuit een gezonde Bijbelvisie, en een leraar legt Gods Woord uit.
Ook de profeet doet dat, maar zijn accent ligt iets anders. Hij is meer de spreekbuis van God, zoals Aäron de spreekbuis van Mozes was (7). Hij is iemand die namens God de juiste woorden op het juiste moment spreekt. Dat kan zowel "onder vier ogen" als in het openbaar.

We zouden dit de gewone profetendienst kunnen noemen. Daar komen we zo meteen op terug. We willen eerst kijken naar de bijzondere profetendienst.

Bijzondere profetendienst


- in het Oude Testament

Bijzondere profeten treden in het Oude Testament vooral op zodra het volk van God is afgedwaald (8). God stuurt hen op pad met een oproep om tot Hem terug te keren onder belijdenis van schuld.

Heel vaak voegt God aan zo'n oproep de belofte toe dat Hij ook weer gaat zegenen (9), want Hij is geen God die het fijn vindt om te straffen. Het is juist Zijn verlangen om te zegenen. Die zegen kan het volk dan binnen afzienbare tijd tegemoet zien, maar meestal gaat de volledige vervulling van die zegen pas komen bij de verschijning van Christus en het begin van Zijn Messiaanse vrederijk (10).
Het is opmerkelijk dat deze profeten niet weten over wie of over welke tijd zij profeteren. Zij hebben wel geprobeerd het te begrijpen, maar het bleef voor hen verborgen (11).

Johannes de Doper is de laatste van deze categorie profeten (12).
Hun taak houdt op zodra de Heer Jezus aan Zijn openbare dienst begint.


- in het Nieuwe Testament

Na de dood en opstanding van de Heer Jezus komen we een 'nieuw' soort profeten tegen.
Samen met de apostelen vormen zij het fundament van de gemeente (het huis van God), waarop alle andere gelovigen als levende stenen worden opgebouwd (13). Aan deze apostelen en profeten (en niet aan anderen vóór hen (14)) wordt de grote rijkdom van Christus geopenbaard: een opgestane en verheerlijkte Mens in de hemel, verbonden met de gemeente.

De apostelen worden door de Heer uitgezonden om de diepe inhoud van het evangelie uit te dragen. Sommige apostelen werken voornamelijk onder Joden (zoals Petrus), terwijl anderen een duidelijke roeping hebben om naar de volken te gaan (zoals Paulus) (15). Hun startpunt is Jeruzalem.
Het is opmerkelijk dat ook deze bijzondere profeten uit Jeruzalem komen:

  • wanneer Paulus en Barnabas een jaar lang in Antiochië werken komt er vanuit Jeruzalem een groep profeten, onder wie Agabus. Hij spreekt een profetie uit die korte tijd later in vervulling gaat (16).
    Later profeteert Agabus nog een keer, en ook deze profetie is in vervulling gegaan (17). Zo'n dienst is een duidelijke bevestiging van het werk van de apostelen in deze nieuwe gemeente.
  • nadat de apostelvergadering in Jeruzalem een besluit heeft genomen, stelt men een antwoordbrief op die de apostelen Paulus en Barnabas meenemen naar Antiochië, terwijl zij worden vergezeld door Judas en Silas, die voorgangers (leiders) en profeten zijn (18).

Een ander voorbeeld van deze samenwerking is het schrijven van het Nieuwe Testament. Dat is hoofdzakelijk door apostelen geschreven. De overige schrijvers (Markus, Lukas en Judas) hebben door hun bijdrage het werk van de apostelen compleet gemaakt. We mogen hen daarom wellicht ook profeten noemen.
Zo hebben apostelen én profeten gezamenlijk het fundament van de gemeente van God gelegd, maar daarmee is hun taak ook opgehouden. Daarom is er geen volgende generatie apostelen en profeten gekomen (althans van deze bijzondere categorie profeten).


- kenmerken van bijzondere profeten

Samenvattend kunnen we van deze bijzondere profeten zeggen:

  1. de periode waarin zij profeteren kent een duidelijk eindpunt
  2. zij spreken een woord dat van belang is voor dát moment, maar hun kracht ligt vooral in het brengen van een boodschap over een toekomstige gebeurtenis.

Het functioneren van gewone profetie

De gemeente in Korinthe vond de gaven nogal indrukwekkend, met name het spreken in talen. In vergelijking daarmee was profetie in hun ogen niet zo interessant.
Paulus zet zulke uitingen van de Geest in het juiste perspektief, en noemt profetie juist daarom belangrijker omdat het tot opbouw van de gemeente dient (19).

In zijn toelichting behandelt hij vooral het profeteren in de samenkomst, en stelt dat maximaal drie broeders dat doen (één voor één), "opdat allen leren en allen vertroost worden" (20).
Dat is van vitaal belang. Daarom moeten "de anderen het beoordelen" (20). Dit wordt bij geen enkele andere geestelijke uiting (zoals evangelist, herder, leraar) vermeld, en dat geeft het grote belang van profetie wel aan. Het is dé manier van God om die woorden te laten horen, die Hij op een bepaald moment nodig vindt.

Daarnaast zijn er genoeg mogelijkheden om elkaar (persoonlijk) te bemoedigen: samen zingen (21), een brief, een bezoek (22) of de meer moderne manieren als een telefoontje of een mailtje.
Ook dat is een vorm van profeteren. Hoewel iedereen dit in principe kan doen (zoals ook iedereen in principe het werk van een evangelist kan doen (23)), is het mooi om te merken dat sommigen een specifieke gave hebben.

Het einde van gewone profetie

Toch houden deze uitingen van de Geest (dus ook profetie) allemaal een keer op, en wel "als het volmaakte gekomen is" (24).
Uit het verband blijkt dat Paulus doelt op het moment dat de Heer ons (de gemeente) in Zijn heerlijkheid heeft opgenomen, want dan zien we "van aangezicht tot aangezicht" (25).
In de hemel is geen Geestesgave meer nodig. Die heeft alleen een functie zolang we op aarde zijn. Dat zou de gemeente in Korinthe moeten helpen om een bepaalde Geestesgave te relativeren.
Paulus noemt het zelfs "kinderlijk" om zoveel belang te hechten aan een opvallende gave. Het is immers veel "mannelijker" (volwassener) (26) om op de uitwerking van een gave te letten. Het accent hoort te liggen op het opbouwen van de gemeente. In dat opzicht is profetie veel nuttiger dan het spreken in talen, maar het nut van alle gaven reikt hooguit tot aan de komst van de Heer.
Het enige dat altijd blijft is de liefde. Daarom is dat het belangrijkste (27).

Valse profetie

Profeten vervullen dus een belangrijke taak. Dan is het te verwachten dat de tegenstander (satan) zal proberen om dit te imiteren. Luther noemde hem al "de aap van God", die op een geraffineerde manier gelovigen kan misleiden. Hij doet zich dan voor als een engel van het licht (28).
Terecht roept Johannes op om "de geesten te beproeven of zij uit God zijn" (29).
God waarschuwt ernstig voor valse profeten. Al in het Oude Testament geeft Hij een paar aanwijzingen om een valse profeet te kunnen herkennen:

  1. hij leidt het volk naar een andere god (30)
  2. zijn woord wordt niet vervuld (31).

Dat lijken simpele aanwijzingen, maar toch waren er veel z.g. profeten die het echt niet waren, maar die wel grote invloed hadden. Denk aan Zedekia en zijn vele collega's (32).
Beide aanwijzingen zijn vandaag ook erg belangrijk.


- een andere god?

Bij het beoordelen van profetie is het altijd belangrijk om ons af te vragen of het spreken over God en over de Heer Jezus overeenkomt met de wijze waarop Gods Woord Hen beschrijft.
Spreekt men over Christus als "gestorven, begraven en opgewekt naar de Schriften" (33), of wordt het kruis nauwelijks genoemd? Spreekt men over Hem als God en Mens in één Persoon? Allemaal belangrijke vragen!


- een toekomstige gebeurtenis?

Het komt ook voor dat er een profetie wordt uitgesproken over een toekomstige gebeurtenis. We hebben al gemerkt dat dat kenmerkend is voor bijzondere profeten, die er inmiddels al niet meer zijn.
Bij zulke profetieën dienen we vandaag uiterst terughoudend te zijn. Toch is Gods Geest gelukkig niet aan banden te leggen, en kan Hij in uitzonderlijke situaties een boodschap hebben over iets dat in de nabije toekomst gaat gebeuren. Maar dat zal diezelfde Geest van God op een geestelijke wijze laten weten, zowel aan degene die zo'n profetie mag brengen als aan degene voor wie die bestemd is, zodat glashelder is van Wie de profetie afkomstig is.
Ananias krijgt een visioen (profetie) over Saulus (34), en Petrus krijgt er één over Cornelius (35). Zowel Saulus als Cornelius kijken er niet vreemd van op.