Lange tijd was gemeente-zijn (kerk-zijn) het belangrijkste voor een gelovige. De laatste tijd krijgt het koninkrijk veel aandacht; dat is winst. Maar dat lijkt ten koste te gaan van de aandacht voor de gemeente; dat is verlies. Het is belangrijk om beiden de volle aandacht te geven, want elke gelovige heeft met beiden te maken.
Door de hele Bijbel is het duidelijk dat God het hoogste gezag heeft van eeuwigheid tot eeuwigheid.
Bij de schepping heeft God de heerschappij over de aarde en haar schepselen gedelegeerd aan de mens1.
Door de zondeval liet deze zien die verantwoordelijkheid niet aan te kunnen.
Vanaf die gebeurtenis is het wachten op het zaad van de vrouw dat de kop van de slang zal vermorzelen2.
Dat moment breekt aan bij de komst van de Heer Jezus, geboren uit een vrouw3.
Bij Zijn komst is ook het koninkrijk van God gekomen.
God legt het gezag in de handen van de tweede Mens, de laatste Adam.
Hij wordt echter niet als Koning aanvaard, maar verworpen en gekruisigd.
Maar juist door dood en opstanding heeft Hij de overwinning over satan behaald.
Daarna is Hij naar de hemel gegaan.
Korte tijd later is de gemeente ontstaan.
Wat betekent dit voor het koninkrijk van God, en voor de Koning in het bijzonder?
Laten we het koninkrijk van God en de gemeente eens met elkaar vergelijken.
- het koninkrijk
Daniël profeteert in een periode dat Israël in ballingschap is, de tempel in Jeruzalem verwoest is en
dat God Zich “de God van de hemel” noemt.
Nebukadnezar en Daniël zien beiden vier opeenvolgende wereldrijken, die worden opgevolgd door een rijk uit
de hemel.
Alleen Daniël ziet de Hoofdpersoon in dat rijk, namelijk “een mensenzoon”, die de koninklijke macht over
alle volken ontvangt van “de Oude van dagen”, de eerbiedwaardige titel van de eeuwige God4.
Maar als Hij verschijnt, dan komt “de Oude van dagen”5.
De Messias, de Koning in dat rijk, is dus God én Mens!
Dit Messiaanse rijk is het koninkrijk der hemelen, en dat verwachtte elke vrome Jood6.
- de gemeente
Het woord ‘gemeente’ is wel bekend, maar werd in het O.T. uitsluitend toegepast op het volk Israël7.
De Heer Jezus spreekt voor het eerst over mijn gemeente, die Hij zal bouwen8.
Tot dat moment is die gemeente verborgen. Het bestaat alleen in Gods gedachten9.
- het koninkrijk
Johannes de Doper kondigt de komst van het koninkrijk van God aan10.
Wanneer de Heer Jezus Zijn openlijke optreden in Israël begint zegt Hij:
‘Zie het koninkrijk van God is midden onder u’11.
Zodra de Koning er is roept Hij Zijn onderdanen (discipelen).
Daarmee is het koninkrijk zichtbaar en gevestigd op aarde.
Mattheüs noemt dit het koninkrijk der hemelen, de andere evangelisten spreken over het koninkrijk van God.
Het is hetzelfde koninkrijk, en wordt gevormd door mensen die het gezag van Christus erkennen.
- de gemeente
De gemeente ontstaat bij de uitstorting van de Heilige Geest.
Dan worden alle gelovigen tot één lichaam gedoopt12.
Het koninkrijk begint dus eerder dan de gemeente.
- het koninkrijk
Het koninkrijk groeit doordat het aantal discipelen toeneemt.
Vlak voordat Hij naar de hemel teruggaat, geeft de Heer Jezus Zijn discipelen de opdracht om alle volken tot
discipelen te maken (letterlijk: “discipelt alle volken”).
Dat dient te gebeuren door hen te dopen en te onderwijzen13. Zo groeit het koninkrijk.
Dopen gebeurt door discipelen. Dat is mensenwerk en de doper kan zich vergissen.
Het kan gebeuren dat de dopeling helemaal niet bekeerd is14.
Toch hoort zo’n dopeling (uiterlijk) tot het koninkrijk.
Ook de geestelijke groei is belangrijk.
Zodra iemand gedoopt is, volgt het onderwijs om te begrijpen wat er van een discipel verwacht mag worden.
Dat is natuurlijk allereerst dat hij Gods Woord begrijpt en naleeft, maar vooral dat hij wil worden als
zijn Meester15.
- de gemeente
Ieder mens die tot geloof komt, wordt verzegeld met de Heilige Geest16 en wordt op dat moment
toegevoegd aan het lichaam van Christus.
Dit wordt ook wel genoemd de zalving met de Geest17 of de doop met de Geest18.
Deze doop wordt uitgevoerd door de Heer Jezus19.
Hij kan Zich niet vergissen, dus het lichaam van Christus bestaat alleen uit ware gelovigen.
- het koninkrijk
Discipelen in het koninkrijk horen goed op hun Meester te letten en goed voor elkaar te zorgen20,
maar de nadruk ligt vooral op hun relatie met de buitenwereld.
Er zijn op aarde momenteel twee machtsgebieden: 1) de wereld, onder gezag van satan21 en
2) het koninkrijk van God, onder gezag van Christus.
Een discipel valt tot zijn bekering onder het gezag van satan, maar is daarna overgebracht in
het koninkrijk van de Zoon van zijn liefde22.
Dat verschil zal in het leven van een discipel goed merkbaar moeten zijn.
Hij gedraagt zich anders naar de wereld, maar ook de wereld zal zich ook anders naar hém gedragen.
Het kan tot vervolgingen leiden23. Dat hebben de apostelen ervaren24.
Voor zover wij weten zijn zij op één na allen terechtgesteld, en velen na hen ondergaan hetzelfde lot, ook vandaag.
Dit hoort bij een godvruchtig leven25.
- de gemeente
Gelovigen zijn kinderen van God en vormen samen Zijn familie.
Zij hebben gemeenschap met de Vader en de Zoon26, en met elkaar.
Elke gelovige heeft een taak in het lichaam van Christus.
Het is de bedoeling om de andere gelovigen op te bouwen, en om lief en leed samen te delen27.
De nadruk in de gemeente ligt op de onderlinge gemeenschap met de Heer en met elkaar.
- het koninkrijk
De Heer Jezus heeft Zijn discipelen voorbereid op een periode waarin Hij afwezig zal zijn.
Hij doet dat bijvoorbeeld in de gelijkenissen in Mattheüs 24 en 25,
waarbij Hij er op wijst dat het wel eens lang zou kunnen duren voordat Hij terugkomt28.
Dit heeft betrekking op Zijn verschijning in heerlijkheid aan het begin van het Messiaanse rijk29,
wanneer elk oog Hem zal zien30.
Paulus noemt dit moment “Zijn verschijning met ons”31.
Wij komen dan namelijk met Christus in heerlijkheid32.
- de gemeente
Vlak voor Zijn sterven heeft de Heer Jezus Zijn discipelen verteld over het Vaderhuis,
dat is de eeuwige woonplaats van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest.
Hij gaat na Zijn opstanding terug naar Zijn Vader om daar voor ons plaats te bereiden.
Hij zal terugkomen, zodat wij bij Hem zullen zijn33.
Paulus beschrijft datzelfde moment in 1Thessalonika 4: 15 - 18.
Hij legt uit dat de Heer Zelf naar ons toe komt en wij Hem in de lucht tegemoet gaan.
De ontmoeting vindt plaats tussen hemel en aarde, waarna Hij ons meeneemt naar de hemel.
Dat moment wordt ook wel ‘de opname’ genoemd.
De opname vindt dus eerst plaats. Daarna zullen wij met Christus verschijnen.
De gemeente kijkt uit naar beiden.
Een discipel in het koninkrijk verwacht de komende Koning in Zijn rijk op aarde.
- het koninkrijk
Het koninkrijk van God bevindt zich nooit in de hemel, maar altijd op aarde.
Het is gevestigd bij de komst van de Koning (de Heer Jezus).
Weliswaar werd Hij verworpen, maar het koninkrijk is gebleven.
Na Zijn hemelvaart is het koninkrijk zichtbaar in Zijn onderdanen/discipelen.
De Koning is 'buitenslands gereisd'34.
Bij de opname van de gemeente gaan de wedergeboren discipelen mee, maar al snel komen er nieuwe discipelen,
namelijk de 144.000 uit Israël en de grote schare uit de volken35.
Zij dienen allemaal het Lam en verwachten de komst van de Messias.
Aan het eind van het Messiaanse rijk wordt satan weer losgelaten.
Hij weet een grote mensenmassa bijeen te brengen, maar vuur uit de hemel verteert hen.
Daarna geeft de Heer Jezus het koningschap terug aan God.
Dan is de nieuwe schepping aangebroken en is alles volmaakt.
Er hoeft niet meer geregeerd te worden36.
- de gemeente
Met name de brief aan Efeze legt de positie van de gemeente uit.
Wij zijn uitverkoren van vóór de grondlegging van de wereld, en onlosmakelijk verbonden met de Heer Jezus
als hoofd en lichaam, en als bruidegom en bruid.
Wij zullen delen in Zijn toekomstige glorie, wanneer alles Hem onderworpen is37.
Wat onze huidige relatie met God betreft zijn wij geen vreemdelingen en bijwoners, maar Zijn huisgenoten38.
Tegelijkertijd is de aarde voor ons ‘vreemd’ terrein geworden39.
Een christen vandaag is dus iemand met twee petten op.
Op de ene staat “lid van het lichaam van Christus” en op de andere staat “discipel in het koninkrijk van God”.
Beiden kenmerken zijn voor ons van groot belang.
Er zijn raakvlakken, maar ook grote verschillen.
Het is de bedoeling om door de kracht van Gods Geest in beiden te functioneren tot eer van onze Heer en Heiland.