De rechterstoel van Christus

Is rechtszitting 1 een aantrekkelijk vooruitzicht?

Is het een aantrekkelijk vooruitzicht om voor de rechterstoel van Christus te moeten verschijnen? Veel christenen hebben zo hun bedenkingen, want stel je voor dat je je vergist hebt en dat blijkt dat je helemaal niet wedergeboren bent. Dan ga je alsnog verloren ...

Hopelijk gaan alle zorgen en twijfels verdwijnen zodra we begrijpen wie de 'gedaagden' voor deze rechtszitting zijn, wat het doel is en welke uitspraak er verwacht mag worden.

De kenmerken van deze rechtszitting
a) de rechtszaal


- de gedaagden

In de Bijbel wordt tweemaal (1) gesproken over de rechterstoel van Christus, en in beide gedeelten maakt Paulus duidelijk dat wij allen daar verschijnen zullen.
Wie zijn die wij allen?
Het is duidelijk dat dit degenen zijn aan wie de brieven aan de Romeinen en Korinthiërs zijn geschreven. Het betreft de heiligen en geroepenen in beide plaatsen, maar ook de gelovigen in Achaja, en ook Paulus zelf (2).
Het lijdt geen twijfel dat dit thema alle gelovigen aangaat. Wij, de gelovigen, zijn degenen die als 'gedaagden' voor deze rechtszitting worden opgeroepen.


- de plaats van de zitting

In het eerste deel van 2 Korinthe 5 schrijft Paulus dat er voor mij als gelovige een moment komt waarop ik overkleed word. Daar kijk ik naar uit. Daartoe ben ik door God bereid en is mij de Geest als onderpand gegeven.
Het is heel bemoedigend om te beseffen dat ik gegarandeerd bij de Heer zal zijn. Paulus noemt dat inwonen, in tegenstelling tot mijn leven nú dat hij als uitwonen omschrijft. Wij wonen nú nog niet thuis, straks in de hemel wèl.
In principe hoort het uitwonen en inwonen in elkaar over te vloeien als een leven waarin ik Hem welbehaaglijk ben (3).

Als hij op dit punt gekomen is legt Paulus uit dat wij allen voor de rechterstoel van Christus geopenbaard moeten worden.
Alleen gelovigen worden geopenbaard, en wel aan onszelf. Later worden wij ook geopenbaard aan de wereld (4). Dat gebeurt wanneer wij met de Heer verschijnen aan het begin van Zijn openlijke regering (5), maar dat is hier nog niet aan de orde.
Wij worden op deze zitting openbaar zodat de Heer ons kan laten zien op welke momenten Hij welbehagen in mij had. Voor die momenten wil Hij ons namelijk graag belonen.


- conclusie

Deze zitting vindt plaats in de hemel. Het doel is dat gelovigen geopenbaard worden, zodat zij loon kunnen ontvangen.

b) openbaar worden

Mij zou een gevoel van onbehagen kunnen bekruipen wanneer ik er aan denk dat ik openbaar word. Ik zou geconfronteerd kunnen worden met zaken die ik goed verstopt had, zowel voor anderen als voor mijzelf. Ik kan pijnlijk herinnerd worden aan zonden, aan momenten van falen en zwakheden, enz.
Is dat de bedoeling? Gelukkig niet!
Er zijn drie aspekten van mijn leven die bij deze rechtszitting een rol spelen.


1) werken

Loon en werken horen bij elkaar. In 1 Korinthe 3 zet Paulus uiteen hoe de Heer ieders werk zal beoordelen.
Het gaat hier om het werk van gelovigen, zoals blijkt uit het feit dat er op het fundament (Christus) gebouwd wordt (6), en dat hij/zij behouden zal worden (7).

Ieders werk zal openbaar worden, d.w.z. ik zal te horen krijgen welke kwaliteit de Heer aan mijn werken toekent.
Dat kan goud, zilver of edelstenen zijn, materialen die passen bij de Heer en dus goed zijn. Maar het kan ook hout, hooi of stro zijn en die materialen zijn bepaald niet vuurbestendig. Zij kunnen de toets van Gods beoordeling niet doorstaan en zullen verbranden (8).
Het kan zijn dat de Heer mijn werk totaal anders beoordeelt dan dat ik het gedaan heb. Iets dat in mijn ogen 'goed gelukt' is, kan door Hem als waardeloos worden beoordeeld omdat Hij zal laten zien dat ik het bijvoorbeeld alleen maar heb gedaan tot mijn eigen glorie.
Andersom is het ook mogelijk: iets dat in mijn ogen nauwelijks de moeite waard is, kan door Hem als waardevol worden bestempeld.

De Heer zal mij laten zien hoe Hij mijn werken stuk voor stuk beoordeelt en waardeert, maar steeds zal Hij er op uit zijn om mij te laten weten waaròm Hij mij beloont. Zijn doel is: belonen.


2) zonden

Op het moment van mijn bekering mag ik mijn handen leggen op het verzoeningswerk van de Heer Jezus, en ben ik een kind van God geworden. Ik "heb eeuwig leven en kom niet in het oordeel, maar ben uit de dood overgegaan in het leven" (9).
Tijdens deze zitting neemt de Heer mijn leven met mij door. Daarin komen niet alleen mijn werken aan de orde, maar ook mijn zonden, mijn zwakheden, mijn tekortkomingen, enz. Niet om mij opnieuw pijn te doen, maar om mij voor het eerst te laten zien hoeveel mij vergeven is.
"In Hem hebben wij de verlossing door zijn bloed, de vergeving van de overtredingen" (10), maar op aarde heb ik daar maar beperkt besef van, en dat maakt dat mijn liefde voor de Heer Jezus ook maar beperkt is.

Dat zal na deze zitting veranderd zijn!
Iedere gelovige heeft de Heer dan volmaakt lief, want met een variant op een uitspraak van de Heer (11) kan ieder dan zeggen: "wie veel vergeven is, heeft veel lief".


3) verdraagzaamheid

In Romeinen 14 behandelt Paulus de vraag hoe gelovigen elkaar hebben te verdragen op het punt van eten, drinken, het onderhouden van dagen, e.d.
Hierin zijn zwakke en sterke gelovigen. De zwakken worden niet opgeroepen om sterk te worden, maar beiden worden opgeroepen om elkaar te accepteren (12).
Als motief noemt hij dan het feit dat zij allebei, zowel de sterken als de zwakken, voor de rechterstoel van Christus geknield zullen liggen (13). En dan zal het ondenkbaar zijn dat de zwakke verwijtend naar de sterke kijkt, of dat de sterke minachtend op de zwakke neerziet.


- conclusie

Wanneer ik openbaar gemaakt ben, zal ik voor het eerst mijzelf zien zoals de Heer mij altijd gezien heeft. "Ik zal kennen, zoals ik gekend ben" (14).

c) de uitspraak

Als afsluiting van de zitting komt de uitspraak.
Dat is niet iets om bang voor te zijn, want "ik ga niet verloren, maar heb eeuwig leven" (15). De uitspraak is een beoordeling en geen veroordeling. Op grond van deze beoordeling wordt mijn loon vastgesteld.
Loon naar werken dus.

Wanneer de Heer komt, komt Hij met loon: "mijn loon is bij mij om een ieder te vergelden zoals zijn werk is" (16). Het is voor Hem een vreugde om mij te kunnen belonen voor wat ik voor Hem deed.
Het resultaat van deze zitting zal dan zijn:

  • ik zal Hem volmaakt liefhebben voor wat Hij voor mij deed
  • Hij zal mij rechtvaardig belonen voor ik voor Hem deed.

Mijn loon is mijn aandeel in de regering van de Heer Jezus (17).
Lees later meer hierover.

d) het tijdstip

Er zijn een paar gegevens die ons helpen om ongeveer het tijdstip te bepalen waarop deze rechtszitting zal plaatsvinden:

  1. het gebeurt nadat de gelovigen overkleed zijn, en dus in de hemel zullen zijn.
  2. bij de bruiloft van het Lam (18) krijgt de bruid (bestaande uit alle gelovigen die tot de gemeente behoren) een bruiloftskleed. De stof is gemaakt van de rechtvaardige daden van de heiligen. Op dat moment hebben wij dus al een juist zicht op onze werken gekregen.

Hieruit kunnen we afleiden dat onze openbaring voor de rechterstoel zal plaats ná de opname van de gemeente en vóór de bruiloft van de Lam.


Misverstanden


"Ik hoop dat ik niet alsnog verloren ga"

Uit het bovenstaande blijkt overduidelijk dat alleen gelovigen op deze rechtszitting verschijnen, met de bedoeling dat zij zelf goed begrijpen waarvoor zij wél en waarvoor zij niét beloond worden.
Het gaat niet om de vraag waar we de eeuwigheid zullen doorbrengen: óf in de hemel óf in de hel. Het antwoord op die vraag hebben we nu helemaal in eigen hand, en die beslissende keus zullen we nú moeten maken. Ná de dood is het daarvoor te laat.
Wanneer we nú de Heer Jezus als Heiland en Heer aannemen, kunnen we nooit meer verloren gaan. Daar hoeven we dus ook nooit meer bang voor te zijn.

"Een gelovige krijgt altijd een beloning"

Nee, dat is geen vanzelfsprekendheid.
Het is zelfs mogelijk dat iemand persoonlijk gered wordt, maar dat er in zijn werken niets waardevols blijkt te zijn (19).
Het voorbeeld van Lot maakt het wel duidelijk. Petrus zegt van hem dat hij een rechtvaardige was (20), en dat is mooi, maar in Genesis is dat heel moeilijk vast te stellen. Het is heel wrang dat hij veel opbouwt en als rijk man in Sodom woont, maar uiteindelijk moet vluchten terwijl alles achter hem verbrandt.
Waarschijnlijk zinspeelt Paulus op Lot in 1 Korinthe 3 : 15. Het contrast tussen deze beide rechtvaardige mannen, Abraham en Lot, is enorm.


Vragen, die bij dit thema gesteld zijn

Klik op de betreffende vraag voor een toelichting:

  1. Kan iedere gelovige meekijken bij mijn openbaring?


 

De rechterstoel van Christus is de eerste van drie rechtszittingen.
Lees hier meer over een overzicht van de drie rechtszittingen.