Micha

- Micha = "Wie is als God?"

De laatste woorden van Micha's profetie gaan over de trouw waarmee God blijft vasthouden aan Zijn belofte aan Abraham, Izaäk en Jakob. 1)
Ook al heeft het volk vanaf dat moment talloze keren gezondigd, en ook al is het einde nog lang niet in zicht, het brengt God niet op andere gedachten.
Hij zal "onze zonden werpen in de diepten der zee". 2)

Dat roept alleen maar verwondering op: "Wie is als God?" 3)
Het is de betekenis van Micha's naam. Dus wát hij ook profeteert, hoe dramatisch zijn woorden ook zijn, altijd wijst hij door zijn naam op het feit dat God uiteindelijk tóch tot Zijn doel zal komen met Zijn volk Israël.

- Micha, "de kleine Jesaja"

Micha leeft iets later dan de profeten Jona, Hosea, Amos en Joël.
Hij oefent zijn profetendienst uit onder de koningen Jotham, Achaz en Hizkia 4) en richt zich daarbij hoofdzakelijk tot het tweestammenrijk Juda.
Hij wijst op groot sociaal onrecht zoals ook Amos dat doet 5), en op slecht functionerende priesters, zoals ook Joël daarop wijst. 6)

Maar Micha is bovenal een tijdgenoot van de grote profeet Jesaja.
Jesaja spreekt uitvoerig over de komende Messias, zowel in Zijn lijden 7)  als in Zijn heerlijkheid. 8)  Daarover spreekt ook Micha 9), al doet hij dat minder uitvoerig dan Jesaja.
Door deze overeenkomst wordt hij ook wel "de kleine Jesaja" genoemd. Dit betekent nadrukkelijk niet dat we ook wel zonder het boek Micha zouden kunnen. Integendeel; hij belicht punten waarover Jesaja zwijgt.
Kortom: het boek Micha is een prachtige profetie!

- Micha, de Morastiet

Door de toevoeging "de Morastiet" 4)  wordt soms gedacht dat Micha afkomstig zou zijn uit Moreset-Gath (= "bezit van Gath"), een plaatsje dat alleen in Micha wordt genoemd. 10)  Het ligt dichtbij Filistea (en dus in Juda), maar daarmee is nog niet duidelijk dat Micha er woont. Het is eigenlijk ook niet zo belangrijk.
Wél van belang is dat "Micha, de Morastiet" nog één keer in de Bijbel genoemd wordt. Daar komen we straks op terug.

Het boek Micha - drie toespraken

Na het inleidende eerste vers volgen drie toespraken, die elk beginnen met het woordje "Hoort". 11) Het boek Micha bestaat dus uit drie toespraken:

  1. "Hoort volken allemaal" (Micha 1 - 2)
    Alle volken moeten goed luisteren hoe God zowel het tienstammenrijk Samaria als het tweestammenrijk Juda gaat behandelen vanwege hun overtredingen.
    Als God dit al met Zijn eigen volk doet, dan staat hen (de volken) heel wat te wachten!
  2. "Hoort hoofden van Jakob / Israël" (Micha 3 - 5)
    De leiders van Gods volk krijgen te horen hoe zij helemaal gefaald hebben, maar dat God desondanks een Verlosser zal geven.
    We willen vooral stilstaan bij deze tweede toespraak.
  3. "Hoort naar wat de Here zegt" (Micha 6 - 7)
    Deze laatste toespraak is gericht tot ieder mens persoonlijk. God stelt de mens minimale eisen en belooft een maximale verlossing.

1e toespraak (Micha 1 - 2)

Micha 1

In het begin noemt Micha de overtredingen van Samaria en Juda nog samen 12), maar onmiddelijk daarna volgt het oordeel over Samaria. 13)  Het oordeel over Samaria is onafwendbaar en tijdens de regering van Hizkia zijn de tien stammen weggevoerd. 14)
Vanaf dat moment spreekt Micha eigenlijk alleen over Juda en Jeruzalem.

Maar de boodschap voor Juda is minstens zo erg! 15)
Er volgt een opsomming van plaatsnamen, die onder Gods oordeel vallen. Het is opmerkelijk hoe Micha de betekenis van elke plaatsnaam gebruikt om te vertellen hoe het oordeel hen zal treffen.
Neem bijvoorbeeld Afra (= "stof"). Die plaats zal zich in het stof wentelen. 16)  Of Safir (= "schoonheid"). Zij zal in smadelijke naaktheid voorbijtrekken. 17) 
Zo beschrijft hij de lotgevallen van een aantal plaatsen.

Micha 2

Nog steeds richt Micha zich tot de volken, terwijl hij twee grote misstanden aansnijdt onder Gods volk.

  1. machtsmisbruik
    Mensen met macht bedenken plannen om hun macht te vergroten. 18)  Op zich is dat niet zo laakbaar, maar als zij hun macht misbruiken om het erfdeel van een ander gewoon af te pakken, dan kan God dat niet accepteren.
    Dan pakt God de bezittingen van de machtige af en laat ze in vreemde handen overgaan. 19)  Het gevolg is dat het meetsnoer niet meer gebruikt hoeft te worden om iemands erfdeel in kaart te brengen, want niemand van Gods volk houdt nog een eigen bezit over. 20)
    Terwijl dát juist van het begin af aan Gods bedoeling was! 21)
  2. valse profetie
    Een ander verschijnsel dat God onmogelijk kan accepteren is het spreken van lege, inhoudsloze woorden. Zijn verwijt geldt niet alleen de valse profeten die profeteren voor wijn, maar het geldt ook al die mensen die hen een podium bieden. 22)  Lege woorden lijken ongevaarlijk, maar ze hebben een vernietigende uitwerking op de huizen. 23)
    De ware profeet Micha roept zijn volk dan ook op om weg te gaan, want "dit is niet de plaats van de rust". 24)
    Ook de wegvoering van het tweestammenrijk Juda is onafwendbaar.

- de doorbreker

Toch laat God hen in de ballingschap niet aan hun lot over.
Hij belooft nu al (ongeveer 100 jaar vóórdat zij weggevoerd zullen worden), dat Hij een overblijfsel van Zijn volk zal terugbrengen 25).
Hij zal Iemand sturen, die zowel koning als Heer is, en die vóór hen uit zal gaan. Hij is "de doorbreker". 26)  Niets en niemand zal Hem kunnen tegenhouden. Zó zeker is hun terugkeer!
Deze profetie wijst op het optreden van de Messias. Hij zal er straks gegarandeerd voor zorgen dat Gods volk terugkeert in het beloofde land. De terugkeer onder Jozua en Zerubbabel is daarvan een eerste voorvervulling. 27)

Deze gegevens bevatten belangrijke aanwijzingen voor elke christen vandaag.
Velen vragen zich af of de plaats van samenkomst nog wel "de plaats van rust" is, die het voor hen ooit eens was. Er is inmiddels zoveel mis.
Zo kunnen er gelovigen zijn die de Heer oprecht willen dienen in de taak die de Heer hen geeft ("hun erfdeel"), maar het wordt hen afgepakt of onmogelijk gemaakt. Anderen krijgen wel alle ruimte, maar hun woorden hebben weinig inhoud. Gezond voedsel is schaars. Dat is een nood voor onze huizen en met name voor onze kinderen.
En dan? Gewoon verhuizen naar een ander gezelschap?
Zou de Heer ook vandaag geen "doorbreker" willen zijn? Wie anders kan een begaanbare weg maken naar een plaats waar alles om Hem draait?

Het is belangrijk om op de aanwijzingen van de Heer te wachten.
Deze eerste toespraak is gericht tot "de volken". Wat zien ongelovigen vandaag van de gemeente? Zien zij veelal mensen die van het ene onderkomen naar het andere verhuizen? Of zien zij mensen bij wie de Heer duidelijk voorop loopt ("aan de spits")?
Dát zijn christenen in handel en wandel, en dát overtuigt! 28)

2e toespraak (Micha 3 - 5)

Micha 3

Deze toespraak tot "de hoofden van Jakob en de leidslieden van Israël" begint met een schokkende diagnose: "U, die het goede haat en het kwade liefheeft"! 29)  Opnieuw krijgen de valse profeten te horen hoe weerzinwekkend hun profeteren voor brood is 30), maar ook anderen krijgen er van langs.
De hoofden horen onafhankelijk en objectief recht te spreken, maar zij nemen geschenken aan. De priesters hebben tot taak om Gods geboden aan het volk te onderwijzen, maar zij doen dat alleen voor geld. 31)

- de Heer is in ons midden

Deze drie groepen 'dienstknechten' wanen zich onaantastbaar doordat zij in en rond de tempel werken. Dat is immers het huis waar de Here woont? 31)
Maar juist vanwege die arrogante houding gaat de Here Jeruzalem omploegen, en "de tempelberg maken tot woudhoogten". 32)
Dat is dezelfde plaats waar Hij Zijn volk wil brengen, al direct na hun verlossing uit Egypte 33), en waar Hij Zijn Naam wil laten wonen. 34)  Maar als de leidslieden van Zijn volk zo'n houding hebben aangenomen en intussen over lijken gaan 35), maakt God Zélf een einde aan deze schertsvertoning.

- Jeremia

Dit laatste vers profeteert Micha ongeveer honderd jaar voordat dit met Jeruzalem zal gebeuren. In die tijd is Jeremia de profeet die deze boodschap nog een paar keer laat horen. Het moment is dan aangebroken waarop de tempel verwoest zal worden, maar de koning, zijn staf en het overgrote deel van het volk willen er niets van weten. Men wil Jeremia ter dood brengen. 36)
Maar ineens herinneren enkele oudsten zich de woorden van "de Morastiet Micha" 37), namelijk de woorden uit Micha 3 : 12. In dit hachelijke moment wordt Jeremia beschermd en sterft hij niet. 38)

- "Ik daarentegen ..."

Temidden van deze aanklachten tegen de leiders van het volk en het oordeel dat God zál uitoefenen, staan de woorden: "Ik daarentegen ben vol van kracht, van de Geest des Heren, en van recht en sterkte, om Jakob zijn overtreding aan te zeggen en Israël zijn zonde". 39)
Micha is uit hetzelfde hout gesneden als Jeremia en alle andere ware profeten van God. Zij deinsen er niet voor terug om Gods woorden te spreken, ook al staan zij er alleen voor en roepen hun woorden weerstand op.

Veel leiders op het christelijk erf zijn net zo arrogant als deze leiders in Juda. Zij citeren graag de woorden "daar ben Ik in hun midden" 40) en wekken de indruk dat hen daarom niets kan overkomen. Het is voor hen echter veel belangrijker dat er voldoende financiën binnenkomen dan dat zij met medegelovigen op een geestelijke manier onderweg zijn. Bovendien doen zij alsof het Woord van God belangrijk voor hen is, maar in de praktijk telt alleen hun eigen positie.
Zo'n omgeving is voor een kind van God moeilijk, maar niet onmogelijk. Evenals Micha kan het zeggen "Ik daarentegen"; niet in eigen kracht maar in de kracht van de Geest des Heren.

Micha 4

De oorspronkelijk tekst van de Bijbel kent geen indeling in hoofdstukken en verzen. Op zich is zo'n indeling best handig, maar het kan ook een nadeel zijn. Als we hier even vergeten dat er een nieuw hoofdstuk begint, en we lezen gewoon door na Micha 3 : 12, dan is het heel verrassend om te merken hoe Micha in zijn toespraak tot de leiders van Israël ineens op een ander niveau terecht komt. Hij stapt over van een enorme diepte ("de tempelberg tot woudhoogten") naar een geweldige hoogte ("dan zal de berg van het huis des Heren vaststaan"). 41)

- onderwijs van God

Dat betreft onderricht in Gods onveranderlijke plannen. Zoals God Israël niet aan hun lot overlaat in de ballingschap, zo zal Hij er ook voor zorgen dat de tempelberg geen woudhoogte blijft. Dat zal gebeuren "in het laatst der dagen" 41), dus direct aan het begin van het Messiaanse vrederijk.
De huidige tempel met haar corrupte leiders zal plaats maken voor Gods huis met de Messias.

Die verandering zal over de hele wereld te merken zijn. Veel volken zullen elkaar aansporen om naar het huis van God in Jeruzalem te gaan 42), zoals eens de koningin van Scheba "van het uiteinde van de aarde" kwam om de wijsheid van Salomo te horen. 43)
Christus zal heersen in vrede en gerechtigheid. Dat betekent dat Hij alle volken zal onderwijzen in Gods wegen, dat Hij recht zal spreken en dat er geen oorlog meer zal zijn. Wapens worden omgebouwd tot landbouwwerktuigen. De oorlog zal zelfs "niet meer geleerd worden". 44)
Wat een tijd!

- het koningschap voor Jeruzalem

De Messias zal in Jeruzalem regeren en de tempel zal hersteld worden. Maar aan welke hoge eisen moet Gods volk dan voldoen?
Aan geen enkele! God zal "het kreupele en het verstrooide bijeenbrengen". 45)  Zulke mensen maakt God straks tot een machtig volk naar wie het koningschap zal komen, "de heerschappij van vroeger". 46)
Wat Israël verspeeld heeft krijgt het door Gods genade helemaal terug.

Op vergelijkbare manier voegt God vandaag mensen toe aan Zijn gemeente.
Wie zoekt Hij daarvoor uit? Niet veel aanzienlijken, maar het dwaze, het zwakke, het onaanzienlijke en het verachte van de wereld. 47)
Dat is het gezelschap waarvoor de Heer Jezus Zich niet schaamt om hen Zijn broeders te noemen. 48)

De komst van de Messias

Opnieuw komt Micha ineens op een ander niveau terecht. 49)
Dit keer van de toekomst naar het "nu" (wordt vier keer genoemd). 50)
In de toekomst zal Christus Koning zijn, maar waar is de koning nu? Micha verwijt zijn volk dat hun geschreeuw lijkt op een bevalling, maar er is geen koning of raadsman te zien!
Hoe anders beschrijft Jesaja de komst van de Messias. De woorden zijn vergelijkbaar 51), maar Jesaja kondigt de Koning aan op een troon en met een eeuwig koninkrijk.
Micha niet. De Koning komt wel, maar eerst beschrijft Micha wat het volk zal meemaken voordat Christus geboren wordt.

Zijn volk gaat allereerst naar Babel. 52)  Zij mogen zo hard schreeuwen als zij willen, maar het is de pijn over hun straf en niet de aankondiging van Christus' geboorte. Van enig leven is geen sprake!
Maar God zal hen daar verlossen en dan wordt alles anders. Dit belooft God voor de tweede keer. Bij de eerste keer gaat de doorbreker vóór hen uit 53), maar deze keer ontmoeten zij hun koning op een andere manier.

- de volken worden verzameld

De Messias heeft Zijn oog laten vallen op Jeruzalem. Daar hoort het koningschap te zijn.
Maar Hij is niet de enige! Ook de volken kijken naar Sion met een begerige blik. 54)  Het is opmerkelijk dat profeten als Amos, Micha en Habakuk de woorden van God hebben geschouwd. 55)  Zij staren in verrukking naar Zijn woorden. Op dezelfde manier "schouwen" de volken Sion.
God weet dat, maar Hij heeft een plan!

- zij kennen de gedachten des Heren niet

In Gods gedachten komt er een moment waarop Hij de volken naar Jeruzalem zal laten optrekken. Dat is het moment waarop Israël hen zal verbrijzelen. Dat zal gebeuren aan het begin van het Messiaanse vrederijk.
Maar er komt eerst een gedeeltelijke voorvervulling bij de geboorte van de Heer Jezus. Na het rijk van Babel komen de Meden en Perzen, gevolgd door de Grieken en de Romeinen. Die laatste wereldmacht is aan het bewind als de Koning der Joden geboren wordt. 56)
Elke wereldmacht denkt soeverein te kunnen optreden, maar zij kunnen slechts bewegen naar het doel dat God voor ogen heeft, hoewel ze geen notie hebben van Gods gedachten. 57)
In Gods gedachten staat Christus altijd centraal.

- Micha 4 : 14 (een bizarre samenloop)

Dit is een belangrijk vers dat in een aantal vertalingen (terecht) het eerste vers van hoofdstuk 5 is. Het bestaat uit drie regels en het is goed om ons af te vragen wie iets zegt tegen wie.

  1. "Nu, groepeer u, dochter van de strijdbende!"
    Veelal is hier vertaald "bendegenoot", maar "genoot" kan beter vertaald worden met "dochter". De dochter van de strijdbende staat dan op tegen de dochter van Sion. 58)  Van beiden zien we dus de volgende generatie, en dat toont opnieuw dat de geschiedenis zich zal herhalen.
    Zowel bij de eerste komst als bij de latere verschijning van Christus staan strijdmachten op tegen Jeruzalem. 59)
    Het is de Here die dit roept tot de volken.
  2. "Zij gaan een belegering tegen ons opzetten"
    Jeruzalem wordt belegerd, maar de Here is bij hen. Hij kent het volk dat Hij gevormd heeft uit kreupelen en verstrooiden. 60)  Als er gevaar dreigt komt Hij hen te hulp.
    De Here spreekt dit tot het gelovig overblijfsel. 61)
  3. "Zij zullen met een stok de rechter van Israël op de kaak slaan"
    Er komt een rechter (of: richter) zoals er in vroegere dagen velen geweest zijn. Zij kwamen om Israël te verlossen en het volk was hen dankbaar.
    Maar zo wordt deze richter niet ontvangen!
    Het overblijfsel van Gods volk kijkt naar hem uit, maar het overgrote deel is ongelovig. Zij moeten niets van hem weten en slaan hem in het gezicht.
    Deze uitspraak wijs op het gedrag van het ongelovige volk als hun Messias komt.

Micha wijst dus op een bizarre samenloop van omstandigheden.
God brengt de volken naar Jeruzalem en verwekt leven in een klein deel van Zijn volk. Maar het overgrote deel van Zijn volk verwerpt hun Messias!

De verwerping van de Messias

Micha 5

Jesaja beschrijft uitvoerig hoe de Heer Jezus geslagen en gedood zal worden 62), maar Micha wijst op een heel bijzonder detail.
Het woord "Daarom" in Micha 5 : 2 sluit aan bij de verwerping van de Messias in Micha 4 : 14. Dát is de reden waarom God Zijn volk een tijdlang zal loslaten.

- Micha 5 : 1 (een belangrijke tussenzin)

Tussen deze beide verzen ligt Micha 5 : 1, een soort tussenzin waarin God laat zien hóe de Messias zal komen. 63)
Is er dan een reden om Hem zo te behandelen?

De Messias is de heerser over Israël, "wiens oorsprong is van ouds, van de dagen der eeuwigheid". Dat wijst op het feit dat Hij de eeuwige God Zélf is.
Hij komt echter zo nederig mogelijk, geboren als Mens in Bethlehem.
Deze beide kanten maken Hem tot die unieke Persoon (God én Mens) die "Mij zal voortkomen". Dit kan alleen Gods plan zijn; Zijn Zoon is de Messias, geboren als Mens. 64)
Een klein overblijfsel (Simeon en Anna) 65)  kijkt naar Hem uit en huldigt Hem, maar het overgrote deel van Israël wil niets van Hem weten.

Als de Heer Jezus geboren wordt en de wijzen zoeken de Koning der Joden, wil Herodes weten waar Hij geboren is. Hij verzamelt alle overpriesters en schriftgeleerden om van hen het antwoord op die vraag te horen. Zij antwoorden hem dat dit Bethlehem in Juda is en zij onderbouwen dit met het citeren van Micha 5 : 1.
Maar hóe citeren zij dit vers? 66)

  • De woorden "wiens oorsprong is van ouds, van de dagen der eeuwigheid" laten zij weg. De religieuze leiders wijzen (on)bewust Zijn goddelijke oorsprong af.
  • Ook het woord "Mij" laten zij weg. Zij ontkennen dat Hij het middelpunt in Góds plan is.
    Bij deze twee punten zitten Herodes en de schriftgeleerden helemaal op één lijn. Herodes (uit de volken) en de Joodse leiders wijzen de Koning van Israël af. De bizarre samenloop uit Micha 4 : 14 wordt zichtbaar!
  • Bovendien vervangen de schriftgeleerden "Bethlehem Efrata" door "Bethlehem, land van Juda". Waarom?
    De diepe inhoud van Bethlehem Efrata is voor hen verborgen.

- Bethlehem Efrata

De enige andere keer dat Bethlehem Efrata genoemd wordt is bij de geboorte van Benjamin. 67)
Het is een indrukwekkend moment in het leven van Jakob. Rachel is zijn geliefde voor wie hij veertien jaar gewerkt heeft. Tot nu toe heeft zij één zoon gekregen, Jozef. Hier, op de weg naar Bethlehem Efrata, bevalt zij opnieuw van een zoon en kan hem nog net de naam Ben-Oni (= "zoon van mijn smarten") geven.
Jakob ziet hoe zijn geliefde sterft. Met een mengeling van diep verdriet en grote vreugde noemt hij de jongen Benjamin (= "zoon van mijn rechterhand").

Deze gebeurtenis is een aangrijpende illustratie hoe God ook Zijn "Bethlehem Efrata" kent wanneer Zijn Zoon geboren wordt uit Zijn geliefde vrouw Israël. Voor Hém is Hij "de Zoon van Mijn rechterhand", maar dat is Christus niet voor Israël. Daarom "sterft zij", d.w.z. God verbreekt tijdelijk Zijn band met Israël.
Toch verloopt dit helemaal volgens Gods plan. Joden en heidenen verwerpen Hem eensgezind 68), maar God heeft Hém tot Heer en tot Christus gemaakt! 69)

- Israëls barensweeën

Wanneer een kind geboren wordt komen eerst de barensweeën en daarna vindt de geboorte plaats. Alleen bij de geboorte van Christus is dat niet zo. In tegenstelling tot Rachel kent Israël geen barensweeën. Volgens Jesaja een volstrekt uniek fenomeen. 70)
Toch zullen de weeën komen, en wel in "de tijd van Jakobs benauwdheid". 71)  Dat is de uiterst zware periode (de grote verdrukking) die aan de verschijning van Christus voorafgaat. 72)
Micha verklaart dat God Zijn volk zal prijsgeven "tot de tijd dat zij baren zal". 73)  De verschijning van Christus zal voor Gods volk een geboorte betekenen, maar dan van "een enig kind" dat zij zullen herkennen, omdat Hij al eens eerder bij hen was. 74)

- Paulus en de gemeenten in Galatië

De ontwikkelingen in de gemeenten in Galatië zijn zó dramatisch dat Paulus hen een pittige brief schrijft. Hij neemt het hen bijzonder kwalijk dat zij zich onder de Joodse wet plaatsen. 75)
Hun geestelijke vrijheid zijn ze kwijt. 76)  Van volwassen gelovigen zijn zij nu geworden als kleine kinderen die onmondig zijn. 77)
Maar het ergste is dat zij daardoor ook het zicht op de Heer Jezus zijn kwijtgeraakt. 78)  Wat Paulus betreft is daardoor de eerste evangelieprediking voor niets geweest. 79)  Hij kan weer opnieuw beginnen, zoals God straks met Israël opnieuw begint.
Toch heeft Paulus er alles voor over om hen weer helemaal in de geestelijke vrijheid te brengen. Voor hem zijn dit barensweeën, maar dat vindt hij niet erg. Hij kent immers het gevolg? Dan wordt de Heer Jezus weer "geboren" in de levens van deze gelovigen in Galatië! 80)
Dat is het belangrijkste in het leven van een kind van God, ook vandaag.

3e toespraak (Micha 6 - 7)

Micha 6

In deze laatste toespraak komt Micha tot de kern van wat God eigenlijk van ieder mens vraagt. 81)  Het is een samenvatting in drie punten:

  1. "niet anders dan recht doen"
  2. "getrouwheid liefhebben"
  3. "ootmoedig wandelen met uw God"

Het zijn de eenvoudige maar schitterende kenmerken in het leven van de Heer Jezus. "Hij kwam niet om gediend te worden, maar om te dienen". 82)
Zijn leven is een gebedsleven, een leven van afhankelijkheid van God.
In Psalm 16 brengt Hij Zijn gevoelens onder woorden: "Bewaar mij, o God, want bij U schuil ik". 83)
Dat betekent vrede in de weg die vóór Hem ligt. De wooren "de meetsnoeren vallen in liefelijke dreven" 84)  zijn dan altijd waar, ongeacht wat mensen Hem aandoen.
Hij wandelt immers ootmoedig met Zijn God?

Deze drie punten zijn niet te moeilijk voor elke gelovige, die de Heer Jezus wil volgen. De omstandigheden doen er dan niet zoveel toe. In een ootmoedige wandel met God blijven "de meetsnoeren in liefelijke dreven vallen".
Zo'n wandel met God maakt altijd rijk!

Micha 7

Het slot van deze toespraak en van het hele boek is een uitroep van grote verwondering: "Wie is een God als Gij?" 85)
Micha heeft verteld hoe God Zijn beloften nakomt en gaat uitvoeren 86), dwars door het grillige en vijandige gedrag van Zijn volk door alle eeuwen heen.

Het is de uitroep van verwondering bij de discipelen, als zij in een storm komen en de Heer rustig ligt te slapen. Angstig maken ze Hem wakker, waarna Hij de wind bestraft en tot de zee spreekt: "Zwijg, weest stil!"
Ze zijn vol ontzag en zeggen tegen elkaar: "Wie is toch Deze?" 87)

Het is ook onze uitroep als wij weer eens (voor de zoveelste keer) mogen vaststellen dat de Heer er in onze levens bij is, dat Hij ons met Zijn rust en vrede wil vullen, en dat Hij "de Heer aan de spits is".


 

Dit is een uitwerking van lezingen over Micha in Assen (17 januari 2015) en in Warffum (24 januari 2015)