Bekering en wedergeboorte

Bekering en wedergeboorte horen bij elkaar. Het zijn twee kanten van dezelfde gebeurtenis: mijn kant en Gods kant. Die gebeurtenis is het moment dat mijn relatie met God weer in orde komt. Je zou kunnen zeggen: op het moment dat ik mij wil bekeren, bewerkt God in mij de wedergeboorte.

Bekering

Mijn kant

Bekering is op zichzelf duidelijk: als zondaar ga ik bij God vandaan, richting de hel, en ga ik verloren. Als ik mij bekeer, dan draai ik mij om en ga naar God terug. Ik belijd Hem mijn zonden en neem de Heer Jezus aan als mijn Heiland.
Bekeren = omkeren.
Ik kan er niets aan doen dat ik als zondaar geboren ben. Sinds de zondeval van Adam en Eva zijn er uit hen alleen maar zondaars geboren. God wil echter niet dat iemand verloren gaat, maar dat allen tot bekering komen (1). Allen, dus ook ik. Hij wil niet dat ik verloren ga. Als ik toch verloren ga, ligt het dus niet aan God, maar aan mij. Ik wilde niet.

Iedereen die wil komen, krijgt vergeving van zonden.
Hoe kan dat? Ziet God dan zonden door de vingers? Nee, daar is God te heilig voor. Elke zonde móet geoordeeld worden. Wanneer God mij wil sparen, dan betekent dat dus dat een ander in mijn plaats dat oordeel moet ondergaan. Maar dat moet dan wel iemand zijn, die zelf zónder zonde is. Alleen een zondeloze kan de plaast van een zondaar innemen.
Dat is precies wat op Golgotha gebeurd is. Daar is Gods Zoon, Jezus Christus, gestorven. Hij is het Lam van God, dat moest sterven. Met zijn bloed heeft Hij betaald, want zonder bloedstorting is er geen vergeving (2).
De waarde van Zijn werk is zo groot, dat iedereen (zonder uitzondering) tot God kan komen, om vergeving van zonden te ontvangen.

Wedergeboorte

Gods kant

Als een kind geboren wordt, heeft het geen aandeel gehad in de geboorte. Zo is het eigenlijk ook met de wedergeboorte (lett. "van boven af geboren"). God bewerkt in mij het nieuwe leven. Daar heb ik geen deel aan, het is 100% Gods werk. Ik ben dan uit Hem geboren (3) en heb Zijn natuur gekregen (4).
Johannes noemt dit: eeuwig leven.

'Eeuwig leven' betekent niet alleen dat ik tot in eeuwigheid zal blijven leven, want ook een gelovige in het Oude Testament moest opnieuw geboren worden (5) en kreeg dus eeuwig leven.
Maar er is een groot verschil tussen een gelovige uit het Oude Testament en mij: ik mag mijzelf een kind van God noemen en "Abba, Vader" zeggen. Na de dood en opstanding van Jezus Christus is dat mogelijk geworden. Maria Magdalena mocht die prachtige boodschap aan de discipelen gaan vertellen (6) . Dat is het exclusieve voorrecht van elke gelovige, die deel uitmaakt van de familie van God (door Paulus genoemd: de gemeente van God). Dat is het eeuwige leven in al z'n overvloed(7) .

Moet ik mij dagelijks bekeren?

Antwoord : dat hangt er vanaf wat je er mee bedoelt.

Zodra ik mij als een verloren zondaar tot God bekeer, ontvang ik vergeving van zonden, en geeft God mij eeuwig leven. Daarmee is mijn relatie tot een heilig God voor altijd in orde. God vergeeft mij van ganser harte, omdat al mijn zonden zijn gebracht onder het bloed van de Heer Jezus Christus(8).
Dit hoeft dus nooit meer te worden overgedaan!

Na mijn bekering ben ik een kind van God geworden. Vanaf dat moment sta ik in een heel nieuwe verhouding tot Hem. Dan ken ik Hem als een liefhebbende Vader, die graag ongestoord gemeenschap met mij wil hebben. De enige die dat kan verstoren ben ik, op het moment dat ik zondig.
Als een kind thuis zondigt tegen zijn vader, dan is de verhouding tussen die twee enigszins verstoord. Toch zal het kind het niet in het hoofd halen om zich af te vragen of zijn vader niet langer zijn vader is. Die band blijft!
Zo is het ook tussen mij en mijn hemelse Vader. Als ik zondig zal ik dat moeten belijden, en wel direkt. Dat zou je een soort bekering kunnen noemen, maar beter is het om te zeggen dat ik mijn fout erken.
Met zo'n belijdenis moet ik ook niet wachten tot het eind van de dag, om alles (wat ik dan nog weet) in één keer te belijden, want dan heb ik de hele dag doorgebracht zonder gemeenschap met mijn Vader. En ik moet al helemaal niet aan het begin van de dag vragen of God mij alles wil vergeven wat ik in die dag fout ga doen, want dat is nogal respektloos naar God. Mijn aardse vader zou raar opgekeken hebben als ik hem dat 's morgens kwam vragen. Hij gaat er immers terecht van uit dat ik hem als vader respekteer, en ga doen wat hij graag ziet gebeuren?