Bedelingen

Het is best lastig om na te denken over het woord ‘bedeling’, want voor sommigen is het woord totaal onbekend terwijl het bij anderen weerstand oproept. Die weerstand komt door de zogenaamde bedelingenleer (dispensationalisme), die Gods handelen met de mensheid opdeelt in een aantal tijdvakken.
Het woord ‘bedeling’ komt gewoon in de Bijbel voor1, maar bij de bedelingenleer is inderdaad wel een aantal kanttekeningen te plaatsen: a) ‘bedeling’ slaat niet op een tijdvak maar op besturen, b) ‘bedeling’ komt in de Bijbel niet in het meervoud voor, c) de bedelingenleer kent nogal wat varianten in het aantal tijdvakken.

Wat is ‘bedeling’?

Het Griekse woord voor bedeling is oikonomia (oikos = huis, nomos = wet), en betekent ‘het besturen van een huishouding’. Ons woord economie is daarvan afgeleid. Het kan betrekking hebben op de eigen huishouding, maar ook op andermans bezit en dan is er sprake van rentmeesterschap.
Het is merkwaardig dat er in het Nieuwe Testament maar één eigen huishouding wordt genoemd, namelijk die van God Zélf!2
Mensen worden slechts beschreven als rentmeester, óf van God (zoals Paulus3), óf van iemand anders4.

Uiteraard hebben mensen altijd huishoudens bestuurt, zoals een bedrijf, een land of zelfs een continent. Dat gebeurt meestal vanuit een ideologie (kapitalisme, socialisme, e.d.), maar de geschiedenis leert dat geen enkel ideaal blijvend is en al helemaal niet wereldwijd bereikt wordt.
Dat is een groot verschil met Gods huishouding met de mensheid en deze wereld. Ook God heeft Zijn doel, maar dat wordt nooit bijgesteld en zal straks wél de hele wereld beheersen.

Gods huishouding

Om Gods huishouding beter te begrijpen moeten we de brief aan Efeze raadplegen. Daarin legt Paulus uit dat a) Gods bestuur draait om het openbaren van een verborgenheid, en b) het zijn taak is om dat geheim te openbaren5.
Die taak noemt hij “het rentmeesterschap (oikonomia) van de genade van God”6.

Die verborgenheid betreft Christus en de gemeente. De gemeente bestaat uit gelovigen uit Joden en heidenen, die samen één lichaam vormen. Christus heeft die twee in Zichzelf tot één nieuwe mens geschapen7: Hij is het hoofd en wij het lichaam.

- twee cruciale momenten

Deze unieke eenheid tussen Christus en de gemeente staat centraal in het verloop van Gods huishouding met de hele schepping.
Paulus wijst daarvoor op twee cruciale momenten:

  1. de eerste komst van Christus op aarde
    Het geheim van Christus en de gemeente was in Gods gedachten vóór de grondlegging van de wereld8, maar kan nú geopenbaard worden.
    Het verzoeningswerk van Christus is de basis waarop Gods genade aan alle mensen gepredikt kan worden, zodat ook gelovigen uit de volken aan de gemeente kunnen worden toegevoegd9. Deze eenheid was onbekend tot op dat moment10.
    Hiermee begint 'het rentmeesterschap (oikonomia) van God genade'11.

  2. de tweede komst van Christus op aarde
    Het tweede belangrijke moment is ‘de bedeling (oikonomia) van de volheid der tijden’12.
    Dat is het moment waarop God Zijn handelen met de volken (inclusief Israël) zal voltooien. Het is de ‘de toekomstige eeuw’13, ook wel het Messiaanse rijk genoemd.
    Dan komt Christus op aarde terugkomt en zal Hij openlijk regeren, samen mét de gemeente.
    De volmaakte eenheid tussen Christus en de gemeente wordt dán openlijk zichtbaar.

- het doel van Gods huishouding

Met deze twee grote momenten lijkt Paulus dus Gods huishouding in drie tijdvakken te verdelen. Het is dan ook niet verboden om te spreken over tijdvakken, maar het is veel belangrijker om te beseffen dat God in elk tijdvak op een unieke manier handelt.
De drie tijdvakken zijn dan:

  1. de vroegere: totdat Christus komt (met de nadruk op Gods weg met Israël)
  2. de huidige: vanaf de komst van Christus (met de nadruk op de gemeente)
  3. de toekomstige: vanaf de verschijning van Christus (het Messiaanse vrederijk)
Het uiteindelijke doel van Gods huishouding met de mensheid en deze schepping is dus dat Hij ‘alles onder één hoofd samen brengt in Christus’14.
Maar Wie is hier Christus?
We lezen met diepe bewondering hoe Paulus het geheim van Gods huishouding als volgt samenvat: "de gemeente is zijn lichaam, de volheid van Hem"15. Christus zal straks het heelal met Zijn heerlijkheid vervullen. Hij is het hoofd, Hij regeert!
Maar de gemeente maakt Hem als Persoon compleet!
Dit is het grote geheim én doel van Gods huishouding met het heelal.

De drie tijdvakken in Gods huishouding

Er zijn dus twee momenten waardoor we zicht krijgen op de drie tijdvakken in Gods huishouding. Laten we elk tijdvak iets nader bekijken.

  1. het vroegere tijdvak
    De zondeval, de zondvloed en de torenbouw in Babel zijn belangrijke momenten in Genesis 1 - 11, vooral om aan te tonen hoe groot de zonde van de mens is.
    Tegelijk begint Gods genade te schijnen in de lijn Abel - Seth - Henoch - Noach - Sem.
    Sem is de eerste persoon met wie God Zich identificeert16. In zijn nageslacht wordt later Abraham geboren. Met hem sluit God een verbond en belooft dat zijn nageslacht tot een groot volk zal worden17 dat in een eigen land zal wonen18.
    Dit is het bijzondere begin van het volk Israël dat God Zich verkiest onder alle volken, met alle aardse zegeningen die daaraan verbonden zijn.
    Vanaf Genesis 12 is Israël het middelpunt in het Oude Testament.
    Wanneer het volk faalt, stuurt God profeten. Zijn oordelen komen, maar voor hen blijft Hij "de God van Abraham, Izaäk en Jakob"19, en alle profeten blijven wijzen op de komende Messias, de echte Zoon van David.
    God zál Zijn beloften aan Abraham nakomen.

  2. het huidige tijdvak
    Zodra Israël de Messias verwerpt, stelt God het volk tijdelijk terzijde.
    De dood van Christus is het ergste dat de mens (niet alleen Israël) kon doen. God ziet het echter als dé aanleiding om Zijn genade te tonen, méér dan ooit tevoren.
    Het rentmeesterschap van Gods genade begint!
    God komt nu met een aantal verborgenheden (Gr.musterion = geheim), die Hij met name via Paulus openbaart. In zijn brieven beschrijft hij het unieke van de gemeente en hij doet dat door het te vergelijken met een lichaam. De gemeente wordt ook vergeleken met een huis20, een bruid21 en een kudde22, maar die vergelijkingen zijn niet uniek. God gebruikt die namelijk ook om Zijn relatie met Israël te schetsen23.
    Enkele verborgenheden die Paulus mag openbaren:
    • De verborgenheid van Christus24
      Christus heeft de gelovigen uit de Joden (die dichtbij waren) en de heidenen (die veraf waren) in Zichzelf tot één nieuwe mens geschapen25. Christus is het hoofd en wij de leden van het lichaam26.
    • De verborgenheid van Gods wil27
      Straks wordt alles samengebracht onder één hoofd in Christus28, alles, behalve de gemeente. God heeft namelijk Christus als hoofd over alles aan de gemeente gegeven29. De gemeente wordt Hem niet onderworpen, maar is één met Hem!
    • De verborgenheid van de ontmoeting
      De manier waarop Christus en de gemeente elkaar zullen ontmoeten is ook een verborgenheid. Wij zullen in een ondeelbaar ogenblik veranderd worden30 en de Heer tegemoet gaan31. Dit wordt wel de opname genoemd.

  3. het toekomstige tijdvak
    Nadat de gemeente naar de hemel is gegaan begint Gods Geest een groot werk in Israël, waardoor velen tot geloof komen. Zodra Christus op aarde verschijnt zal het volk Hem aannemen, en zal Hij als hun Koning aan het vrederijk beginnen. Zijn troon zal staan op aarde in Jeruzalem32, het centrum van zegen voor de hele wereld.
    De gemeente zal vanuit de hemel haar regeringstaken gaan uitvoeren. Zij is de vrouw van het Lam en de heilige stad, Jeruzalem33.

- zijn er niet méér tijdvakken?

De al eerder genoemde bedelingenleer kent meerdere varianten. De meest voorkomende variant is die van zeven tijdvakken, gebaseerd op de zeven scheppingsdagen34.
Die gedachte is inderdaad zeer de moeite van het overdenken waard. Dat gaan we nu niet verder uitwerken.
Het is in ieder geval belangrijk om niet te spreken over zeven bedelingen, maar over zeven tijdvakken.

Varianten met nóg meer tijdvakken lijken als snel op het z.g. ultradispensationalisme, dat naar onze overtuiging geen Bijbelse basis heeft.

Samenvatting

Gods huishouding met de mensheid is tweeledig:

  1. Israël is een aards volk met een aardse bestemming: het zal op aarde tijdens het Messiaanse rijk het centrum van Gods zegen zijn.
  2. de gemeente is een hemels volk met een hemelse bestemming, namelijk in volmaakte eenheid met Christus, Die het hoofd is over alles.
    Die eenheid is voor eeuwig, ook ná het Messiaanse rijk in de nieuwe schepping35, waar alleen mensen zijn en geen volken meer36 (dus ook geen volk Israël).

Meelezen

1
Efeze 1: 10
de bedeling van de volheid der tijden
2
Efeze 3: 2
het rentmeesterschap van de genade van God
3
1 Korinthe 4: 1
Laat men ons zó beschouwen: als dienaren van Christus en rentmeesters van [de] verborgenheden van God.
4
Lukas 16: 1
Hij nu zei ook tot zijn discipelen: Er was een rijk mens die een rentmeester had.
5
Efeze 3: 9
Mij is deze genade gegeven om de onnaspeurlijke rijkdom van Christus onder de volken te verkondigen, en in het licht te stellen wat het rentmeesterschap is van de verborgenheid die van alle eeuwen verborgen was in God.
6
Efeze 3: 2
7
Efeze 2: 15
opdat Hij die twee in Zichzelf tot één nieuwe mens zou scheppen
8
Efeze 1: 4
Hij heeft ons in Hem uitverkoren vóór [de] grondlegging van [de] wereld
9
Efeze 3: 6
dat zij uit de volken medeërfgenamen, medeingelijfden en mededeelgenoten zijn
10
Efeze 3: 5
die in andere geslachten de zonen van de mensen niet bekend is gemaakt
11
Efeze 3: 2
12
Efeze 1: 10
13
Efeze 1: 21
14
Efeze 1: 10
15
Efeze 1: 22 - 23
En Hij heeft alles aan zijn voeten onderworpen en Hem als hoofd over alles gegeven aan de gemeente, die zijn lichaam is, de volheid van Hem die alles in allen vervult
16
Genesis 9: 26
Geprezen zij de Here, de God van Sem
17
Genesis 15: 5
Zo talrijk zal uw nageslacht zijn.
18
Genesis 15: 18
Aan uw nageslacht heb Ik dit land gegeven, van de rivier van Egypte af tot aan de grote rivier, de rivier de Eufraat
19
Handelingen 3: 13
De God van Abraham en van Izaäk en van Jakob, de God van onze vaderen, heeft zijn knecht Jezus verheerlijkt
20
Efeze 2: 22
u wordt mee opgebouwd tot een woning van God
21
Efeze 5: 25
mannnen, hebt uw eigen vrouwen lief, zoals Christus de gemeente liefgehad heeft
22
Johannes 10: 11
Ik ben de goede Herder; de goede herder geeft zijn leven voor de schapen.
23
Numeri 12: 7
Hosea 2: 18
Jeremia 13: 17
24
Efeze 3: 4
25
Efeze 2: 16 - 17
26
Efeze 5: 30
27
Efeze 1: 9
28
Efeze 1: 10
29
Efeze 1: 22 - 23
30
1 Kortinthe 15: 51 - 52
Zie, ik zeg u een verborgenheid. Wij zullen niet allen ontslapen, maar wij zullen ... in een ondeelbaar ogenblik veranderd worden
31
1 Thessalonika 4: 17
Wij, de levenden die overblijven, zullen samen met hen in wolken worden opgenomen de Heer tegemoet in [de] lucht
32
Lukas 1: 32
God zal Hem de troon van zijn vader David geven
33
Openbaring 21: 9
34
Genesis 1
35
Openbaring 21: 2
Ik zag de heilige stad, het nieuwe Jeruzalem ... als een bruid die voor haar man versierd is.
36
Openbaring 21: 3
Zie, de tabernakel van God is bij de mensen