Wat is zonde tot de dood?

Vraag

In 1 Johannes 5: 161 gaat het over zonde die tot de dood leidt en zonde die niet tot de dood leidt. In het laatste geval worden we aangespoord voor de persoon te bidden, in het eerste geval niet.
Ik vind het moeilijk te begrijpen.

Antwoord

Dit is inderdaad één van die lastige teksten, die op het eerste oog niet helemaal passen in de boodschap van het evangelie. Want iedereen krijgt toch vergeving?

Toch zijn er heel bijzondere situaties.
Als je het verhaal van Ananias en Saffira leest2 , dan is dat zo'n situatie. We moeten ons daarbij bedenken dat de gemeente net is begonnen te ontstaan, in al haar smetteloze pracht. Nu was er voor het eerst iets wat niet paste in die heilige, reine omgeving: een leugen.
De gemeente (of: het koninkrijk) is het terrein waar de Heilige Geest werkt. Zeker in die beginfase was het duidelijk voor iedereen dat de Geest de leiding had. Petrus neemt het hen bijzonder kwalijk dat zij samen bedacht hebben om iets achter te houden van de opbrengst. Dat was de eerste opstand tegen de Goddelijke leiding.
Je zou het kunnen vergelijken met een eerste krasje op een nieuwe, dure auto. Dat doet pijn.

Je voelt wel aan dat die scherpe houding later enigszins is afgenomen. Anders waren veel christenen aan een leugen gestorven. Dat brengt me gelijk bij de logische vraag die daaruit voortkomt: "zijn Ananias en Saffira verloren gegaan; waren het ongelovigen?"
Naar mijn stellige overtuiging waren het wedergeboren zielen, echte kinderen van God. Het was in die begintijd zeker geen eenvoudige stap om christen te worden. Daar hing een prijskaartje aan. Alleen ze deden iets waardoor God hen op aarde niet langer kon handhaven.
Vergelijk het met Adam en Eva na het eten van de verboden vrucht3. En ook met de twee zonen van Aaron die vreemd vuur gebruikten om te offeren4.
Alle drie situaties schetsen de eerste zonde op het moment dat God iets moois legt in de handen van mensen.

Kan zo'n zonde nu nog voorkomen?
Het is voor ons zeker niet eenvoudig om vast te stellen of iemand een zonde tot de dood heeft gedaan. Ik denk dat wij altijd voor iemand moeten blijven bidden, tenzij God ons heel erg duidelijk heeft gemaakt dat het niet meer mag. Ik ken daarvan maar één voorbeeld.
Dat is van iemand in Amerika die wegens een gruwelijke moord in de gevangenis kwam, de doodstraf kreeg, maar in de dodencel tot bekering kwam. De broeders vroegen hem of zij zouden bidden voor gratie. Hij antwoordde heel beslist dat dat niet moest, "want wat ik gedaan heb, is zo erg dat ik aanvoel dat God mij op aarde niet kan gebruiken. Ik ga straks naar Hem toe".

Dan rest de vraag waarom Johannes dat zo schrijft.
Dit is aan het eind van zijn liefdevolle, maar toch zo waarschuwende brief. Kort daarna is het laatste vers: kinderen, wacht u voor de afgoden5 . Ik vermoed dat hij hen wil waarschuwen dat er op het spoor van de afgodendienst, dingen kunnen gebeuren, zelfs door een broeder, die zo verschrikkelijk zijn dat zo'n broeder niet meer op aarde kan blijven leven.


Rode Khmer-chef vraagt om zwaarste straf

De beul die Jezus ontmoette

Een kleine, magere man stapte op Christopher LaPel af. "Dominee Christopher", zei hij, "ik heb en hoop slechte dingen gedaan. Ik geloof niet dat mijn broeders en zusters mij kunnen vergeven."
Dat was is 1995, in het dorpje Chamkar Samrong op het platteland van Cambodja. De predikant was verbaasd, want de man die zich als Hang Pin had voorgesteld, zei dat hij geen gelovige was, maar op aandrang van een vriend naar de dienst was gekomen. De man was weduwnaar en leraar die onder meer vloeiend Engels en Frans sprak. Hang Pin bleef komen, zonder dat ds. LaPel te weten kwam wat de man had misdaan.
Maar zijn verwondering was groot dat Hang Pin zich een half jaar later samen met vele anderen door ds. LaPel in de rivier Sangke liet dopen. Hang Pin verdiepte zich enorm in de Bijbel, probeerde collega's over te halen ook het christelijk geloof aan te nemen en maakte er als lekenpastor zelfs zijn dagtaak van.

Niet lang daarna keerde ds. LaPel terug naar zijn gemeente in Los Angeles, dankbaar dat hij in Noordwest-Cambodja een christelijke kerk had mogen stichten. Hang Pin verdween uit zijn gedachten.
Tot mei 1999.
In alle Cambodjaanse kranten verschenen plots foto's van Hang Pin, die zichzelf bij de politie had aangegeven nadat een journalist hem op het spoor was gekomen. De man bleek niemand minder te zijn dan Kaing Guek Eav, alias Duch (spreek uit: Doik), het hoofd van S-21, de beruchte Tuol Sleng-gevangenis tijdens het bloedige regime van dictator Pol Pot.
Van 1975 tot 1979 was hij verantwoordelijk voor het martelen en gruwelijk vermoorden van zeker 14.000 Cambodjaanse mannen, vrouwen en kinderen.
Al snel hingen verslaggevers bij LaPel aan de lijn. Zelf had de predikant zijn ouders, broer en zus verloren onder Pol Pot. "Ik was geschokt toen ik ontdekte wie Hang Pin werkelijk was, want wat hij gedaan heeft is verschrikkelijk." Toch kon hij het opbrengen deze moordenaar te vergeven en verklaarde dat Duchs bekering oprecht was geweest. De 'boekhouder van de dood' staat nu terecht voor het Cambodjatribunaal. Hij is tot nog toe het enige lid van het voormalige schrikbewind dat spijt heeft betuigd. "Alle misdaden die in S-21 plaatshadden (...) zijn gebeurd op mijn instructie", alsdus Duch, die bekende ook zelf mensen te hebben gemarteld.
Sinds zijn arrestatie heeft LaPel tweemaal Duch ontmoet: "Hij heeft een sterk geloof en is bereid te getuigen, de hele waarheid te vertellen over wat hij zijn volk heeft aangedaan." Ook bezocht hij Duchs moeder en kinderen. Duchs zuster Hang Kim Hong vertelde dat zij dagelijks met haar kinderen bidt voor de vrijlating van haar 66-jarige broer. Zijn dochter Ky Sievkom wil het tribunaal vertellen dat haar vader "door Jezus" een goede man is geworden. "Kort na zijn bekering ben ik door hem gedoopt. Elke avond ging mijn vader mij voor in gebed. Iedere zondag pakte hij de Bijbel en las ons allemaal voor.
"Als christen heeft Duch gevraagd om de zwaarste straf. Afgelopen week zei hij, na een getuigenis van de 64-jarige Bou Thon wier man en vier kinderen werden vermoord in Tuol Sleng, zelfs te mogen worden gestenigd. "Als steniging een Cambodjaanse gewoonte zou zijn geweest, dan zouden ze die mij mogen opleggen. Ik zou dat accepteren", zei hij met tranden in zijn ogen richting Bou Thon. "Ik erken mijn schuld volledig."

Bron: Nederlands Dagblad ( 17 augustus 2009 )

Meelezen

1
1 Johannes 5: 16
Als iemand zijn broeder ziet zondigen, een zonde niet tot de dood, moet hij bidden en God zal hem het leven geven, hun namelijk, die zondigen niet tot de dood. Er bestaat zonde tot de dood: daarvoor zeg ik niet, dat hij moet vragen.
2
Handelingen 5: 1 - 11
3
Genesis 3: 1 - 15
4
Leviticus 10: 1, 2
5
1 Johannes 5: 21
Kinderkens, wacht u voor de afgoden.