Uitgangspunten bij toekomst-onderzoek

De hierboven gegeven schema's laten een volgorde van gebeurtenissen zien.
Soms is die volgorde eenvoudig in de Bijbel aan te wijzen, maar soms zijn er meer gegevens nodig om een bepaalde conclusie te trekken. En soms kan er geen duidelijke conclusie getrokken worden.
Enkele onderwerpen die wél duidelijk zijn, willen we hier kort noemen, zodat ze voor ons een soort 'kapstok' vormen, waarlangs de contouren van de profetie zichtbaar worden.
Opmerkelijk dat we uit verschillende Bijbelgedeelten dezelfde conclusies kunnen trekken (1).

1) De opname van de gemeente

We kijken naar een aantal zekere beloften dat de Heer terugkomt, juist om ons tot Zich te nemen:

  • De Heer Jezus neemt afscheid van Zijn discipelen met de stellige belofte dat Hij weer terugkomt om ons te brengen in het Vaderhuis (2).
    Lees meer in Het Vaderhuis.
  • Paulus schrijft dat het voor ons een troost is om te weten dat de ontslapen gelovigen eerst worden opgewekt, en dat zij samen met ons de Heer tegemoet gaan in de lucht. Hij gaat er zelfs vanuit dat hij dat moment tijdens zijn leven gaat meemaken (3).
    Lees meer in Opname van de gemeente.
  • Het boek Openbaring (en daarmee de Bijbel) eindigt met de dubbele belofte van de Heer dat Hij spoedig komt. Voor ons, Zijn bruid, is dat hét moment om naar uit te zien (4).
Conclusie: - de opname is de eerstvolgende gebeurtenis


2) Indeling van het boek Openbaring

Openbaring 1 : 19 vormt een belangrijke sleutel voor een goede indeling van het boek Openbaring:

  • "wat u hebt gezien"
    Zojuist heeft Johannes een opgestane en verheerlijkte Heer gezien, niet als een zorgzame Herder voor Zijn kudde (wat Hij ook is!), maar als een Rechter die op het punt staat om te (be)oordelen (5).
  • "wat is"
    Aangezien het hele boek profetie is (6), vormen de zeven brieven in Openbaring 2 en 3 een profetische schets van de manier waarop de gemeente zich op aarde zal ontwikkelen.
    De Heer begint Zijn oordeel bij het huis van God (7).
  • "wat hierna zal geschieden"
    Deze woorden komen terug in Openbaring 4 : 1. Vanaf dat moment wordt de gemeente in de hemel gezien (als onderdeel van de "24 oudsten" (8)), en ziet Johannes hoe de oordelen van God over de aarde komen, en hoe uiteindelijk de eerste schepping wordt vervangen door een nieuwe hemel en een nieuwe aarde.
Conclusie: - vanaf Openbaring 4 : 1 gaat het over de toekomst, waaronder:
  * de grote verdrukking (9)
  * het 1000-jarig rijk (10), e.a.


3) De dag des Heren (2 Thessalonika 2)

Aan de gelovigen van Thessalonika is verteld dat hun vervolgingen te maken zouden hebben met het feit dat de dag des Heren al aangebroken zou zijn (11).
Reden voor Paulus om hen opnieuw een brief te schrijven. Hij legt hen uit dat dat helemaal niet kán. Hij wijst op een duidelijke volgorde van gebeurtenissen:

  1. "de zoon van het verderf" moet openbaar worden vóórdat de dag des Heren komt (12)
  2. deze mens kán niet openbaar worden zolang er nog 2 tegenhouders zijn: een "wat" en een "hij" (13).

Twee tegenhouders

Paulus vertelt hen helemaal geen nieuwe openbaringen. Ze weten alles al, maar zijn door de verhalen van anderen wat in de war geraakt. Hij vat daarom nog eens samen wat ze eens zo goed wisten.
Paulus hoeft hen niet uit te leggen wat dat "wat" is. Ze waren alleen even vergeten wat dat "wat" dóet, namelijk "tegenhouden" en wel "de openbaring van de mens van de zonde".

Paulus hoeft hen ook niet uit te leggen wie die "hij" is, want zij hebben ook heel goed begrepen dat de Geest van God voor altijd bij de gemeente zal blijven (14).

De Heilige Geest ("hij") en de gemeente ("wat") zijn de beide tegenhouders, die tegelijk van de aarde weggaan wanneer de Heer komt om Zijn gemeente op te nemen.

De mens van de zonde

Zodra de twee tegenhouders weg zijn, kan "de mens van de zonde" openbaar worden, iemand die ook wel genoemd wordt "de zoon van het verderf" of "de wetteloze" (15). Ook dit onderwerp heeft Paulus behandeld tijdens zijn bezoek. Nu herinnert hij hen eraan dat deze persoon zich in de tempel zal laten aanbidden (16).

Deze mens wordt door satan gezonden (17) en is in alles tegengesteld aan Christus. Hij is de antichrist (anti = 'in de plaats van'). Hij kan pas openbaar worden ná de opname van de gemeente.

De dag des Heren

Dit is de periode waarin God de regie over deze wereld overneemt. Het begint met Zijn oordelen tijdens de grote verdrukking (18), gevolgd door Zijn zegen tijdens het 1000-jarig vrederijk (19).
Beide periodes samen vormen de dag des Heren en beginnen nadat de antichrist openbaar is geworden.

Conclusie: - de opname is de eerstvolgende gebeurtenis
- de tempel in Jeruzalem wordt binnenkort herbouwd
- daarna wordt de antichrist openbaar
- daarna begint de dag des Heren.


4) 70 jaarweken (Daniël 9 : 24 - 27)

Daniël hoort dat er 70 weken zijn vastgesteld over het volk Israël en de stad Jeruzalem. Dat zijn geen weken van 7 dagen, maar van 7 jaar, zoals duidelijk blijkt uit de laatste week.
We hebben hier dus te maken met een periode van 70 x 7 = 490 jaren.

Die 70 weken worden verdeeld in 3 groepen:

  1. 7 weken
    Dit heeft betrekking op de opbouw van de stad en is te lezen in het boek Nehemia (20). Daarna zwijgt God een poosje over Israëls geschiedenis.
  2. 62 weken
    Deze ruim 400 jaren liggen tussen het Oude en het Nieuwe Testament, en eindigen met de komst van de Messias. Deze wordt echter verworpen, hoewel Hij onschuldig is. Hij oefent dus geen openlijk koningschap uit.
    Als straf zullen de tempel en de stad te gronde worden gericht. Dat is gebeurd rond 70 na Chr. door de Romeinen ("het volk van de vorst") (21).
  3. de laatste week
    Tijdens de laatste week zal diezelfde vorst een verbond sluiten met "velen", en halverwege wordt de offerdienst op het tempelplein stopgezet (22).
    Dit zijn belangrijke gegevens!

De laatste jaarweek

Na de verwoesting in 70 na Chr. is dat verbond nog nooit opgericht, en tot op de dag van vandaag is de tempel nog niet herbouwd. God heeft de klok van de 70 weken stilgezet bij de verwerping van de Messias. Toen waren er 69 weken voorbijgegaan. Binnenkort gaat die klok weer lopen, want de laatste week moet nog komen.
De hoofdrolspelers zijn er binnenkort ook weer:

  1. de vorst
    Het oude Romeinse rijk zal weer herrijzen en is sinds 1950 steeds duidelijker herkenbaar in het huidige, verenigde Europa (23). In de nabije toekomst zal er een sterke leider komen (24) (zie in het schema).
  2. de velen
    "De velen" heeft betrekking op het volk Israël als geheel. Sinds 1948 heeft dit volk weer een eigen land.
    Zij zullen over enige tijd een leider accepteren die zich aanvankelijk prettig zal gedragen, maar later een duivels persoon zal blijken te zijn (25).
    Hij is de antichrist (zie in het schema).

Beide leiders (vorst en antichrist) zullen een verbond sluiten voor een periode van 7 jaren.
Halverwege, dus na 3,5 jaar, zal de antichrist de offerdienst op het tempelplein stopzetten. In plaats daarvan zal hij een gruwel (een afgodsbeeld) oprichten. Alle aanbidding is dan niet langer gericht tot God, maar tot hemzelf (26) en tot het beeld van zijn grote bondgenoot (27).

Dit moment wijst de Heer Jezus aan als het begin van de laatste 3,5 jaar, "de grote verdrukking" (28).
De tijdsduur wordt ook wel weergegeven als 42 maanden, 1260 dagen of "tijd, tijden en een halve tijd" (29).

Conclusie: - in Europa is het oude Romeinse rijk weer teruggekomen
- Israël is weer een zelfstandig land
- de tempel in Jeruzalem wordt binnenkort herbouwd
- aan God zal worden geofferd, maar de antichrist zal dat stoppen
- dat is het begin van de grote verdrukking van 3,5 jaar.


5) de laatste dingen (Mattheüs 24 : 1 - 35)

Deze z.g. "rede over de laatste dingen" houdt de Heer Jezus wanneer Hij met Zijn discipelen op de Olijfberg zit.
Zij wijzen Hem op de prachtige tempel, maar de Heer antwoordt dat geen steen op de andere gelaten zal worden. De verbijsterde discipelen vragen "wanneer dat zal gebeuren" en "wat het teken van Zijn komst zal zijn" (30).

In het detailleerde antwoord gaat de Heer niet in op alle laatste dingen, maar Hij sluit aan bij deze vragen en Hij noemt drie periodes die na elkaar zullen plaats vinden, elk met typische kenmerken (tekenen). Tenslotte noemt hij nog een extra voorteken:

  1. het begin van de weeën (vers 4 - 14)
  2. de grote verdrukking (vers 15 - 28)
  3. de komst van de Zoon des Mensen (vers 29 - 31)
  4. voorteken (vers 32 - 35)

- Het begin van de weeën

Deze periode heeft geen duidelijk begin, maar eindigt op het moment dat een profetie van Daniël in vervulling zal gaan: het oprichten van een afgodsbeeld op het tempelplein (zie punt 4) (31).

De typische kenmerken van deze fase zijn:

  • velen zullen proberen om zich als 'Christus' te presenteren.
  • er komt een toenemende onrust onder volken. Zij zullen steeds meer oorlog onder elkaar gaan voeren.
  • ook natuurrampen en epidemieën komen steeds vaker voor.

Al die verschijnselen kunnen we nu al waarnemen, en dat zal zich na de opname nog verder ontwikkelen.
Toch is dit nog maar het begin.

- De grote verdrukking

Op het moment dat het afgodsbeeld op het tempelplein wordt opgericht begint de grote verdrukking. Het is een tijd van enorme misleidingen en ongekend heftige oordelen; zó heftig, dat de dagen verkort zullen worden, als een bijzondere zorg voor de heiligen (32).
Openbaring 7 vertelt dat die heiligen niet alleen maar fysiek zullen overleven, maar ook in hun geloofsleven onvoorwaardelijk trouw zullen blijven aan het Lam (33).

- De komst van de Zoon des Mensen

Zijn plotselinge verschijning zal een schok veroorzaken door de hele wereld, in het bijzonder onder het volk Israël. Zij zullen Hem herkennen als "hun enige Zoon, die zij doorstoken hebben (34).
Wat een ontmoeting tussen de Messias en Zijn oude volk!

Hij zal verschijnen in grote pracht en heerlijkheid. De gemeente zal onderdeel uitmaken van die pracht, want wij komen mét Hem (35).

- Voorteken

Er is iets gaande in de vijgeboom (een beeld van Israël als natie) en ook in de omliggende naties, zoals Egypte, Syriël, Irak, Iran, enz (36).
Al die bewegingen vertellen ons dat de zomer nabij is, het 1000-jarig rijk waarin Christus, de Zon der gerechtigheid zal stralen.

Conclusie: - het begin van de weeën is al enigszins merkbaar
- God herschikt Israël en de landen er omheen
- de tempel in Jeruzalem wordt binnenkort herbouwd
- het afgodsbeeld wordt opgericht
- dat is het begin van de grote verdrukking van 3,5 jaar
- daarna verschijnt de Zoon des Mensen.