Nahum

Godsspraak over Ninevé

- Nahum is "troost"

De enige persoonlijke gegevens over Nahum staan in het eerste vers van zijn boek.1 Hij is een Elkosiet, dus een inwoner van Elkos. Dat zal in zijn tijd ongetwijfeld een bekende plaats geweest zijn, maar in latere tijd komen we die plaatsnaam niet meer tegen.
Sommigen verwijzen naar Kapernaüm, waarvan de betekenis ("Kfar Nahum" = "dorp van troost") zou herinneren aan Nahum. Mogelijk heeft Elkos daar in de buurt gelegen. Het is echter niet erg waarschijnlijk dat Nahum uit het tienstammenrijk komt, aangezien dat al in ballingschap is op het moment dat Nahum zijn profetie uitspreekt.
Verder weten we niets over Hahum als persoon, al zijn er wel een enkele aanwijzingen in zijn boek om te bepalen wanneer hij ongeveer geleefd moet hebben.

Belangrijker is de betekenis van Nahum: "troost". Als Nahum door God gezonden wordt dan is zijn boodschap bedoeld als troost. De vraag is dan voor wie die troost bedoeld is.
Dit boek is een "Godsspraak over Ninevé". Uit de inhoud blijkt dat Gods oordeel over deze stad onafwendbaar en definitief is.2 Voor haar inwoners zijn de woorden van Nahum dus geen troost.
Nahum spreekt over Ninevé maar tot Juda. Voor de inwoners van Juda zijn Nahums woorden een troost als zij horen dat God de hoofdstad van dit wrede rijk Assur zal vernietigen.
Daarmee lijkt Nahum op Jesaja, die uitroept: "Troost, troost mijn volk, zegt uw God. Spreekt tot het hart van Jeruzalem".3 Er blijken meer punten van overeenkomst te zijn met Jesaja.

Het boek Nahum bevat drie hoofdstukken:

  1. de principes van Goddelijk oordeel
  2. de beschrijving van de verwoesting van Ninevé
  3. motieven voor de verwoesting van Ninevé

We beperken ons nu hoofdzakelijk tot hoofdstuk 1 en een enkel vers uit hoofdstuk 3.
Ninevé en Juda zijn de twee 'hoofdpersonen' in de profetie van Nahum. Het is belangrijk om van beiden na te gaan hoe God hen ziet op het moment dat Nahum deze "Godsspraak over Ninevé" uitspreekt.

De eerste hoofdpersoon: Ninevé

- Jona en Nahum

Nahum profeteert zo'n honderd jaar later dan Jona, zoals we later zullen zien.
Jona's boodschap in Ninevé luidde: "nog veertig dagen en Ninevé wordt ondersteboven gekeerd!"4 Op zijn prediking bekeren de Ninevieten zich massaal en oordeelt God niet.
De honderdtwintigduizend kleine kinderen uit Jona's tijd5 zijn in Nahums tijd waarschijnlijk allemaal al overleden; Ninevé wordt bewoond door de generaties na hen. Gezien Gods oordeel over de stad is er niets meer over van de massale inkeer na Jona's prediking. Ninevé is weer helemaal teruggevallen in hun goddeloze en wrede gedrag.

Aan Ninevé wordt de vraag gesteld: "Bent u beter dan No-Amon?"6
Dit is een belangrijke vraag, en wel in drie opzichten!

1) "Bent u beter dan No-Amon?" (Ninevé overwint No-Amon)

God doorgrondt de arrogante houding van Ninevé. Zij kijkt minachtend neer op No-Amon, omdat haar inwoners in ballingschap weggevoerd zijn. Die houding is kenmerkend voor Ninevé door de eeuwen heen. Daarom maakt God een einde aan haar bestaan, en treft haar dus een erger lot dan No-Amon.
No-Amon is een belangrijke plaats in Egypte. Dit land is lang niet altijd één geheel geweest. Vele eeuwen bestaat Egypte uit twee delen:

  1. Neder-Egypte, aan de benedenloop van de Nijl (in het noorden). De hoofdstad is Nof7. Die stad is in de geschiedenisboeken bekend als Memphis.
  2. Opper-Egypte, aan de bovenloop van de Nijl (in het zuiden). De hoofdstad is No-Amon (of: No8). Die stad is in de geschiedenisboeken bekend als Thebe, en in de toeristengidsen als Luxor.

De keur aan tempels, graven en andere monumenten in Luxor wijzen op het grootse verleden van No-Amon. Vanaf 1600 v.C. is het lange tijd de belangrijkste stad, niet alleen van Egypte maar van de hele toenmalige wereld. De beschrijving van Nahum ("gelegen aan stromen, door water omgeven, welks voorwal een zee, welks muur water was"6) beantwoordt helemaal aan de ligging van No-Amon aan weerszijden van de Nijl.

Ninevé begint als stad enige betekenis te krijgen vanaf 900 v.C. Assur neemt enkele omliggende gebieden in en zo wordt het rijk steeds groter.
De wegvoering van de inwoners van No-Amon vindt plaats in het jaar 663 v.C. door Assurbanipal, de op één na laatste koning van Assur.
Deze Assurbanipal wordt in de Bijbel niet met name genoemd, maar we komen hem straks wel tegen. Hij doet met de inwoners van No-Amon wat koningen van Assur vaker hebben gedaan met overwonnen volken, namelijk hen geheel of gedeeltelijk wegvoeren in ballingschap.
Hoewel No-Amon dus veel eerder een wereldstad is dan Ninevé, is Ninevé in Nahums tijd sterker en voelt zij zich superieur boven No-Amon.

- de tijdsbepaling van Nahums profetie

Aangezien Nahum de verovering van No-Amon vermeldt, heeft hij dus geprofeteerd ná 663 v.C.
Hij voorzegt het definitieve oordeel over Ninevé. Dat vindt plaats in 612 v.C.
Als iedereen het naderende einde van die stad kan zien aankomen, is het niet nodig dat een profeet die boodschap komt vertellen. Alleen een profeet als Nahum weet ruim van te voren dat dit gaat gebeuren, en dat is de troost voor Juda.
Nahum profeteert dus ruim vóór 612 v.C. en kort na 663 v.C., dus waarschijnlijk rond 660 v.C.

2) "Bent u beter dan No-Amon?" (Ninevé ouder dan No-Amon)

Toch is de overwinning van Ninevé op No-Amon niet de enige reden waardoor Ninevé zich superieur voelt. Ninevé is veel ouder en kent een roemrijk begin.
Kort na de zondvloed leeft Nimrod (rond 2300 v.C.). Hij is de eerste machthebber op aarde.9 Na het bouwen van Babel vertrekt hij vanuit Sinear naar Assur en bouwt Ninevé.10

- Nimrod, de eerste machthebber én een groot jager

Nimrod is de eerste machthebber. Ná hem zijn vele machthebbers gevolgd, en ook in de toekomst zullen er nog velen komen.
Maar hij heeft nog een kenmerk: "hij is een geweldig jager voor het aangezicht des Heren".11
Er zijn wel meer jagers geweest, maar Gods Woord vermeldt maar één jager "voor het aangezicht des Heren". Nimrod als jager neemt tegenover God dus de uitdagende houding aan van iemand die eigenmachtig denkt te kunnen beschikken over het leven van anderen.
God geeft het leven, Nimrod neemt het leven.
Wanneer zo'n jager ook nog eens machthebber is, dan is hij een meedogenloze leider. Dat is Nimrod.

Jesaja beschrijft het oordeel over Ninevé uitvoeriger dan Nahum.12 Hij typeert Assur (met hoofdstad Ninevé) heel scherp, zowel in Gods oog als in eigen oog:

  • roede van Gods toorn13
    In Gods hand is Assur hét middel bij uitstek om Zijn volk Israël te tuchtigen.
  • boven elke god verheven14
    In Assurs oog zijn hun eigen goden hoog verheven boven alle andere goden. Het is opmerkelijk dat Assur temidden van al die goden de afgoden van Jeruzalem en Samaria de laagste plaats geeft. In Gods eigen woorden ziet de buitenlandse macht Assur Gods Naam dus niet terug in de beide hoofdsteden van Zijn volk!
  • boven elk volk verheven15
    Voor Assur zijn de landsgrenzen van een volk niet van belang. Niemand kan deze macht tegenhouden; dus zij nemen van andere volken wat zij willen.

- de Messias, de grootste Machthebber

Wanneer Jesaja duidelijk gemaakt heeft dat niemand tegen Assur bestand is, wijst hij op Iemand die deze macht weet te breken. "Het Licht van Israël zal tot een vuur worden"16, en zal Assur verbranden.
Dit is een mooie omschrijving van de komst van de Messias, die aan het begin van Zijn vrederijk Assur (en andere vijanden) zal vernietigen. Maar aangezien deze komst van Christus nog in de toekomst ligt, betekent dit ook dat er straks weer een macht zal zijn die vergelijkbaar is met Assur.

3) "Bent u beter dan No-Amon?" (koning van het Noorden superieur)

De profeet Daniël spreekt inderdaad over twee machten die zich in de eindtijd zullen manifesteren: de koning van het Noorden en de koning van het Zuiden.17
Aangezien Israël het middelpunt van de hele aarde is18, ook in de profetieën, wijst Daniël op een macht ten noorden en op een macht ten zuiden van Israël.

- de koning van het Noorden

De exacte grenzen van de noordelijke macht staan niet precies in de Bijbel vermeld. Assur en het latere Griekse rijk van Antiochus Epifanes zijn de voorlopers van deze toekomstige macht. Dan denken we dus aan (delen van) het huidige Irak, Syrië, Turkije en wellicht enkele omringende gebieden. Sinds de Eerste Golfoorlog van 1990 - 1991 is dit hele gebied volop in beweging.
Vanaf mei 2014 merken we hoe snel zich een macht als IS kan vormen, juist in deze regio. Het is opmerkelijk hoe sterk deze macht in hun gedrag lijkt op Nimrod en het latere Assur. Voor het oog van God en mensen denken zij vrij te kunnen beschikken over het leven van anderen.
Misschien wijst de opkomst van IS op het begin van deze noordelijke macht.

- de koning van het Noorden overwint het Zuiden

De zuidelijke macht zal ongetwijfeld (voornamelijk) bestaan uit Egypte. Ook het gebied rond Egypte is sinds de Arabische Lente (begonnen in december 2010) zeer instabiel, en wijst mogelijk op het begin van een zuidelijke macht.
Deze koning van het Zuiden zal straks de agressie oproepen van de koning van het Noorden, zodat die met een groot leger naar Egypte optrekt. Egypte is niet bestand tegen zo'n overmacht.19
De troepenbewegingen van noord naar zuid gaan over Israëls grondgebied. Voor deze grootmacht zijn de landsgrenzen van Israël niet van belang. Zij trekken er gewoon doorheen.

- de koning van het Noorden rondom Jeruzalem

Maar als de koning van het Noorden zich in Egypte bevindt "zullen geruchten uit het noorden en het oosten hem schrik aanjagen".20 Daardoor zal hij weer terugkeren, maar niet naar huis gaan. Hij zal "de tenten van zijn paleis opzetten bij de berg van het heilig sieraad"21, d.w.z. rondom Jeruzalem.
Dan wordt het pas echt hachelijk voor de inwoners van Jeruzalem. Wanneer deze uiterst wrede macht zich rondom Jeruzalem legert, is er geen ontsnapping mogelijk.

- de Messias vernietigt de koning van het Noorden

Maar Gods Geest gaat verder: "Dan zal hij tot zijn einde komen, en geen helper hebben". Meer woorden spendeert God niet aan de vernietiging van deze grootmacht.
Wanneer Christus komt worden Zijn vijanden eenvoudig vernietigd.22 Dan blijkt dat de naam "sieraad" voor Israël en voor Jeruzalem geen loze kreet is. Dit volk, dit land, deze stad is Zijn oogappel.23

Dit is de reden waarom Nahum kan oproepen om feest te vieren, "want de verderfelijke man zal voortaan niet meer door u heen trekken, hij is helemaal uitgeroeid."24
Nahums profetie kent dus een vervulling op korte termijn én een vervulling op lange termijn. Dat geldt trouwens voor de meeste profetieën.

De tweede hoofdpersoon: Juda

Het oordeel over Ninevé is terecht, maar is de troost voor Juda ook terecht? Troost is bedoeld voor mensen die onterecht in de ellende zijn gekomen, of die spijt hebben van hun gedrag dat hen terecht in de ellende bracht.
Geldt dat voor de inwoners van Juda?

- koning Manasse: de grootste afgodendienaar ooit

We hebben de conclusie getrokken dat Nahum rond 660 v.C. heeft geprofeteerd. Dat is halverwege de regeringsperiode van koning Manasse.
Hij is de zoon van de vrome koning Hizkia en regeert vijfenvijftig jaar in Jeruzalem.25 Daarmee is Manasse de langstregerende koning van zowel Israël als Juda.
Het begin van zijn regering kenmerkt zich door de grootste afgoderij tot dan toe, waardoor de inwoners van Juda en Jeruzalem erger zondigen dan de volken die de Heer vóór hen had verdelgd.26

- koning Manasse komt tot inkeer in ballingschap

De Heer spreekt tot Manasse en zijn volk27, maar zelfs dat helpt niet.
Dan gebruikt de Heer de inmiddels bekende roede, de koning van Assur, om Zijn volk te tuchtigen. Manasse wordt geboeid naar Babel weggevoerd28  (Babel valt dan nog onder Assur). Daar komt Manasse tot inkeer en "verootmoedigt zich diep voor de Heer, zijn God".29
Het doel van Gods tuchtiging is bereikt. En dan is er ook genade! "God brengt Manasse terug in Jeruzalem en herstelt hem in zijn koningschap".30

- tijdsbepaling van Nahums profetie in de regering van Manasse

In 2 Kronieken 33 zijn de beschrijvingen over Manasse vóór en na zijn ballingschap ongeveer even lang. Dat zou een aanwijzing kunnen zijn dat hij halverwege zijn regeringsperiode in Babel is geweest, dus rond de tijd van de verwoesting van No-Amon. Dat zou kunnen betekenen dat de eerder genoemde koning Assurbanipal niet alleen de inwoners van No-Amon wegvoert, maar op de terugreis naar Ninevé ook koning Manasse meeneemt.

Heeft Nahum geprofeteerd vóór en na de terugkeer van Manasse?
Zodra Manasse terugkeert voert hij rigoreuze veranderingen door. Ook zijn er zieners die tot hem spreken.31 Het hoeft ons niet te verbazen wanneer blijkt dat Nahum één van deze zieners is geweest.32
Allereerst wijst hij de koning erop dat hij en de inwoners van Juda hun feesten moeten vieren en hun geloften moeten betalen.33 Kennelijk heeft Manasse de Heer in zijn verootmoediging beloften gedaan, en Nahum herinnert hem hieraan. Door die aansporing "richt hij het altaar op en offert hij daarop vredeoffers en lofoffers".34
Bovendien heeft Nahum aan Manasse laten weten dat de koning van Assur niet nog eens terugkeert. Dat is een extra reden om feest te vieren.33
Daaruit maken we op dat Nahum geprofeteerd heeft kort na de terugkeer van Manasse in Jeruzalem.

Manasse en Juda zijn door een diep dal van afgoderij gegaan. Maar door Gods liefdevolle tucht zijn zij weer hersteld.
Geweldig dat iemand als Nahum dan met woorden vol troost tot hen komt.

Het gezicht van Nahum: woorden van God

Na de enige persoonlijke woorden in het eerste vers bestaat de hele inhoud van het boek verder alleen uit woorden die God tot Juda spreekt door de mond van Nahum.
De openingswoorden zijn heel belangrijk!35 Zij laten direct het grote verschil zien tussen de manier waarop God Zich gedraagt t.o.v. Zijn volk en waarop Hij Zich gedraagt t.o.v. Zijn tegenstanders.

  1. de Heer is naijverig
    Zijn volk hoort bepaald niet voor het eerst dat God Zich een naijverig God noemt. Dat doet Hij al bij de wetgeving van Sinaï.36
    Hij zal nooit accepteren dat Zijn volk een andere god zal dienen naast of in plaats van Hem.
    Na veertig jaar reizen door de woestijn herhaalt Jozua dezelfde boodschap, maar voegt eraan toe: "U zult niet in staat zijn de Here te dienen".37 Jozua kent dit volk. Hij weet dat zij hun afgoden nooit hebben losgelaten.38
    Toch gaat God met dit volk onderweg!
  2. de Heer is een wreker
    Totaal anders is Zijn houding naar Zijn tegenstanders, zoals Ninevé en al die anderen. God vergeet nooit hun houding naar Hem en naar Zijn volk door alle eeuwen heen. Hij vergeet ook niet wat christenen vandaag wordt aangedaan. Aan Hem en aan Hem alleen is de wraak.39
    God is dus nooit een wreker naar Zijn vólk, maar uitsluitend naar Zijn tegenstanders.

Gods opvoedende tucht

Nahum gaat verder over Gods houding naar Zijn volk.40
God is naar hen weliswaar geen wreker. Soms lijkt het zelfs alsof Hij helemaal niet ingrijpt en dat "ieder kan doen wat goed is in zijn ogen".41
Maar Nahum geeft Gods grenzen duidelijk aan:

  • de Heer is lankmoedig
  • de Heer is groot van kracht
  • de Heer laat geenzins ongestraft

Deze houding van God ten opzichte van Zijn volk Israël is leerzaam wat betreft Zijn houding naar Zijn kinderen vandaag. En ook vol lessen over onze houding naar elkaar!
God weet waaraan Hij begint op het moment "dat Zijn goedertierenheid ons tot bekering leidt".42  Hij weet hoe vaak wij een afgod als "de hebzucht" in ons leven toelaten43, en mogelijk andere afgoden. Hij weet hoezeer ons vlees nog werkt44, enz.
En toch heeft Hij ons lief. Ja, het feit dat Hij ons af en toe moet tuchtigen is het bewijs dat wij Zijn kinderen zijn en dat Hij ons liefheeft.45

- tucht in de gemeente

Al in de wetgeving aan Israël laat God weten dat Hij in hun omgang met elkaar dezelfde liefde wil zien, waarmee Hij hén liefheeft. Dus met alle geduld, binnen Gods grenzen en zonder een spoor van wraak.46
Dat is een belangrijk principe in gemeentelijke tucht.
God voedt elk van Zijn kinderen op, ook mij. Zo leer ik mijzelf kennen in mijn tekortkomingen. Als ik te maken krijg met iemand die een misstap heeft begaan, zal mij dat (ziende op mijzelf) voorzichtig maken.47

We kunnen naar de gemeente van God en de boze buitenwereld kijken, zoals we kijken naar Gods volk Israël en de tegenstander Ninevé daarbuiten. God tuchtigt Zijn volk, maar wreekt Zich op Zijn tegenstanders.
Maar zo eenvoudig is het niet altijd. Want wat te doen als de tegenstanders zich te midden van het volk bevinden?
Die situatie doet zich nadrukkelijk voor als de Heer Jezus op aarde is. Farizeeën en schriftgeleerden zijn uitgesproken tegenstanders. Hoe ziet een doorsnee Israëliet het verschil tussen een Manasse (vóór zijn inkeer) en een farizeeër? Hun ideeën mogen verschillend zijn, maar in hun gedrag zijn beiden tegenstanders.
Dat zijn de dilemma's waarmee ook wij vandaag te maken hebben.

God en de Heer Jezus zien direct wanneer het om een tegenstander gaat, maar zelfs dan oordeelt God niet onmiddellijk, maar krijgt zo'n persoon de gelegenheid om zich te bekeren. Zo gaat Jona naar Ninevé!
Wij zien het verschil niet tussen een tegenstander en een gelovige die in kwaad leeft. Wij hebben alleen te maken met iemand die zich christen noemt, maar zich als een tegenstander gedraagt, d.w.z. dat hij in woord of gedrag tegen Gods Woord ingaat.
Dan hebben wij te handelen, maar hoe?

- uitsluiting en herstel

Als voorbeeld een situatie in de gemeente van Korinthe.
Daar is iemand, die zichzelf een broeder noemt48, en in hoererij leeft. Paulus neemt het de gemeente bijzonder kwalijk dat zij zo'n persoon ongemoeid laten.49  Zijn belijdenis en zijn gedrag kunnen namelijk niet samengaan in de gemeente van God. In beide brieven aan Korinthe schrijft Paulus een zorgvuldige behandeling voor:

  1. Wanneer zo'n persoon, ondanks alle zorg en vermaningen, in dit kwaad volhardt moet de uiterste tuchtmaatregel genomen worden. Hij moet als een boze uitgesloten worden50 , evenals destijds Manasse.
  2. De gemeente in Korinthe neemt deze vermaning ter harte. Dan blijkt dat God met zo iemand aan het werk kan gaan. Hij komt tot inkeer. Evenals Manasse.
  3. Daarna kan Paulus hen in zijn tweede brief schrijven dat zij hem nu moeten vergeven en vertroosten.51  Hij mag weer terugkeren. Evenals Manasse.

In deze situatie blijkt het om een gelovige te gaan, maar dat is niet de vraag waarmee de gemeente zich kan bezighouden. Dat is Gods taak.52
Hun verantwoordelijkheid is alleen om verkeerd gedrag op een geestelijke manier te behandelen.

Gods liefdevolle zorg

God heeft voor Zijn volk altijd een speciale plaats, namelijk "schuilen bij Hem".53 Dat geldt vooral in een periode waarin de tegenstander onbelemmerd zijn gang lijkt te kunnen gaan, maar ook in de tijd erna wanneer God hem weet te vinden en Zich zal wreken.
Op korte termijn geldt deze troost voor Juda. Zolang de macht van Ninevé nog voelbaar is mag elke inwoner van Juda weten dat de Heer ieder persoonlijk kent en beschermt.
Op lange termijn is het een troost voor Gods volk in de benauwdheid van de "grote verdrukking"54, de zeer zware periode die aan de komst van de Messias vooraf gaat.

De periode, waarin gemeentelijke tucht dient te worden uitgeoefend, kan ook moeilijk zijn. De mogelijkheid bestaat dat er geen tucht wordt uitgeoefend terwijl dat nodig is, of dat er koud en harteloos wordt gehandeld, enz.
Dat zijn omstandigheden waarin een geestelijk gelovige rust en houvast mist, maar nooit bij God.
Er is altijd een stille, intieme omgang met God.55

- God spreekt afwisselend tot Ninevé en Juda

De laatste verzen van Nahum 1 vormen een serie interessante uitspraken van God. God spreekt steeds tot "u", maar uit het verband blijkt dat Hij afwisselend tot Ninevé en Juda spreekt.

  • Nahum 1 : 1156
    God richt Zich tot Ninevé uit wie iemand is voortgekomen die "kwaad bedacht tegen de Heer". De vijandschap van Ninevé kan God goed gebruiken om Zijn volk te tuchtigen, maar het ontgaat Hem niet dat Ninevé's haat zich vooral richt tot de Heer, evenals Nimrod. Daar rekent Hij hen op af. ("u" = Ninevé)
  • Nahum 1 : 12, 1357
    De tegenstander "zal worden afgemaaid", maar Juda zal niet meer vernederd worden. Ninevé is het juk dat van Juda zal worden afgenomen. ("u" = Juda)
  • Nahum 1 : 1458
    God zal de beelden van de goden van Assur uitroeien. ("u" = Ninevé)
  • Nahum 1 : 1559
    Juda wordt opgeroepen om "uw feesten" te vieren en "uw geloften" te betalen. ("u" = Juda)

Juda mag meeluisteren hoe God hen en Ninevé aanspreekt met dezelfde stelligheid. Zo zeker als God Juda te hulp komt, zo zeker zal Hij hun tegenstander vernietigen. Dat is een grote troost.
Toch herinnert God hen aan hun beloften. Ook Jona belooft in de ingewanden van de vis te betalen.60 Hoe hij dat gedaan heeft wordt verder niet vermeld.
Zodra ik gedoopt word leg ik eigenlijk ook een belofte af, namelijk dat ik vanaf dat moment de Heer Jezus het gezag over mijn leven geef. Als het fout gaat en ik kom in problemen, dan is het prima om te bidden en om vergeving te vragen. De Heer vergeeft en herstelt. Dat is er alle reden om te danken!
Maar dan? Dan herinnert Hij mij aan mijn belofte, want Hij wil opnieuw de Heer in mijn leven worden.

Gods zegen voor Assur, Egypte en Israël

Jesaja beschrijft iets ongelofelijks!61
"Te dien dage" is altijd een verwijzing naar het begin van het Messiaanse rijk. Dan zal er opnieuw een gebaande weg zijn tussen Egypte en Assur, net als vroeger.
Maar dan zullen er geen legers overheen trekken van Assur naar Egypte, of omgekeerd, zoals vroeger. Nee, dan zullen zij samen, Assur en Egypte, naar Jeruzalem trekken om daar de Heer te dienen.

Waarom gaat God deze vroegere vijanden van Zijn volk zegenen, en wel zó dat zij een soort eenheid van drie staten zullen vormen?
Egypte en Assur waren inderdaad vijanden van Israël, maar beide landen hebben enige tijd voor het volk Israël gezorgd toen het bij hen woonde. Egypte nam Jakob en zijn familie op. Assur was in Gods hand de roede die voor Zijn volk toch tot zegen is geweest, ook al moest het de tien stammen wegvoeren en bij hen laten wonen.
Ook het goede vergeet God nooit.

Er zijn nogal wat christenen die 'verhuizen' van de ene kerk naar de andere. Dat is niet altijd eenvoudig en gaat vaak met veel worstelingen gepaard.
Het gebeurt dan ook regelmatig dat men dan alleen maar kritiek heeft op de kring waaruit men is weggegaan. Enerzijds begrijpelijk, want iemand gaat niet zomaar weg. Maar anderzijds is het goed om te beseffen dat we er enige tijd verzorgd en gevormd werden. Laten we de les leren die God ons voorhoudt als Hij straks met waardering Egypte en Assur zal belonen voor het goede dat zij aan Zijn volk hebben gedaan.

Meelezen

1
Nahum 1 : 1
Godsspraak over Nineve. Boek van het gezicht van Nahum, de Elkosiet.
2
Nahum 3 : 19
Geen herstel is er voor uw breuk, ongeneeslijk is uw wonde.
3
Jesaja 40 : 1, 2
Troost, troost mijn volk, zegt uw God.
Spreekt tot het hart van Jeruzalem, roept het toe, dat zijn lijdenstijd volbracht is
4
Jona 3 : 4
En Jona begon de stad in te gaan, één dagreis, en hij predikte en zeide: Nog veertig dagen en Nineve wordt ondersteboven gekeerd!
5
Jona 4 : 11
Zou Ik dan Ninevé niet sparen, de grote stad, waarin meer dan honderdtwintigduizend mensen zijn, die het onderscheid niet kennen tussen hun rechterhand en hun linkerhand
6
Nahum 3 : 8
Bent u beter dan No-Amon, dat aan de rivieren ligt, met water eromheen, met de zee als vestingwal, haar muur bestaat uit zee?
7
Jesaja 19 : 13
 Jeremia 2 : 16
 Jeremia 44 : 1
 Jeremia 46 : 14
 Jeremia 46 : 19
 Ezechiël 30 : 13
 Ezechiël 30 : 16
8
Jeremia 46 : 25
Ezechiël 30 : 14
Ezechiël 30 : 15
9
Genesis 10 : 8
En Kus verwekte Nimrod; deze was de eerste machthebber op de aarde.
10
Genesis 10 : 11
Uit dat land trok hij naar Assur en hij bouwde Ninevé, Rechobot-Ir, Kalach
11
Genesis 10 : 9
hij was een geweldig jager voor het aangezicht des Heren; daarom zegt men: Een geweldig jager voor het aangezicht des Heren als Nimrod.
12
Jesaja 10 : 5 - 27
13
Jesaja 10 : 5
Wee Assur, die de roede van mijn toorn is en in welks hand mijn gramschap is als een stok.
14
Jesaja 10 : 10
Zoals mijn hand de koninkrijken der afgoden wist te vinden, ofschoon hun gesneden beelden die van Jeruzalem en Samaria overtroffen.
15
Jesaja 10 : 12 - 14
want ik ben verstandig; daarom wis ik de grenzen der volken uit, plunder hun voorraden
16
Jesaja 10 : 17
Dan zal het Licht van Israël tot een vuur worden en zijn Heilige tot een vlam, die op één dag de distels en dorens van Assur verbrandt en verteert
17
Daniël 11
18
Ezechiël 38 : 12
Daar woont een volk dat uit vele volken bijeen is gekomen, dat vee en bezit verworven heeft en nu de navel van de wereld bewoont.
19
Daniël 11 : 40 - 43
20
Daniël 11 : 44
Doch geruchten uit het oosten en uit het noorden zullen hem ontstellen, zodat hij in grote grimmigheid zal uittrekken om velen te verdelgen en te vernietigen
21
Daniël 11 : 45
En hij zal de tenten van zijn paleis tussen de zeeën opzetten, bij de berg van het heilig sieraad.
Dan zal hij tot zijn einde komen, en geen helper hebben.
22
2 Thessalonika 2 : 8
hem zal de Here [Jezus] doden door de adem van zijn mond en te niet doen door zijn verschijning, als Hij komt.
23
Zacharia 2 : 8
want wie u aanraakt, raakt Zijn oogappel aan.
24
Nahum 1 : 15
25
2 Kronieken 33 : 1
26
2 Kronieken 33 : 9
27
2 Kronieken 33 : 10
28
2 Kronieken 33 : 11
29
2 Kronieken 33 : 12
30
2 Kronieken 33 : 13
31
2 Kronieken 33 : 18
32
Nahum 1 : 1
33
Nahum 1 : 15
Vier, o Juda, uw feesten, betaal uw geloften! Want voortaan zal de snoodaard niet meer door u heentrekken, hij is geheel en al uitgeroeid.
34
2 Kronieken 33 : 16
35
Nahum 1 : 2
Een naijverig God en een wreker is de Here, een wreker is de Here en vol van grimmigheid; een wreker is de Here voor zijn tegenstanders
36
Exodus 20 : 4, 5
Gij zult u geen gesneden beeld maken...
Gij zult u voor die niet buigen, noch hen dienen; want Ik, de Here, uw God, ben een naijverig God
37
Jozua 24 : 19
38
Jozua 24 : 14
Welnu, vreest dan de Here en dient Hem oprecht en getrouw; doet weg de goden die uw vaderen gediend hebben aan de overzijde der Rivier en in Egypte, en dient de Here.
39
Deuteronomium 32 : 35
40
Nahum 1 : 3
De Here is lankmoedig, doch groot van kracht, en de Here laat geenszins ongestraft.
41
Richteren 17 : 6
42
Romeinen 2 : 4
43
Kolosse 3 : 5
Dood dan uw leden die op de aarde zijn: ontucht, onreinheid, hartstocht, kwade begeerte, en de hebzucht, die afgoderij is.
44
Galaten 5 : 19
Het is duidelijk, wat de werken van het vlees zijn: hoererij, onreinheid, losbandigheid ...
45
Hebreeën 12 : 6
Want de Heere bestraft wie Hij liefheeft, en Hij geselt iedere zoon die Hij aanneemt.
46
Leviticus 19 : 18
Gij zult niet wraakzuchtig en haatdragend zijn tegenover de kinderen van uw volk, maar uw naaste liefhebben als uzelf: Ik ben de Here.
47
Galaten 6 : 1
Broeders, zelfs indien iemand op een overtreding betrapt wordt, helpt gij, die geestelijk zijt, hem terecht in een geest van zachtmoedigheid, ziende op uzelf; gij mocht ook eens in verzoeking komen.
48
1 Korinthe 5 : 11
Maar nu heb ik u geschreven dat u zich niet moet inlaten met iemand die, terwijl hij een broeder wordt genoemd, een ontuchtpleger is, of een hebzuchtige, of een afgodendienaar, of een lasteraar, of een dronkaard, of een rover. Met zo iemand moet u zelfs niet eten.
49
1 Korinthe 5 : 1, 2
Men hoort algemeen dat er hoererij onder u voorkomt, en wel zo'n vorm van hoererij waarvan zelfs onder de heidenen geen sprake is, namelijk dat iemand de vrouw van zijn vader heeft.
En u doet zich zo gewichtig voor. Kunt u niet beter treuren, om dan hem die deze daad begaan heeft, uit uw midden weg te doen?
50
1 Korinthe 5 : 13
Hen, die buiten zijn, zal God oordelen. Doet de boze uit uw midden weg.
51
2 Korinthe 2 : 7
Zodat u hem daarentegen liever moet vergeven en bemoedigen, opdat zo iemand niet misschien door al te grote droefheid wordt verteerd.
52
2 Timotheüs 2 : 19
De Heer kent die de zijnen zijn.
53
Nahum 1 : 7
De Here is goed, een sterkte ten dage der benauwdheid; Hij kent hen die bij Hem schuilen.
54
Mattheüs 24 : 21
Want dan zal er een grote verdrukking zijn, zoals er niet geweest is ...
55
Psalm 27 : 5
Want Hij bergt mij in zijn hut ten dage des kwaads, Hij verbergt mij in het verborgene van zijn tent, Hij plaatst mij hoog op een rots.
56
Nahum 1 : 11
Uit u is voortgekomen een die kwaad bedacht tegen de Here, een die snode plannen beraamde.
57
Nahum 1 : 12, 13
Zo zegt de Here: Al zijn zij ook in volle kracht en nog zo talrijk, toch zullen zij zó afgemaaid worden, dat zij vergaan; al heb Ik u vernederd, Ik zal u niet meer vernederen,
maar nu zal Ik zijn juk van u afnemen en verbreken, en uw banden zal Ik verscheuren.
58
Nahum 1 : 14
Tegen u echter gebiedt de Here: Uw naam zal niet meer voortgeplant worden; uit het huis uwer goden zal Ik uitroeien de gesneden en de gegoten beelden. Uw graf zal Ik bereiden, want gij zijt te licht bevonden.
59
Nahum 1 : 15
Zie, op de bergen de voeten van de vreugdebode die heil verkondigt. Vier, o Juda, uw feesten, betaal uw geloften! Want voortaan zal de snoodaard niet meer door u heentrekken, hij is geheel en al uitgeroeid.
60
Jona 2 : 9
Maar ik, met lofzegging wil ik aan U offeren; wat ik beloofd heb, wil ik betalen; de redding is des Heren.
61
Jesaja 19 : 23 - 25
Te dien dage zal er een heerbaan wezen van Egypte naar Assur, en Assur zal in Egypte komen en Egypte in Assur, en Egypte zal met Assur (de Here) dienen.
Te dien dage zal Israël de derde zijn naast Egypte en Assur, een zegen in het midden der aarde,
omdat de Here der heerscharen het gezegend heeft met de woorden: Gezegend zij mijn volk Egypte en het werk mijner handen, Assur, en mijn erfdeel Israël.