De bruiloft van het Lam

Wie vormen het bruidspaar?

In de beschrijving van deze bruiloft treffen we een bruidegom en een bruid aan (1). Er kan geen misverstand bestaan over de vraag wie de bruidegom is. Het is duidelijk dat het de Heer Jezus is. Hij is het Lam en het is Zijn bruiloft (2).

Maar wie is de bruid?
In het O.T. wordt Israël (en met name de stad Jeruzalem) de vrouw of de bruid van de Heer genoemd. Vanwege haar overspelig gedrag heeft Hij haar tijdelijk verstoten, maar als de Heer Jezus straks als de Messias op aarde zal verschijnen, wordt de relatie met Jeruzalem weer helemaal hersteld (3).
In het N.T. is de gemeente de bruid van Christus (4). Zij is nu verloofd en zal dus straks met Hem in het huwelijk treden.
Heeft Christus dan straks twee bruiden, twee vrouwen?


- beeldspraak : openlijke liefde en een feestelijk begin

Woorden als bruid, vrouw, stad, huis, kudde en leger zijn bedoeld om bepaalde kenmerken naar voren te brengen, die God in de gemeente ziet. Het is beeldspraak, zoals bijvoorbeeld blijkt uit het feit dat de bruid, de vrouw van het Lam vergeleken wordt met een stad (5).
Dergelijke beeldspraak gebruikt de Bijbel ook om de relatie te beschrijven tussen God (of de Messias) en het volk Israël.
In het beeld van bruidegom-bruid ligt de nadruk op de openlijke liefde en het feestelijke begin.
Wat Israël betreft denkt God graag terug aan die begintijd (6). Hij zal die relatie weer helemaal herstellen (7).
Het is duidelijk dat dit gaat over het aardse volk Israël.


- de bruid: de gemeente

Hier in Openbaring 19 wordt vanaf vers 1 de aandacht gericht op de hemel (8).
Daar vindt een bruiloft plaats totdat (vanaf vers 11) de Koning der koningen vanuit de hemel neerdaalt om oorlog te voeren met de koningen van de aarde (9).
De enige conclusie kan dan zijn dat de bruid de gemeente is, die enige tijd eerder door de Heer werd opgenomen in de hemel.


Voorbereiding op de bruiloft

In de aanloop naar een bruiloft zijn in de Bijbel een paar dingen van belang.


- verloving / ondertrouw

Zodra er overeenstemming is om te gaan trouwen, worden er afspraken gemaakt. Dit is het begin van de verlovingstijd. De man en de vrouw weten van elkaar dat zij zich voorbereiden op hun huwelijk. Voor de man is er dan één vrouw waar zijn hart naar uit gaat, en zij is dan ook al "zijn vrouw" (10), hoewel zij nog niet getrouwd zijn.
Omgekeerd geldt dat voor de vrouw natuurlijk ook.

Christus heeft de gemeente liefgehad en Zich voor haar overgegeven (11). Dit is voor het eerst zichtbaar geworden op het kruis, maar Hij zal Zich daarna altijd met haar bezighouden door haar te voeden en te koesteren (12).
Deze periode is dan ook de verlovingstijd (13), een fase waarin zij al 'de vrouw' van Christus genoemd wordt (14).

Als de toewijding van Christus naar ons zó volmaakt is, dan is het duidelijk dat Hij in ons leven op aarde al de centrale Persoon hoort te zijn om Wie alles gaat.


- met vrienden en gasten op weg naar de bruiloft

Na enige tijd vindt de eigenlijke bruiloft plaats.
De vrienden van de bruid en van de bruidegom vergezellen hen naar de bruiloftszaal.

Johannes de Doper is zo'n vriend van de bruidegom (15). Hij ontmoet in de Heer Jezus de bruidegom. Hij weet dat hij niet tot het bruidspaar behoort, maar als vriend van de bruidegom is hij wèl blij om diens stem te horen, want dan weet hij dat de bruiloft aanstaande is.

Bij de opname van de gemeente zullen de doden in Christus eerst opgewekt worden (16). Dat zijn niet alleen de ontslapen gelovigen die tot de gemeente behoren (zij horen bij de bruid), maar ook de ontslapenen uit het Oude Testament, dus mensen als Abel, Abraham en ook Johannes de Doper.
Lees hier meer over de opname.
Deze laatste categorie gaat met ons mee bij de opname en is dus in de hemel ten tijde van de bruiloft. Zij zijn de bruiloftsgasten.


De bruiloft

Nadat het oordeel over de valse kerk (Babylon) is uitgevoerd (17), klinkt er in de hemel een machtig "Halleluja", want "de Heer, God, de Almachtige, heeft zijn koninschap aanvaard" (18).
Onmiddelijk daarna volgt het verslag van de bruiloft. Het aanvaarden van het koningschap en de bruiloft hebben dus met elkaar te maken. Zij luiden het begin in van de duizendjarige regeringsperiode van Christus.

Zoals bij iedere bruiloft zijn ook hier drie hoofdpersonen.


1) de bruidegom

Het is Zijn bruiloft, zoals alles om de Heer Jezus draait, zeker in de profetie (19).
Toch is het niet de bruiloft van de Koning, maar de bruiloft van het Lam.

Als de Heer Zijn dienstwerk op aarde begint, wijst Johannes de Doper op Hem en roept: "zie, het Lam van God" (20). Daar komt de Heer, alleen, om uiteindelijk aan het kruis te sterven, alleen.
Na Zijn opstanding is Hij niet langer alleen (21), maar onlosmakelijk verbonden met ons, de gemeente.
Op het moment dat de bruiloft gevierd wordt, zal het er vooral om gaan dat het Làm de bruidegom is. Hij is dan in de hemel het glorieuze middelpunt, en niet langer alleen! Openlijk verklaart Hij Zijn liefde aan Zijn bruid, voor wie Hij op aarde kwam. Zij is die ene kostbare parel, voor wie Hij alles verkocht om die te kunnen kopen (22).


2) de bruid

De aandacht wordt nu verplaatst van de bruidegom (hoewel het Zijn bruiloft is) naar zijn vrouw. Haar voorbereiding is afgerond en zij heeft zich gereedgemaakt (23) (de bruidegom was dat kennelijk al).

Waarin bestaat haar voorbereiding?
Wanneer een bruid zich voorbereidt, dan betreft dat vooral haar bruidsjapon. Daar gaat ieders aandacht naar uit, ook bij de bruiloft van het Lam!
Onze bruidskleding zal uit bijzonder materiaal bestaan: de rechtvaardige daden van de heiligen! (24)
Tijdens ons leven op aarde zijn we er ons van bewust dat we horen bij het Lam, de Gekruisigde. Dat heeft risico's, want we zullen niet altijd rechtvaardig behandeld worden, evenmin als Hij.
Wij bevinden ons dan op vijandelijke bodem, maar juist daar schittert elke daad die we voor Hem doen, hoe klein ook en hoe snel we die ook vergeten zijn.
Hij vergeet er niet één!
Van al die daden weet God een schitterend kleed te weven, dat ons gegeven wordt. In die kledij past de gemeente helemaal bij haar bruidegom!


3) de vrienden / gasten

Johannes hoort zeggen: "Schrijf: gelukkig zij die geroepen zijn tot het bruiloftsmaal van het Lam" (25).
Wie zijn die geroepenen? Het is duidelijk dat de bruidegom en de bruid niet geroepen worden. Het is immers hún bruiloft?
Geroepen worden de vrienden en de gasten. Zij ontvangen de uitnodiging om bij de bruiloft aanwezig te zijn.

We hebben al gezien dat de gelovigen uit het Oude Testament de vrienden zijn op deze bruiloft. Nu moet Johannes nadrukkelijk opschrijven dat zij zich gelukkig mogen prijzen.
Waarom zou dat zijn? Voor wie zijn die woorden bedoeld?

Velen van deze gelovigen uit het Oude Testament kennen we als grote geloofshelden, die ons als voorbeelden dienen voor ons (vaak kleine) geloof (26). Maar wat onze positie met Christus betreft zijn we veel hoger geplaatst, want "de minste in het koninkrijk van God is groter dan hij" (27), d.w.z. groter dan Johannes de Doper, die eigenlijk nog behoort tot de categorie gelovigen uit het Oude Testament.
De woorden "gelukkig zij die geroepen zijn" zijn dan ook allereerst voor hèn bedoeld, om zich volwaardige gasten te weten.
Maar ze zijn ook bedoeld voor ons, zodat wij ons nu al bewust zijn van onze status, en niet onder ons geestelijke niveau leven.