Joël

(zie voetnoot voor de indeling in hoofdstukken in de diverse vertalingen)

Een vergelijking met Amos

Joël vertelt ons niet onder welke koningen hij heeft geprofeteerd. Dat maakt het wat lastiger dan bij andere profeten om te bepalen wanneer hij ongeveer geleefd heeft. Toch zijn er wel een paar aanwijzingen, vooral als we Joël vergelijken met Amos.

- overeenkomsten

Beiden herinneren aan de plagen in Egypte. Joël herinnert aan de achtste plaag (de sprinkhanen) 1) en Amos aan de tiende plaag (de dood van de eerstgeborenen), als hij zegt dat "God niet zal sparen" 2), en dat er "rouw over een eniggeborene" en "een bittere nacht" zal zijn 3).
Vervolgens noemen beiden het oordeel over Tyrus en Filistea vanwege mensenhandel. 4)
Tenslotte vertellen beiden dat "de Here brult uit Sion". 5)
Deze laatste woorden staan bij Joël aan het eind en bij Amos aan het begin van het boek. We zouden kunnen zeggen: Amos gaat verder waar Joël gebleven is. Het zou een aanwijzing kunnen zijn dat Joël iets eerder dan Amos optreedt als profeet.

- verschillen

Toch wijst "de Here brult uit Sion" ook op een verschil.
Het is de openingszin van Amos om een hele serie oordelen aan te kondigen over allerlei volken. 6) Dat doet Joël ook, maar tegelijkertijd is de Here een schuilplaats voor de kinderen Israëls. 7)
Joël ("Jahweh is God") komt hier tot de kern van zijn boodschap: God is onveranderlijk trouw aan Zijn beloften en aan Zijn volk. Dat volk zal de beloofde zegen ontvangen, ook al zal het nog door een zware tijd moeten gaan.

Andere verschillen zijn dat Amos spreekt tot de tien stammen 8), terwijl Joël zich richt tot de twee stammen. 9) Amos spreekt over een imitatie-altaar in Bethel 10), maar Joël over het altaar des Heren in Jeruzalem. 11)

Joël schenkt veel aandacht aan de vijand, maar ook die is voor beiden verschillend. Amos profeteert dat Assur uiteindelijk het tienstammenrijk zal wegvoeren 12), maar is Assur ook de legermacht uit het Noorden waarover Joël profeteert? 13)
Assur is inderdaad een noordelijke macht. Zijn leger heeft zich ook rondom Jeruzalem gelegerd, maar het is er nooit binnen geweest. Op Hizkia's gebed doodt de Engel des Heren 185.000 man waarop Assurs leger terugkeert. 14)
Wie is deze noordelijke macht, die door niemand tegengehouden kan worden en alle huizen binnenkomt? 15)

Invasie vanuit het Noorden

-sprinkhanen

Joël vergelijkt die enorme legermacht met sprinkhanenplagen.
Hij noemt vier soorten sprinkhanen 16), die na elkaar het land teisteren en die in vraatzucht steeds sterker worden, zodat er na de laatste soort niets meer overblijft:

  1. knager (Hebreeuws "Gazam")
    Een jonge sprinkhaan.
  2. sprinkhaan (Hebreeuws "Arbèh")
    De volwassen "Gazam".
    Deze soort is de sprinkhaan van de achtste plaag die Egypte trof. 17) Mozes zei tot Farao dat de uitwerking van deze plaag nog niet eerder door mensen was gezien. Zó heftig zou het worden! 18)
  3. verslinder (Hebreeuws "Yélek")
  4. kaalvreter (Hebreeuws "Chasil")

Evenals Mozes vraagt ook Joël of er ooit zoiets ergs geweest is. 19)
Dat betekent dus dat wat Joël aankondigt veel erger is dan wat Egypte destijds overkwam: de verslinder en de kaalvreter komen eraan! En ze komen niet in Egypte of elders in het buitenland, maar in hun eigen land!
Joëls beschrijving is angstaanjagend. De vijand is een groot en verscheurend volk. 20) Al zou het land Israël zo mooi zijn "als de hof van Eden", daar blijft na hun invallen niets van over. 21)

Als er niets meer groeit kunnen er geen spijsoffers en plengoffers meer gebracht worden. 22) Dat is een logisch gevolg waar de priesters niets aan kunnen doen, zo zouden wij wellicht denken. Toch verwijt God hen dat Hij geen offers ontvangt. Zij verzaken hun plicht, en God roept hen daarom op om te rouwen en te vasten. 23)

Onder christenen is het vandaag niet anders.
Er wordt veel honger geleden. Er is weinig geestelijk gezond voedsel. Dan kan er ook weinig aanbidding zijn. Dat is logisch, denken wij dan.
Voor God is het gebrek aan voedsel echter geen excuus om de lofprijzing achterwege te laten. Zodra wij ons voor Hem klein maken en alleen pleiten op Zijn genade, dan gaat Hij gegarandeerd door Zijn Woord en Geest onze aandacht richten op de Heer Jezus. Dan krijgen we weer gezonde voeding en is er weer genoeg aanleiding om te danken.
Hij is een goed werk in ons begonnen, en Hij gaat ermee door. 24)

- blaast de bazuin in Sion 25)

De priesters moeten gebruik maken van inzettingen door God Zélf gegeven!
God had Israël namelijk voorschriften gegeven om in bijzondere situaties op twee zilveren trompetten te blazen. 26) In het geval er een vijand kwam moest Israël ten strijde trekken, maar de priesters moesten een signaal blazen, zodat de Heer hen kon verlossen. 27)
Joël roept op om de bazuin te blazen. Niet alleen omdat er een vreselijke vijand aankomt, maar omdat zijn komst samenvalt met de dag des Heren (de afsluitende fase van Gods oordelen op aarde).
Een vreselijk moment. Maar zelfs dán kan de Here verlossen!

- Zijn grote leger en Zijn grote barmhartigheid

Israël kent deze vijand als "die uit het Noorden", maar God noemt hem "Mijn groot leger". 28) Dus de Heer stuurt Zijn leger op Zijn dag!
Maar als dát zo is gloort er hoop, althans voor een gelovige!
Dan ligt alles in Gods hand en dan is er ook ruimte voor barmhartigheid. 29)

David weet er alles van!
Hij gaat gigantisch in de fout als hij het volk wil laten tellen. God kan niet anders dan oordelen. Hij houdt David 3 opties voor: 3 jaar honger, 3 maanden op de vlucht voor vijanden of 3 dagen het zwaard des Heren (de pest) door de engel des Heren.
David kiest de laatste optie, niet omdat die slechts 3 dagen duurt (want er zullen ongetwijfeld evenveel slachtoffers vallen), maar omdat hij het liefst "valt in de hand van de Heer, want Zijn barmhartigheid is zeer groot". 30)

Soms moet God oordelen omdat het misgegaan is in de gemeente (of in het leven van een gelovige). Misstanden onder Zijn kinderen kan God niet verdragen. Dan moet Hij ingrijpen 31), maar altijd met de bedoeling om ons bij Hem terug te brengen, desnoods met harde hand. 32)
Wat kan de nood groot zijn! Wat is het dan nodig om "de bazuin te blazen", om bidstonden te beleggen en ons klein te maken voor de Heer. Dan zal er veel meer te zien zijn van Zijn barmhartigheid, in plaats van de kaalslag die we nu vaak zien.

De dag des Heren

De dag des Heren is een regelmatig terugkerend thema bij de profeten, ook bij Joël. Die dag is nabij 33), is bijna niet te verdragen 34) en richt zich op het moment dat alle volken worden bijeengebracht in het dal der beslissing 35), waar God Zijn afsluitende oordeel gaat uitvoeren. 36)
Dit is de eerste fase van de dag des Heren, en heeft te maken met het grote oordeel van God over de vijanden van Zijn volk.

Daarna begint de tweede fase: de zegenrijke regering van de Messias. Dit omvat het duizendjarig rijk van vrede en gerechtigheid met Jeruzalem als centrum. 37) Joël stipt deze tweede fase kort aan. 38)
De oordeelsfase én de zegenfase erna vormen samen de dag des Heren, die ook vandaag nog steeds niet is aangebroken.

- oproep tot berouw

Het oordeel is dus onafwendbaar, maar juist omdat die dag des Heren zo verschrikkelijk is roept Joël opnieuw op om berouw te hebben. 39) Hij doet dat omdat hij de Heer kent. 40)
Daarmee herinnert Joël aan het drama rond het gouden kalf in de woestijn en Gods gedrag erna. God wil het volk vernietigen 41), maar op grond van het gebed van Mozes spaart God hen. Hij gaat zelfs aan Mozes voorbij onder het uitroepen van Zijn Naam: "genadig en barmhartig, lankmoedig en groot van goedertierenheid". 42)
Een profeet als Jona weet dat ook, en dat is voor hem de reden om niet naar Ninevé te gaan, want stel je voor dat die mensen zich zouden bekeren en God hen zou vergeven! 43)
Joël is eveneens overtuigd van Gods barmhartigheid, maar dringt juist aan op diep berouw. "Wie weet ... of Hij een zegen achter Zich laat overblijven tot een spijsoffer en plengoffer voor de Here, uw God". 44)

- blaast de bazuin in Sion 45)

Opnieuw roept Joël op om de bazuin te blazen. Deze keer niet om de vijand met Gods hulp tegemoet te treden, maar om als volk bij elkaar te komen bij de tempel. Dan moeten de priesters de offers brengen en de Here smeken hen te sparen.
Joël kijkt niet naar de koningen, maar naar de priesters. Zij hebben de taak om de relatie tussen God en ZIjn volk in stand te houden, en zij weten dat dat alleen kan op grond van de offers.

Het is prima om bidstonden te beleggen wanneer God moet ingrijpen bij misstanden. Daar zal Hij zeker naar luisteren en naar handelen.
Maar daarmee is nog niet alles gezegd over de relatie tussen God en ons! De zegen die Hij ons geeft is niet in de eerste plaats voor eigen consumptie, maar om Hem te danken. Die dank leggen we "op het altaar", d.w.z. aan de voet van het kruis. Op grond van het volbrachte werk van Christus hebben we alle vrijmoedigheid om te bidden en te smeken.
"Hoe zal Hij, die zelfs zijn eigen Zoon niet gespaard, maar voor ons allen overgegeven heeft, ons met Hem ook niet alle dingen schenken?" 46)

Gods antwoord 47)

De invallen van de legermacht uit het Noorden op de dag des Heren gaan in de toekomst plaats vinden. Dat staat vast.
Maar er staat nog meer vast! "De Here nam het op voor Zijn land en Hij kreeg medelijden met Zijn volk". 48) Joëls woorden staan in de verleden tijd, en dat betekent dat Gods besluit om Zijn volk te helpen ook vast staat, lang voordat de dag des Heren zal aanbreken. Zelfs voordat het volk bidt!
De Here rekent erop dat zij dat gaan doen. Dan mag het volk op zijn beurt erop rekenen dat "de Here grote dingen gaat doen". 49)

- de leraar ter gerechtigheid

God gaat Zijn zegen geven via een Persoon genaamd "de leraar ter gerechtigheid". 50) Deze titel betreft natuurlijk de komende Messias, en kan ook vertaald worden met "regen om je te verkwikken".
Christus gaat Zijn aardse volk Israël dus onderwijzen in gerechtigheid. Dat zal geen moeilijke of vervelende lesstof zijn, want het zal aanvoelen als een verkwikkende regen.
Gerechtigheid is het hanteren van Gods normen in het leven, dus wanneer een gelovige leeft zoals Christus hier leefde. Dat kan nare gevolgen hebben 51), maar Gods zegen is eraan verbonden!

Dit principe is ook vandaag onveranderd van kracht. Elke discipel van de Heer Jezus hoort onderwijs te krijgen in gerechtigheid. Hoe zou hij anders ooit kunnen weten wat het betekent om te leven als Christus? En hoe zou hij anders ooit Gods rijke zegen kunnen ervaren, zoals Christus die kende? 52)

Vroege en late regen

De regen zal komen als een vroege regen en een late regen, net als vroeger 53), dus net als in de tijd dat Israël het beloofde land binnentrok. 54)
De kalender van zaaien en oogsten in Israël ziet er als volgt uit:

  • 1e maand Abib (maart-april bij ons)
    Bij de uittocht uit Egypte stelt God deze maand in als de eerste maand. 55)  Daarin wordt het pascha gevierd en bij de oogst in het land wordt de eerstelingsgarve van de gerst aan de Heer gegeven. 56)
    In deze maand wordt de gerst geoogst.
  • 3e maand Sivan (mei-juni bij ons)
    In deze maand (zeven volle weken na het pascha) 57) volgt het wekenfeest, waarop de eerste opbrengst van de tarwe 58) voor de Heer wordt gebracht.
    Dit is de maand van de tarweoogst.
  • 7e maand Ethanim (september-oktober bij ons)
    Nadat in de 6e maand de wijnoogst is binnengehaald volgen in de 7e maand het feest van het geklank, de grote verzoendag en tenslotte het loofhuttenfeest. 59)

Tijdens het loofhuttenfeest bidt het volk om de vroege regen vanwege het zaaien in de 8e maand. De vroege regen maakt de grond los om goed te kunnen zaaien. Daarna kan het zaad ontkiemen en het graan opgroeien.
Tegen de tijd van de gersteoogst in de 1e maand volgt de late regen om het graan de laatste groeikracht te geven. Gewoonlijk valt die regen in de 12e maand.

Joël 2 : 23 - 32 beschrijft de dag des Heren. Deze beschrijving wordt door het woordje 'daarna' 60) in twee fasen verdeeld: vers 23 - 27 beschrijft de oordeelsfase en vers 28 - 32 gaat over het begin van de zegenfase.
Joël spreekt in termen van regen: de oordeelsfase is de vroege regen en de zegenfase is de late regen:

1) de vroege regen

Gods oordeelsfase wordt ook wel de grote verdrukking genoemd. 61) Het is de moeilijkste tijd ooit, zeker voor Gods volk Israël. De Geest van God (waarvan de regen spreekt) 62)  zal echter juist in die tijd krachtig onder hen werken, en velen zullen tot levend geloof komen. 63)
Er zal een grote opwekking in Israël zijn (denk aan de 144.000) 64), waardoor velen uit de volken tot geloof komen. 65)
In die tijd zal Israël een aantal vijanden hebben, waarvan de koning van het Noorden de sterkste zal zijn. 66) Dankzij het onderwijs van Gods Geest zullen deze gelovigen begrijpen dat God die vijand niet alleen zal verjagen, maar hen ook de aangerichte schade zal vergoeden. 67)

2) de late regen

Daarna komt de late regen.
Het is het grote moment waarop Christus verschijnt en Zijn voeten zullen staan op de Olijfberg. 68) Hij zal al Zijn vijanden vernietigen. 69)
De zon en de maan zullen veranderen. 70) Dit zal Zijn verschijning tot een indrukwekkend tafereel maken. 71)
Maar er is niet alleen blijdschap vanwege deze overwinning, want ook de hele oogst is binnengehaald. Talloze gelovigen uit Israël en de volken gaan het vrederijk binnen, met alle zegen die dat met zich meebrengt. Gods Geest zal uitgestort worden op "al wat leeft" 72), dus op elk mens.
Dat betekent niet dat iedereen wedergeboren wordt, maar dat ieder mens zal delen in die machtige zegen, zoals ook eens koning Saul tot ieders verbazing kort heeft mogen profeteren. 73)

Verwijzingen naar Joël in het Nieuwe Testament

- Handelingen 2

Op het pinksterfeest in Handelingen 2 wordt de Heilige Geest uitgestort, zoals de Heer Jezus dat beloofd had. 74) Dit gaat gepaard met verbazingwekkende tekenen als tongen van vuur en het spreken in andere talen. Petrus legt uit dat "dit is wat gesproken is door de profeet Joël" 75) en hij citeert dan Joël 2 : 28 - 32.
Hij zegt niet dat Joël 2 in vervulling is gegaan. Dat gebeurt immers pas bij de verschijning van Christus. Op het pinksterfeest komt Gods Geest niet op allen, maar alleen op de apostelen 76) en van veranderingen aan zon en maan is tijdens het pinksterfeest niets te zien.
Het is een eerste en gedeeltelijke vervulling van Joëls woorden.

Er is nog een belangrijk verschil tussen Handelingen 2 en de verschijning van Christus op de Olijfberg.
De uitstorting van Gods Geest in Handelingen 2 betekent dat Hij komt wonen in de gemeente. Een heel unieke gebeurtenis! Hij zal in de gemeente blijven tot in eeuwigheid 77) en dus ook met haar terugkeren bij de opname van de gemeente. Dus alleen tijdens het verblijf van de gemeente op aarde woont Gods Geest hier.
Na de opname, en dus ook bij de verschijning van Christus, zal Gods Geest wérkzaam zijn, maar Hij zal niet wónen in de mensen over wie Joël spreekt.

Vanuit charismatische kringen wordt ons verteld dat ook de gemeente van God een soort vroege en late regen zou kennen. De vroege regen is dan de uitstorting van de Heilige Geest in Handelingen 2, en de late regen zouden we in onze dagen mogen verwachten. Dat laatste wordt dan onderstreept met de vele z.g. uitingen van de Geest in genezingen, tongentaal, e.d.
Uit het bovenstaande moge duidelijk zijn dat de vroege en late regen verbonden zijn met Israël. Sinds de pinksterdag woont Gods Geest in de gemeente als geheel 78) en in iedere gelovige persoonlijk. 79) Dat wonen is permanent en is niet onderhevig aan golfbewegingen.
We moeten dan ook ernstig waarschuwen tegen zulke pogingen om geestesuitingen te verklaren.

- Johannes 7

Hier staat geen rechtstreeks citaat uit Joël, maar de gebeurtenissen hebben wel degelijk te maken met zijn onderwijs.
De Heer Jezus gaat naar het loofhuttenfeest, terwijl Hij weet dat er grote gevaren dreigen en de meningen over Hem sterk verdeeld zijn. 80)
De laatste dag van het feest is de achtste dag. 81) Het is de grote dag waarop het volk vooruit kijkt naar een nieuw begin, het nieuwe jaar dat hopelijk gaat beginnen met de vroege regen.

Op die dag gaat de Heer Jezus staan, kijkt vriend en vijand aan en roept: "Als iemand dorst heeft, laat hij tot Mij komen en drinken." 82)
Deze zegen is ook voor Zijn grootste vijand! Hij wil een nieuw begin maken in het leven van ieder mens. De vrouw aan de bron in Sichar kan erover meepraten. 83)
De Heer doelt op Gods Geest die na Zijn hemelvaart gaat komen en die mensen verandert in stromen van zegen. Dat gebeurt met ieder die gelooft in de Heer Jezus "zoals de Schrift zegt" 84), d.w.z. gelooft in Hem als de eeuwige Zoon van God én als de Zoon des Mensen, op aarde geboren, gestorven, begraven en opgestaan. 85)

In het duizendjarig vrederijk zal de nieuwe tempel in Jeruzalem staan, waaruit een beek zal stromen die steeds dieper wordt en die de hele omgeving gezond maakt. 86)
Elke christen is nu zo'n tempel, een woonplaats van de Geest van God. Hij zorgt voor een stroom van levend water, die vanuit ons hart stroomt naar ieder in onze omgeving.

Geef Gods Geest alle ruimte om ons te vullen 87) tot eer en glorie van onze God en Vader en van Jezus Christus, Zijn geliefde Zoon.


 

Hoofdstukindeling in diverse vertalingen

De Nederlandse Bijbelvertalingen maken in het boek Joël een verschillende indeling in hoofdstukken. SV, HSV en NBG hebben de vertrouwde indeling van 3 hoofdstukken. De Nieuwe Bijbelvertaling (NBV) en de Naardense Bijbel houden zich strikt aan de Hebreeuwse indeling, waarbij Joël 2 slechts 27 verzen bevat; de overige verzen zijn hoofdstuk 3 en het laatste hoofdstuk wordt dan 4.
Wij houden ons aan de indeling in 3 hoofdstukken.

  hoofdstukken
SV, HSV, NBG 1 2 : 1 - 27 2 : 28 - 32 3
NBV, Naardense Bijbel 1 2 : 1 - 27 3 4


 

Dit is een uitwerking van lezingen over Joël in Assen (13 december 2014) en in Warffum (20 december 2014)