Jakobus, de broer van de Heer Jezus, is lange tijd één van de leidende broeders geweest in de gemeente in Jeruzalem. We weten niet of hij veel buiten Jeruzalem is geweest, maar hij schrijft deze brief aan "de twaalf stammen in de verstrooiing".1 Hij richt zich dus tot een Joods publiek dat zich grotendeels buiten Judea en Galilea bevindt.
Dat Joodse publiek bestaat uit christenen, die kennelijk nog sterk verbonden
zijn met de Joodse traditie.
Jakobus schrijft over de synagoge2, de wet3 en Joodse gebruiken.4
Wat is vandaag het nut van deze brief, met name voor de niet-Joodse christenen?
Het zal hopelijk duidelijk worden dat het een belangrijke brief is voor elke christen,
omdat Jakobus zo heerlijk simpel schrijft over allerlei praktische zaken.
Bovendien schrijft hij niet zomaar over de wet, maar over "de koninklijke wet"5 en
"de wet van de vrijheid"6. Wat betekent dat?
Deze en vele andere boeiende vragen willen we in deze bespreking onder ogen zien.
De gedetailleerde index wordt zichtbaar door hierboven op de knop 'Inleiding' te klikken.