De grote, witte troon

Een beknopte beschrijving

De uitstraling van deze troon is zó groot en de zuiverheid is zó volmaakt wit, en vooral Degene die er op zit is zó indrukwekkend, dat hemel en aarde wegvluchten. De Enige die dan overblijft is een majestueuze Rechter op een imposante troon.

De gedaagden, die vóór zijn troon komen, zijn grote en kleine doden. Het boek des levens gaat open, en ook enkele andere boeken waarin werken staan.
Deze open boeken zullen weinig toelichting nodig hebben. De doden zullen stuk voor stuk tot de ontdekking komen dat hun naam niet in het boek des levens staat. Het enige dat overblijft zijn hun werken, en daar kan de Rechter niets goeds aantreffen (1).
Zij krijgen het loon van de zonde (2), en kunnen alleen maar verwezen worden naar de poel van vuur; dat is de hel.

Wie is die Rechter?

De Heer Jezus heeft van God de Vader de bevoegdheid gekregen om elk oordeel uit te oefenen (3). God Zélf oordeelt niemand meer.
Waarom is dat? Dat is "omdat Hij Mensenzoon is" (4). Elk mens zal eens beoordeeld worden: de gelovigen, de volken en hier de doden voor deze grote, witte troon.
Er zit een Mens op de troon!
Als de Heer Jezus als God had moeten oordelen, zouden mensen waarschijnijk gaan zeggen: "ja, maar U bent God en wij zijn mensen". Met andere woorden: wij hebben onze beperkingen (hoewel zo'n excuus onzinnig is omdat God mensen geen onmogelijke opdracht geeft).
Nee, niemand zal zich meer beroepen op onmacht of overmacht, niemand zal een excuus overhouden, want altijd zal de Rechter hoogstpersoonlijk kunnen zeggen: "maar ik ben ook mens geweest; ik kon mij wél voor God klein maken; ik kon Hem wél gehoorzamen; waarom jij niet?".

Wanneer zal deze rechtszitting plaatsvinden?

Wanneer het 1000-jarig rijk voorbij is, wordt satan weer even losgelaten. Maar als ook zijn laatste aktie tegen Israël en Jeruzalem ongedaan gemaakt wordt, wordt hij gegrepen en in de hel geworpen (5).
De nieuwe hemel en de nieuwe aarde kunnen er nog niet zijn, want er moet nog één kwestie worden afgewikkeld, die met de huidige, oude aarde te maken heeft, en dat is de veroordeling van de doden. Maar zodra dit voorbij is, zijn de nieuwe hemel en de nieuwe aarde er (6).
Deze rechtszitting vindt dus plaats aan het eind van de oude schepping, voordat de nieuwe schepping is aangebroken.

Wie zijn de doden?

In de opname van de gemeente is te lezen hoe de opstanding ten leven in drie fases verloopt: 1e Christus, 2e de gelovigen bij de opname, 3e de gelovigen bij Zijn verschijning. Dit bij elkaar is de eerste opstanding.
Bij Zijn verschijning staat iets te lezen over "de overigen van de doden" (7):

  1. zij worden niet levend voordat de 1000 jaren voorbij zijn
  2. zij vallen onder de macht van de tweede dood

Er wordt dus een opmerkelijk verschil gemaakt tussen "de eerste opstanding" en "de tweede dood". Het kenmerk van het eerste is de opstanding ten leven en het kenmerk van het tweede is de opstanding ten dode.
Het is al veelzeggend dat er niet bijstaat dat de doden opstaan. Zij worden teruggegeven (8). Voor God blijven ze eigenlijk in hun toestand van dood.
Dit maakt wel duidelijk dat het om de ongelovigen gaat. Zij konden bij geen enkele fase van de opstanding ten leven betrokken zijn. Hun moment komt wanneer zij allemaal tegelijk voor deze grote, witte troon moeten verschijnen om hun definitieve veroordeling aan te horen.


 

De grote, witte troon is de derde van drie rechtszittingen.
Lees hier meer over een overzicht van de drie rechtszittingen.