Dit is de laatste van een aantal gelijkenissen in Mattheüs 24 en 25, die gaan over de verschijning
van de Heer Jezus.
Elke gelijkenis legt de nadruk op één of meerdere aspekten, en in dit geval
wordt ons een rechtszitting geschetst waar drie groepen mensen bij betrokken zijn.
De meest opmerkelijke groep is "mijn broeders", en bij deze rechtszitting wordt eigenlijk
de vraag behandeld: "Wat hebben jullie met mijn broeders gedaan?".
Daar draait alles om.
Vóór de rechterstoel worden de volken verzameld.
Zij worden in twee groepen verdeeld: de schapen en de bokken.
In welke groep men terecht komt hangt af van het antwoord op die ene belangrijke vraag.
Wanneer men "mijn broeders" goed verzorgd heeft, ook al is het maar het aanbieden van een
glas water, dan wordt men gerekend tot de schapen.
Wanneer dat niet het geval is, dan valt men onder de bokken.
De beloning voor de schapen is het binnengaan in het rijk van de Koning.
De straf van de bokken is het eeuwig verderf.
Tot zover een korte schets van de gelijkenis.
De verschijning van de Heer Jezus in heerlijkheid, is het moment waarop Hij met Zijn voeten
zal staan op de Olijfberg1.
Niet te verwarren met de opname van de gemeente, want dat zal op aarde niet zichtbaar zijn
(lees hier meer).
Hij verschijnt aan het eind van de grote verdrukking (ook wel genoemd "de tijd van Jakobs
benauwdheid"2),
wanneer de nood van Gods volk Israël het grootst is.
In die grote verdrukking zal Gods volk worden gelouterd3
, maar het gelovig deel van Israël zal
vooral gekenmerkt worden door een enorme evangelisatiedrang.
In Op.7 komen we hen tegen in het (symbolische) aantal van 144.000 uit Israël3
Ze trekken door de hele wereld om het evangelie van het koninkrijk te prediken:
de boodschap dat men zich moet voorbereiden op de komende Koning (de Messias).
Wanneer de Messias verschijnt zullen de volgende gebeurtenissen plaats vinden:
Daarna zullen er geen vijanden tegen Hem en tegen Israël over zijn. Dat is het moment waarop Hij als Koning (Messias) plaats kan nemen op de troon van Zijn vader David, en kan de rechtszitting beginnen.
Na de opname van de gemeente, begint Gods Geest een nieuw werk in Israël.
Zij zijn het oorspronkelijke volk van God, dat tijdelijk ter zijde is gesteld na het verwerpen
van de Heer Jezus, maar dat zal niet voor altijd zijn.
Sinds 1948 zijn de contouren van dit volk weer zichtbaar geworden met een eigen land, maar er is
nog geen leven. Dat wordt straks anders8.
Velen van hen zullen tot een levend geloof komen, en trekken eropuit om het evangelie van het
koninkrijk te verkondigen.
Zïj zijn "mijn broeders".
Vergelijk als illustratie de geschiedenis van Jozef en zijn broers.
Zij verkopen Jozef, maar dankzij een grote hongersnood komen zij er achter dat hij koning is
en dat het Gods bedoeling was "om een groot volk in het leven te behouden"9.
Wanneer Christus Zijn regering is begonnen, worden de volken voor Zijn troon verzameld.
Zij hebben tijdens de grote verdrukking allemaal het evangelie van het koninkrijk gehoord,
maar niet iedereen heeft de boodschap aangenomen.
Toch zal de Heer niet vragen, of zij de boodschap hebben aangenomen.
Hoogstwaarschijnlijk zal iedereen dan 'ja' zeggen.
Nee, Hij kijkt naar de vrucht, naar de uitwerking van de boodschap.
Als iemand de boodschap aanneemt, dan wordt dat zichtbaar in hun houding naar de boodschapper
en naar de anderen van Gods volk.
Dan zal de Heer niet kijken naar grote dingen, maar ziet Hij zelfs het kleinste (het geven van
een glas water) als een uitwerking van het aannemen van de boodschap.
Toch is het niet echt een kleinigheid, want het verzorgen van een (Messiasbelijdende) Jood
is dan een enorm risico.
Zij zullen een gehaat volk zijn, méér dan ooit te voren.
Het was in de Tweede Wereldoorlog al levensgevaarlijk om Joden te helpen, en dat zal straks
nog heviger zijn.
Als er dan toch mensen zijn die hen helpen, dan kan dat alleen maar de vrucht van nieuw leven zijn.
Zij vormen "de schapen", die het koninkrijk beërven, d.w.z. zij blijven op aarde wonen
onder de grote zegen van de regering van Christus.
Omgekeerd, wanneer er geen vrucht is, zelfs niet de kleinste aanwijzing daarvoor, dan is dat
voor de Heer het duidelijke bewijs dat zij Zijn boodschap hebben afgewezen.
Zij vormen "de bokken".
Hun deel is het eeuwig verderf.
Dat kan iedereen zeker weten, maar die zekerheid kan ontbreken vanwege een bepaalde visie op de toekomst.
Velen denken dat "Jezus Christus terugkomt op de
jongste dag om te oordelen de levenden en de doden".
Deze gelijkenis zou een mooie illustratie zijn van "de jongste dag", zo denkt men.
Uit het voorgaande blijkt echter dat wij (de gelovigen van de gemeente) dan al niet meer op aarde zijn.
Sterker nog: als de Heer Jezus op aarde verschijnt, zullen wij Hem vanuit de hemel vergezellen10.
Wij zullen de rechtszitting dus tot op zekere hoogte wel meemaken, maar dan niet aan de kant
van de beklaagden, maar aan de zijde van de Rechter!
Ieder, zich nu bekeert en de Heer Jezus als Heiland en Heer aanneemt, hoort bij de gemeente
(Zijn bruid), die in de hemel opgenomen wordt wanneer Hij ons komt halen11,
en met Hem meekomt wanneer Hij op aarde zal verschijnen.
De vraag of je gered wordt, kun je nu 100% zelf beantwoorden door Hem aan te nemen.
Het is prachtig wanneer iemand een kind van God zegt te zijn,
en in het algemeen is dat ook bij zo'n persoon te zien.
Er komen werken, die voortkomen uit dat nieuwe leven.
Dat is volgens Jakobus12
normaal, want goede werken
zijn het bewijs dat er nieuw leven aanwezig is.
Hij zegt dus uitdrukkelijk niet, dat wij door goede werken in de hemel komen,
maar alleen dat geloof zichtbaar wordt in onze werken.
Maar als er geen werken zijn? Hoe kun je dan weten of iemand wedergeboren is?
Het is als met een pasgeboren baby.
De arts gaat op zoek naar tekenen van leven. Meestal zijn die luid en duidelijk hoorbaar,
maar als dat niet zo is, en als er geen hartslag te voelen is, en als een glas voor het mondje
niet beslaat,..., dan kan iemand nog zo hard roepen dat het leeft, maar wie gelooft dat?
Een normaal funktionerend geloofsleven wordt zichtbaar in goede werken
(de vrucht van de Geest).
De Heer let op de kleine dingen die we voor Hem doen.
Het zijn vaak díe dingen die anderen niet opmerken: de persoonlijke aandacht en zorg
voor een enkele medegelovige, een zieke, een oudere, een weduwe, een gevangene, enz.
Jakobus noemt het bezoeken van wezen en weduwen de "ware godsdienst"13.
Het oordeel over de schapen en de
bokken is de tweede van drie rechtszittingen.
Lees hier meer
over een overzicht van de drie
rechtszittingen.
Mattheüs 25: 31 - 46