Israël - gemeente

De gemeente: iets héél anders dan Israël

Met 'de Kerk' (met een grote K) bedoelen we niet een bepaalde denominatie, maar alle gelovigen wereldwijd, die samen de gemeente van Jezus Christus vormen (1). We willen dit gezelschap hier verder liever aanduiden met de meer Bijbelse term: de gemeente.

Over sommige onderwerpen hebben christenen uitgesproken opvattingen; maar die opvatingen lopen soms nogal uiteen. Denk aan 'de uitverkiezing'.
Het onderwerp 'Israël en de gemeente' is ook zo'n thema, en met name op het punt van de profetieën is dat te merken. Er zijn twee uiterste opvattingen:

  1. 'de Kerk is het geestelijk Israël'
    In (veelal) reformatorische kringen worden alle beloften voor Israël toegepast op de gemeente, nadat Israël tijdelijk verworpen werd.
    Dat past ook in de gedachtengang dat 'de Kerk bestaat van Adam af'. Immers (zo zegt men) vormen alle gelovigen uit het Oude en het Nieuwe Testament door alle eeuwen heen samen 'de Kerk'.
    Voor Israël als natie is er geen aparte toekomst.
  2. 'de profetieën zijn alleen maar voor Israël'
    In (veelal) evangelische kringen neemt Israël een prominente plaats in. De gebeurtenissen sinds de oprichting van de staat Israël in 1948 zijn een voorbode van de letterlijke vervulling van de profetieën uit het Oude Testament.
    Er is nauwelijks plaats voor de geestelijke toepassing van die profetieën voor de gemeente vandaag.

We hopen uit te kunnen leggen, dat we grote liefde hebben voor het waardevolle uit beide opvattingen. Dat betekent naar onze overtuiging:

  • een letterlijke vervulling van de profetieën voor het volk Israël, wonend in hun eigen land (2)
  • belangrijke geestelijke toepassingen van de profetie voor de gemeente vandaag (3).

We gaan eerst kijken naar het verschil tussen Israël en de gemeente op een aantal punten.

1) Het begin

Israël

Abraham is de eerste die hoort over een volk dat uit hem geboren zal worden (4). God heeft hem geroepen.
Toch is er een aanwijzing dat God al iets eerder aan dat volk dacht. Noach heeft over zijn zonen profetieën uitgesproken, die aangeven dat de mensheid in drie volkerengroepen zal worden opgedeeld. Het overzicht van al die volkeren staat in Gen. 10.
In de profetie over Sem noemt Noach God "de God van Sem" (5). Dat is merkwaardig, want God is toch de God van alle mensen? Dus ook van de nakomelingen van Cham en Jafeth? Ja, dat klopt, maar in de nakomelingen van Sem komt Heber voor, en deze Heber is een voorvader van Abraham (6). Aan Heber dankt het volk Israël zijn andere naam: de Hebreeën.
We kunnen dus eigenlijk zeggen, dat God Zijn volk Israël al zag in Sem, de zoon van Noach.

Het volk wordt steeds duidelijker zichtbaar vanaf het moment dat Jakob en zijn familie bij Jozef in het land Gosen gaan wonen. Daar spreekt Farao over "het volk der Israëlieten" (7) en spreekt God over "Mijn volk" (8).

De gemeente

God heeft de gemeente uitverkoren van vóór de grondlegging van de wereld, dus vóór de schepping in Gen. 1 en 2 (9), toen er nog helemaal geen mensen waren.
In Gods raadsbesluiten is de gemeente dus veel eerder aanwezig dan het volk Israël, maar ten tijde van het Oude Testament zwijgt God erover. Dat betekent dat niemand ook maar het vermoeden heeft dat er ooit zoiets zal komen als de gemeente van God.

Wanneer de Heer Jezus op aarde is, dan breekt dat grote moment bijna aan: "op deze rots zal ik Mijn gemeente bouwen" (10). Let wel: er staat "zál bouwen". Dus op het moment dat Hij dit zegt is de gemeente er nog steeds niet!

Pas nadat Israël als volk tijdelijk terzijde is gesteld begint Christus met de vorming van de gemeente. Ze wordt concreet zichtbaar wanneer Heilige Geest is uitgestort.
Alle gelovigen worden op dat moment tot een nieuwe eenheid gesmeed: het Lichaam van Christus, een eenheid met Hem als Hoofd en alle gelovigen als leden, samen in onverbrekelijke eenheid verenigd (1).
Vanaf dat moment gaat (met name) Paulus stapje voor stapje het geheim onthullen over Gods bijzondere plan met de gemeente in haar relatie tot de Heer Jezus. En dat stijgt ver uit boven Gods relatie tot Israël.

2) Zichtbare kenmerken

Israël

  1. samenstelling
    Een Israëliet is iemand die tot het lichamelijk nageslacht van Abraham behoort (4), of met een Israëliet is getrouwd (zoals Ruth), of zich door de proselietendoop tot het volk mag rekenen.
  2. het land
    God heeft Abraham en zijn nageslacht het hele gebied tussen de Nijl en de Eufraat beloofd als hun eigendom, hun woon- en leefgebied (11).
  3. zegeningen
    Ieder krijgt zijn deel onder zijn eigen wijnstok en vijgeboom, in een land overvloeiend van melk en honing (12).
  4. heiligdom
    De ontmoeting tussen God en Zijn volk vindt plaats in de tabernakel tijdens de woestijnreis, en later in de tempel in Jeruzalem (13).
  5. priesterdienst
    De zonen van Aäron (uit de stam van Levi) mogen priester zijn (14), en de anderen uit deze stam zijn de levieten. Van de overige stammen mogen de Israëlieten hooguit in de voorhof komen, en daar hun offer overgeven aan de priester, want alleen hij is bevoegd om tot God te naderen met dat offer.


De gemeente

  1. samenstelling
    De gemeente bestaat uit mensen die de Heer Jezus als Heiland en Heer hebben aangenomen. Het maakt niet uit of zulke mensen uit het volk Israël of uit andere volkeren komen. In de gemeente van God zijn alle verschillen tussen taal of natie opgeheven (15).
  2. het land
    Er is geen bepaald gebied op aarde wat aan de gemeente is toebedeeld. Haar thuisland is de hemel (16).
    Dat betekent dat christenen op doorreis zijn naar hun hemelse eindbestemming, maar 'onderweg' op aarde zoveel mogelijk op Christus willen lijken. Dat is te merken aan een toegewijd leven aan God en onvoorwaardelijke liefde onder elkaar.
  3. zegeningen
    Hoewel elke christen ook Zijn hemelse Vader zal danken voor alle stoffelijke zegeningen als eten, drinken, kleding en onderdak, horen die zegeningen zélf niet typisch tot de gemeente. Dit kent elk aards volk ook.
    De typische zegeningen voor de gemeente zijn geestelijk.
    Allereerst is dat het voorrecht de Heer Jezus te mogen kennen (17). En Hem kennen betekent: iets zien/begrijpen van Zijn godheid, van Zijn mensheid, van Zijn functioneren als Herder, Hoofd, Hogepriester, Voorspraak, enz. Alles wat we daarvan zien, maakt ons rijk.
    In de tweede plaats is het voor een christen heel uniek om "Abba, Vader" te mogen zeggen (18). Het getuigt van de intieme familieband die een gelovige nu al heeft met de Vader, en dat was totaal onbekend voor gelovigen uit het Oude Testament.
    Ten derde: God de Heilige Geest woont in de gemeente (19), én in elke gelovige persoonlijk (20).
  4. heiligdom
    De ontmoetingsplaats tussen God en de gemeente is de onderlinge bijeenkomst (21), en dat ziet God als een geestelijk huis is (22). Dat betekent dat het in de eerste plaats niet gaat om het uiterlijke: een speciaal daarvoor aangewezen plaats, een mooi gebouw, een indrukwekkende ceremonie, of iets dergelijks.
    De gemeente kan op elke plaats samenkomen, zelfs gewoon in de huizen. Het enige dat van belang is, is de vraag of christenen met hun hele hart gericht zijn op Christus en dat Hij de Persoon is om Wie alles draait (23).
  5. priesterdienst
    Een christen brengt geen tastbaar offer (dier, koek, wijn, graan, enz.), maar een geestelijk offer. Dat wil zeggen: hij dankt God voor de Heer Jezus.
    Alle offers uit het Oude Testament wijzen op Christus. Als wij nu met dank tot God komen, dan gaat het om de Heer Jezus, om Zijn leven en om Zijn sterven op het kruis van Golgotha, maar ook om Zijn opstanding en Zijn verheerlijking.
    Onder christenen is ook geen enkel verschil, want wij zijn allemaal priesters geworden en ieder is vrij om met dankzegging tot God te komen (24).

Een vergelijking van deze zichtbare kenmerken maakt duidelijk dat Israël een aards volk is met een aardse bestemming, en dat de gemeente een hemels volk is met een hemelse bestemming. De onderlinge verschillen zijn enorm.

3) De toekomst

Israël

Ook ten aanzien van de toekomst zijn de verschillen groot.
God heeft aan Abraham beloofd, dat zijn nageslacht zal wonen in het gebied tussen de Nijl en de Eufraat (25). Die beloften zijn nog steeds niet in vervulling gegaan. Dit gaat zeker gebeuren, maar voordat het zover is zal Israël door een vreselijk moeilijke periode moeten gaan: de grote verdrukking.
Bovendien zal de Heer Jezus opnieuw tot hen komen, en dan zullen zij Hem wél als hun Messias aannemen. Hij zal gaan zitten op de troon van Zijn vader David, en duizend jaar regeren (26).
In grote lijnen ziet de toekomst voor Israël er als volgt uit:

  • een nieuw werk van Gods Geest in Israël (27)
  • de grote verdrukking
  • bevrijding van vijanden
  • het aardse centrum van de regering van Christus in het 1000-jarig rijk

De gemeente

De beloften aan de gemeente zijn van heel andere aard.
De Heer Jezus heeft ons beloofd dat Hij terugkomt om ons in het Vaderhuis te brengen. Dáár bereidt Hij voor ons plaats, en dáár zal ons toekomstige tehuis zijn (28).
Wanneer Hij Zijn regering begint zullen wij met Hem uit de hemel komen en meeregeren.
Enkele hoogtepunten uit onze toekomst:


Vragen, die bij dit thema gesteld zijn

Klik op de betreffende vraag voor een toelichting:

  1. Bestaat de Kerk van Adam af?
  2. Is de Kerk het geestelijk Israël?
  3. Is Israël vandaag nog steeds Gods volk?