ik heb niet genoeg schuldgevoel

Hieronder een mailconversatie over een thema waar jij misschien ook mee worstelt.
Dirk is niet de echte naam van de mailer, en met zijn instemming kun je meelezen. Namen en plaatsen zijn weggelaten, maar het verhaal is blijven staan.

Dirk

Ik vind het moeilijk om te erkennen dat het terecht is dat ik verloren ga omdat ik een zondaar ben. Ik geloof het wel omdat het in de bijbel staat, maar heb er moeite mee om het van harte te erkennen. Hoe kun je dan oprecht God om vergeving van zonden vragen?
Ik zit hier al heel lang mee. Zie graag een antwoord tegemoet.

Wim

Ik ben blij dat je de moed hebt om dit eerlijk te schrijven.

Voor het goede begrip probeer ik eerst op te schrijven of ik je goed heb begrepen. Je leest in de bijbel dat elk mens verloren gaat omdat ie een zondaar is. Dus jij ook. Maar je stelt vast dat je als zondaar geboren bent (en dat doet de bijbel ook), en dan vraag je je af of je er wel iets aan kunt doen. En waar je niks aan doen kunt, kun je ook niet op afgerekend worden. Is dit ongeveer de kern?

Ik kan dat goed begrijpen, en daar ben je bepaald niet de enige in. Het mooie van de evangeliën is dat er verschillende ontmoetingen worden beschreven van mensen met de Heer Jezus. Van tollenaar en zondaars (die elke vrome jood minachtte) tot aan gesprekken met farizeeërs. Van de laatste groep wilden de meesten de Heer alleen maar in woorden vangen en ombrengen.
Maar er was er één, die 's nachts bij Hem kwam, omdat hij vragen had. Dat is Nicodemus en zijn ontmoeting kun je lezen in Johannes 3.

Hij staat niet als zondaar bekend, maar is een oprecht mens. Net als jij, vermoed ik. De Heer noemt hem zelfs dé leraar van Israël (1). Toch voelt hij aan dat hij iets mist. Net als jij, vermoed ik.
De sleutel die hij miste noemt de Heer 'wedergeboorte', iets dat je met een gewone geboorte kunt vergelijken. Jij kon aan je geboorte niets doen. Het is je overkomen. Zo is het ook met de wedergeboorte. Dat overkomt je door een werk van Gods Geest, die daarvoor de bijbel (het water) gebruikt (2).
Zolang dat niet gebeurd is, ben je gewoon 'vlees uit vlees' (vs.6). Dat wil zeggen, dat sinds de zondeval van Adam en Eva er alleen maar zondaars geboren kunnen worden. Daar kunnen zij niets aan doen, maar zo kijkt God naar ons.

Maar God laat het daar niet bij zitten, want Hij wil niet dat iemand verloren gaat. Jij ook niet. Hij wil dat je opnieuw geboren wordt.
Nicodemus snapt daar niets van en dan herinnert de Heer hem aan een voorval tijdens de woestijnreis van Israël. Zij werden door eigen schuld gebeten door vurige slangen, en zouden onherroepelijk sterven. Mozes moet een koperen slang oprichten, en een blik op die slang was voldoende om in leven te blijven.
De Heer zegt, dat Hij net zo verhoogd gaat worden (3), omdat God in pure liefde Zijn Zoon laat sterven voor mensen als Nicodemus. Dus voor iemand die als zondaar geboren was en dus alleen maar kón zondigen. Niet in menselijke ogen, want voor zover wij weten is Nicodemus nooit veroordeeld. Daarvoor leefde hij veel te braaf. Maar in Gods heilige ogen is niemand in staat om ook maar iets goeds te doen (4).

De vraag komt dan: hoe wordt je opnieuw geboren?
Dat kun jij niet. Maar wat je wél kunt, is de Heer Jezus aanvaarden als jouw Verlosser. Niet omdat je zo'n gróte zondaar bent, maar omdat ook een kleine zondaar verloren gaat. Als je Hem hebt aanvaardt als jouw Heiland, dan werkt God in jou dat nieuwe leven, en mag je je een kind van God noemen (5).

Dirk

Allereerst bedankt dat je zoveel moeite neemt me uitgebreid te schrijven. En nog meer bedankt, dat het, hoewel ik nog wel wat vragen heb openstaan, het toch een straaltje licht werpt.
Is het dan toch voldoende als ik mag zeggen; "ik begrijp het nog niet helemaal, maar ik geloof het wel?". Het is echter moeilijk te peilen of je nu met je hart of met je verstand gelooft.

Is er niet eerst een diepe ervaring, bevinding (zoals het in sommige reformatorsiche kringen wel genoemd wordt) noodzakelijk om je zonden te zien?
Is het niet zo dat je pas dan oprecht om vergeving kunt vragen? Ik heb dat namelijk niet, althans, niet bewust. Kan God dan wel met je verder?

Staat er ook niet ergens in de bijbel dat God samen met jou wil helpen je zonden te belijden? Mag ik me daarop beroepen?
Ik kan namelijk niet veel anders, ben ik bang, op dit moment. Zeker, ik wil strak mijn blik op de Heer Jezus houden. Zoals op de koperen slang, die je beschrijft.
Maar is dat genoeg? Leidt dat uiteindelijk wel tot m'n behoud?

Je ziet, het zijn nogal wat vragen.
Soms ga ik naar een evangelische gemeente. Maar dit soort vragen wordt daar eigenlijk een beetje afgewimpeld met: "dat is bevindelijk; is niet zo nodig, geloof het nou maar".
Misschien volkomen terecht en voldoende, maar het bevredigt mij inwendig niet.

Wim

Het is altijd lastig om het gezonde bijbelse evenwicht te bewaren.
In reformatorische hoek is men soms genegen om zoveel verdriet te bedrijven over ons slechte hart waaruit steeds weer zonden voortkomen, dat men na belijdenis niet of nauwelijks rust vindt in het volbrachte werk van de Heer Jezus. Want is je verdriet wel diep genoeg?
In evangelische hoek maakt men zich minder druk om zonden belijden (en al helemaal niet over bijbehorend verdriet), want je mag het gewoon geloven.

Je voelt wel aan dat God beide kanten even belangrijk vindt. Zonden belijden is belangrijk. God helpt ons daar inderdaad bij (6). En als we ze beleden hebben, gaat Hij ze gegarandeerd vergeven (7).
Nu gaat 1 Johannes over mensen die al bekeerd zijn, en dus weten dat ze een kind van God zijn. Dat maakte hen blij, maar die blijdschap verdween toen ze een zonde begingen. Zij zullen er best verdriet van hebben gehad, maar Johannes legt hen uit dat de blijdschap weer terugkomt na belijdenis.

Eigenlijk wil ik het probleem van zonden en het verdriet daarover even loslaten.
Nadenkend over je mails heb ik een vraag: weet je of je een kind van God bent?
Zo nee, weet je wat er voor nodig is om het zeker te kunnen weten?
Zo ja, hoe weet je dat zo zeker?

Ik ben benieuwd naar je reactie. Daarna mailen we verder.

Dirk

Antwoord op je vraag of ik weet of ik een kind van God ben? Helaas, nee, ik kan dat niet in volle zekerheid beantwoorden. Maar ik kan en wil ook geen concreet 'nee' zeggen.

Ik geloof in Jezus Christus en Zijn kruisdood als een zekerheid op een eeuwig leven in de hemel voor een ieder die zich aan hem overgeeft.
Dat ik dit geloof, is in eerste instantie echter een gevolg van mijn opvoeding, denk ik. Het is me immers met de paplepel ingegoten. Ik vind het echter heel moeilijk om hierin m'n eigen hart te peilen. De wens is zo vaak de vader van de gedachte.
Je kunt het een miljoen keer met je verstand belijden, maar ik denk dat het bij mij altijd met een onbewuste gedachte gaat, dat je nu eenmaal als een soort formule het zondaarsgebed moet uitspreken om zo verzekerd te zijn van de hemel.
Ik kan niet met zekerheid bevestigen dat het een echte 100% hartsgesteldheid bij mij is, helaas. Ik denk ook niet, dat als ik wist dat ik vandaag sterven zou, ik dat zonder bezorgdheid en met volle zekerheid zou accepteren, omdat ik 100% zeker ben dat ik naar de hemel ga.

Toch geloof ik in het aanroepen van Hem.
En ik geloof dat God een mens niet zal negeren, die tot Hem roept, ook al is het uit angst voor de dood, i.p.v. uit overtuiging van zonde en schuld (dat laatste, schuldgevoel, dat mis ik dus, denk ik).
Wel erken ik dat ik mijn hele leven lang eerst m'n aardse zaken (baan, geluk, etc) altijd geregeld wilde hebben, en God op een 2e plaats gezet heb.
Dat kan en mag ik nu zien, weten en ervaren. En dat wil ik ook erkennen als fout, dom en koppig. En dat is waarschijnlijk wel zonde te noemen.
Kort gezegd: ik erken mijn wantrouwen en ongeloof uit het verleden, en God's roep niet serieus genoeg genomen te hebben. Dit erken ik, en dit wil ik dus echt niet meer. En ik geloof wel dat dit een eerste stap is.
Maar of dat al voldoende is om 'bekroond' te worden met een-kind-van-God-zijn, wel, ik hoop dat het een aanloop er naar toe is.
En terwijl ik dit schrijf, krijg ik toch een gevoel dat dit inderdaad zo is. En ik zou nooit meer terug willen. Wel, ik heb nu wel gezegd wat er in me omgaat. Ik kan echter, en durf ook eigenlijk, nog geen concreet antwoord te geven.

Op je volgende vraag wat er nodig is om het zeker te weten: Ik WEET dat dat geloof moet zijn. Maar ik verwacht ook een gevoelservaring. God heeft toch gezegd, dat Hij persoonlijk in je hart wil / zal komen, om samen de 'maaltijd te delen'. Nou, van daaruit verwacht ik dan toch een persoonlijke ervaring (geestelijk uiteraard).

Voor mezelf zou ik overtuigd zijn als ik een soort ervaring zou kunnen krijgen, als een bewijs wat voor mij makkelijk te bevatten is. Dat hoeft niet lijfelijk of materieel te zijn, maar zo'n duidelijke ingreep van God in mijn hart, zodat mijn twijfel gewoon weggenomen wordt.
Dat zou voor mij zekerheid zijn.

Wim

Dank voor je woorden. Je beschrijft je gevoelens over geloofszekerheid op een tedere manier en dat is heel bijzonder. Je moet het niet alleen kunnen maar ook willen, en dat naar iemand die je niet kent. Dat getuigt van vertrouwen, en dat hoop ik niet te beschamen.

Toen ik wat over je mail nadacht, kwam er een vergelijking bij me boven. Aan de ene kant is het geloof je van jongs af met de paplepel ingegoten. Je kent de Bijbel en je hebt uitvoerig over God en de Heer Jezus gehoord. Aan de andere kant kennen wij elkaar nog geen week. Toch vertrouw je me en hoop je dat ik je een duw in de goede richting kan geven. Als ik beide situaties met elkaar vergelijk, dan heb je God noch mij ooit gezien. Van ons allebei heb je woorden ontvangen. Waarom zou je mij wél vertrouwen en twijfel je of God jou wil aannemen?

Ik wil je heel graag wijzen op woorden van God, die alle twijfel bij jou zullen wegnemen. Van de vele woorden noem ik graag het voorbeeld van de Heer Jezus, die vertelt over 2 mensen: een farizeeër en een tollenaar.
De eerste hangt een waslijst op van prijzenswaardige dingen. De tweede heeft niets aan te bieden dan alleen zijn toestand: "O God, wees mij, de zondaar genadig!" (8). Maar die tollenaar ging gerechtvaardigd naar huis (9).

Als die farizeeër dat ook had gebeden, was ook hij gerechtvaardigd, want het gaat er niet om of je een grote zondaar (tollenaar) of een kleine zondaar (farizeeër) bent, maar of je alleen gebruik wilt maken van Gods genade. Zo ziet God ons graag komen, ook jou.

Als ik je mails lees, dan sta je enorm dichtbij en wil je niets liever dan Gods genade met beide armen omhelzen en in je hart opsluiten. Weet je dat God je dit je leven lang al aanbiedt? Hij wil niks liever!

Ga nu op de knieën en zeg: "O God, wees mij, Dirk genadig". En dan neem je voor jezelf aan wat Lukas 18 vs 14 (9) zegt en dan mag je weten dat je gerechtvaardigd bent. Dat betekent dat God jou niet langer aanziet als zondaar, maar als één van Zijn kinderen. Dat wordt je en dat blijf je.
Vanaf dat moment staat jouw naam gegraveerd in de hand van de Heer Jezus en in de hand van de Vader. Niemand kan jou en mij daaruit weg nemen (10).
Dat zijn woorden van God, en die moeten we gewoon geloven. Okay?

Dirk

Zeker, ik geloof dat God mij in principe wil aannemen., omdat dat Zijn doel is. Maar ik zie mezelf toch nog niet als de tollenaar (helaas): die voelde denk ik zijn zonde echt heel erg, en had daar vreselijk berouw van.
Ik geloof mijn zonde wel, maar eigenlijk voornamelijk omdat de bijbel me dat leert. En ik vraag ook wel vergeving voor mijn zonde die ik toch dagelijks doe, omdat mijn geweten kenbaar maakt dat het zonde is.

Maar om nu diep berouw te hebben over zonde, (misschien zelfs over erfzonde?) zodat ik me schaam en het terecht vind dat ik verloren ga, DAT vind ik zo moeilijk.
En zolang je dat niet voelt, vindt of ervaart, kun je toch ook moeilijk de dankbaarheid in je hart voelen die nodig is om God te danken? Dat lukt mij nog steeds niet, of is mij nog niet gegeven.
En daarom twijfel ik of ik nu al een kind van God ben.

Nogmaals, ik weet het wel, ik geloof dat, omdat het in de bijbel staat. Maar ik denk dat dat niet is wat God nou juist zoekt, toch? God zoekt toch een oprecht berouwvol hart, dat zó zijn hopeloze toestand inziet, dat hij als het ware in doodsnood om God vraagt? En ik geloof dat God je dan ook redt.
Maar moet je niet eerst in de toestand zijn die ik hier beschrijf? Dat is eigenlijk het hele punt waar mee ik zit.
Wil je me dit nog een keer toelichten?

Misschien vind je het onderhand wel 'spijkers op laag water zoeken', maar ik kan het niet anders zien zo. Dus als je nog een aanvulling hebt, heel graag.

Wim

Je noemde jouw verleden al eens 'bevindelijk' en dat wijst op het feit dat gevoel en ervaring belangrijke aspecten van het geloofsleven zijn. Nu leert de bijbel dat gelukkig ook (11), zoals o.a. 1 Johannes 1 vs 4 zegt. En zolang we in bijbelse lijn onze gevoelens ruimte geven is er niets mis mee. We hebben gevoelens niet voor niets gekregen.

De grote vraag is alleen of onze gevoelens voor God belangrijk zijn wanneer wij onze zonden belijden. Eerlijk gezegd: ik heb dat tot nu toe niet gelezen. En ik zou ook niet weten wat onze gevoelens kunnen toevoegen aan Gods bereidheid om ons te vergeven.
God vergeeft zonden omdat Hij door het werk van de Heer Jezus de mogelijkheid heeft gekregen om ze ons te vergeven. Er is namelijk een Plaatsvervanger, Iemand die voor mijn zonden is gestorven en met Zijn bloed betaald heeft.
God zei al bij het pascha in Egypte: "als Ik het bloed zie zal Ik voorbij gaan" (12). Je kent het verhaal vast wel.
Op de website staat onder Warffum -> Downloads bij seizoen 2006-2007 een presentatie over vrede met God
Bij plaatje 23 zie je twee oudste jongetjes staan. Ze schuilen achter het bloed. De ene gelooft wat God gezegd heeft, de ander weet het niet zeker.
Zie je het verschil?
In 1 Johannes 1 vs 9 staat:
a) wat wij hebben te doen: onze zonden belijden. Over gevoelens lees ik echt helemaal niets. Gewoon oprecht belijden.
b) wat God dan doet. Hij is 'getrouw en rechtvaardig om ons te vergeven'. Dat betekent dat Hij niet anders kán en niet anders wíl dan ons vergeven. Hij is dat (met eerbied gesproken) verplicht aan het werk van de Heer Jezus.

Doet God dat met tegenzin? Geen sprake van! Hij zit op jou te wachten, gewoon zoals je bent.
Nee, ik weet dat je geen tollenaar bent. Waarschijnlijk ben je gewoon een eerlijk, hardwerkend, vroom mens, die geen vlieg kwaad wil doen. En toch, je noemde het al, heb je de erfzonde in je. Net als ik. Als er niets zou gebeuren zou je verloren gaan.
Dat gold ook voor Nicodemus. Hij was een brave man, maar een zondaar. Hij moest opnieuw geboren worden. Dat doet God op het moment dat jij en ik komen om als zondaar gebruik te maken van Zijn genade om gered te worden.

Dacht je dat ik zoveel berouw voelde toen ik me als 12 jarige jongen bekeerde? Helemaal niet! Dat was gewoon eigenbelang. Anders ging ik verloren, en dat wilde ik niet.
Later, langzaam aan, kwam het besef wat voor zondaar ik eigenlijk geweest ben en hoeveel genade mij eigenlijk bewezen is. Maar dat was voor God gelukkig geen voorwaarde om mij direct tot Zijn kind te maken.

Er is een oud lied, waarvan het eerste couplet begint met
"Door een blik op het kruis, is er leven en heil".

Een volgende couplet zegt:
"Niet uw tranen, gebeden, bekering, berouw,
maar Zijn bloed bracht verzoening voor u
".

Weet je nog van die koperen slang?
Zodra jij zo je hand legt op Gods genade, kijk je naar het kruis van de Heer Jezus en zeg je hardop:
"Dank U, Vader, voor Uw Zoon!
Dank U dat U hem niet spaarde, maar hem voor mij hebt overgegeven.
Dank U dat U mij nieuw leven geeft en dat ik Uw kind mag zijn.
Voor eeuwig!
"

Begin God te danken voor het werk op Golgotha's kruis!

Dirk

Je bent de eerste die me vertelt dat je je bekeerde, zonder dat je in eerste instantie berouw voelde. Dit is echt een eye-opener voor me. Ik geloof je, en het geeft me houvast. En het is een opluchting voor me dit te lezen.
Ik geloof nu dat ik echt naar God en Jezus toe mag, zonder m'n zonden eerst te voelen. Ik geloof de bijbel en Zijn boodschap, en ik geloof jouw verhaal. Het geeft mij vertrouwen naar God toe te gaan, met, ja, eigenlijk niks.

Ik kan hele verhalen schrijven over m'n geloofsbeleving / -pogingen de afgelopen jaren, maanden, en dagen, maar dat doe ik nu niet.

Ik wil je alleen nogmaals zeggen, dat je boodschap en uitleg een opluchting voor me betekent, ik me een enorme stap verder voel, en het een barricade voor me weggenomen heeft (althans, zo ervoer ik die).

Wim

Alle lof aan onze Heer! Hij is met je bezig en wilde me als klein schakeltje in Zijn werk aan jouw ziel gebruiken. Het heeft me minstens zoveel vreugde gegeven als jou om deze regels te lezen. Wat mooi dat je oog krijgt voor het eenvoudige evangelie. Makkelijker kan God het niet maken.
Ik hoop dat je in de komende tijd dit helemaal kunt aanvaarden als een boodschap van God, speciaal ook voor jou.


Herken je jezelf in Dirk? En kom je er nog niet helemaal uit?
Voel je vrij om contact op te nemen!