Geslachtsregister Christus

Zowel Mattheüs als Lukas beschrijven het geslachtsregister van de Heer Jezus.
Mattheüs doet dit om aan te tonen dat Hij als Koning van Israël recht heeft op de troon; Hij is een nakomeling van Abraham (hoort dus bij het volk Israël) én een nakomeling van David (hoort dus tot de koninklijke familie).
Lukas toont aan dat Hij waarachtig Mens is als nakomeling van Adam.

Toch zit er in het betoog van Mattheüs minstens één probleem: hij zegt duidelijk dat Jozef een zoon van David is1, terwijl Jeremia over Chonia (koning van Juda) zegt: “schrijf deze man in als kinderloos, … want het zal aan geen van zijn nakomelingen gelukken om te zitten op de troon van David en weer over Juda te regeren”2.

Dit roept de nodige vragen op, zoals:

  1. Wie is deze Chonia? Is dat een andere naam voor Jechonia?
  2. Is Jechonia in Mattheüs 1: 11 dezelfde als in Mattheüs 1: 12?3
  3. Als de nakomelingen vanaf Chonia geen recht meer op de troon hebben, hoe zit dat dan met Jozef? En dús met de Heer Jezus?
  4. Hoe kan Seálthiël de zoon zijn van Jechonia3 én van Neri4?
  5. Hoe kan Zerubbabel de zoon zijn van Seálthiël5 én van Pedaja6?

We houden ons dus bezig met de nakomelingen van David, en gaan dan ook regelmatig kijken naar zijn stamboom in 1 Kronieken 3. Tot de ballingschap naar Babel heeft altijd één van hen op de troon in Jeruzalem gezeten.
Eén van de lastige punten is dat sommige nakomelingen onder verschillende namen worden genoemd: soms de geboortenaam, soms de naam die hij bij zijn troonsbestijging aanneemt, soms een afgekorte naam, en soms de naam die een buitenlandse machthebber hem geeft.

Jechonia en zijn broers7
Mattheüs vermeldt dat Josia Jechonia verwekte “en zijn broers”.
Deze Jechonia heet Jojakim in 1 Kronieken 3: 158, maar blijkt Eljakim te heten op het moment dat de Egyptische koning Necho zijn naam verandert in Jojakim9.
Hij heeft dus drie namen: Jechonia, Eljakim en Jojakim.

Jechonia/Jojakim krijgt twee zonen: Jechonia en Zedekia10. Dit maakt duidelijk dat de zoon Jechonia (met slechts één broer) een andere persoon is dan zijn vader Jechonia (met meerdere broers). Hiermee is vraag 2 beantwoord.
Deze zoon Jechonia komen we tegen in Mattheüs 1: 12.

Jechonia11
Als Jechonia koning wordt heeft hij kennelijk de naam Jojakin aangenomen, een naam die sprekend lijkt op die van zijn vader. In die tijd is de macht van Egypte gebroken en heeft Babel de alleenheerschappij12.
Dat is een belangrijk gegeven, want Mattheüs beschrijft de nakomelingen van Jechonia ná de wegvoering naar Babel.

Wat is het bijzondere van deze koning Jechonia/Jojakin?

Hij is 18 jaar oud als hij naar Babel wordt weggevoerd “met zijn moeder, zijn vrouwen, zijn dienaren, zijn vorsten en zijn hovelingen”13. De uitvoerige beschrijving van het gezelschap maakt duidelijk dat er nog geen zonen waren op het moment van wegvoeren.
Zijn zonen Assir, Seálthiël, Malkiram, Pedaja, Senassar, Jekamja, Hosama en Nedabja14 worden dus allemaal in ballingschap geboren.

- Jechonia/Jojakin in het boek Jeremia
Jeremia profeteert rond de wegvoering naar Babel. In Jeremia 22: 24 - 30 staat een opmerkelijke profetie over Chonia, de zoon van Jojakim, koning van Juda. HSV en SV vertalen Chonia, NBG heeft Konjahu. In beide vertalingen gaat het om een afkorting van de naam Jechonia. Jeremia is de enige die zijn naam afkort (ook in Jeremia 37: 115). Waarom is niet duidelijk, maar vraag 1 is beantwoord.
Over deze Chonia zegt Jeremia: “schrijf deze man in als kinderloos, … geen van zijn nakomelingen zal het gelukken om te zitten op de troon van David en weer over Juda te regeren”16.

- Jechonia/Jojakin in het boek Ezechiël
Wanneer Ezechiël een gebeurtenis plaatst in een bepaald jaar, telt hij de jaren vanaf de wegvoering van Jechonia/Jojakin naar Babel17. In het 27e jaar profeteert hij dat Nebukadnezar het land Egypte ontvangt als buit, terwijl God “een hoorn zal doen uitspruiten voor het huis Israëls”18.
Wie is die hoorn? Kennelijk gaat het om iemand die doet denken aan het begin van het koningschap van David19.

Na 37 jaar wordt Jechonia/Jojakin vrijgelaten, maar blijft aan het hof van Nebukadnezar20. En ook zijn zonen blijven er. De merkwaardige omschrijving “schrijf deze man in als kinderloos” betekent dus niet dat hij geen kinderen zal krijgen, maar dat zij als koningszonen niet op de troon zullen zitten. Daarmee noemt God hem als koning kinderloos.

Seálthiël verwekte Zerubbabel21
De vragen 4 en 5 brengen ons bij twee bijzondere situaties waarin Seálthiël (zoon van Jechonia/Jojakin) in Babel terecht gekomen is.

  1. Hoe wordt Seálthiël de zoon van Neri? (vraag 4)
    Mattheüs beschrijft de nakomelingen van David via zijn zoon Salomo, maar Lukas volgt de afstammingslijn via Davids zoon Nathan. Zowel Salomo als Nathan zijn zonen van Bathséba, ook wel Bath-Sua genoemd22. Neri is een nakomeling van Nathan, en dus van David.
    Er is maar één manier om de zoon/erfgenaam van iemand anders te worden, en dat is wanneer een man alleen dochters heeft. De zogenaamde ‘wet op het erfrecht’ biedt zo’n dochter de mogelijkheid om te trouwen met iemand uit haar eigen stam, zodat het erfdeel binnen de stam blijft. Kennelijk heeft Neri alleen dochters en trouwt Seálthiël met één van hen. Schoonzoon Seálthiël wordt daarmee als zoon van Neri gezien en erft de rechten op de troon via Nathan.

  2. Hoe kan Zerubbabel de zoon zijn van Seálthiël én van Pedaja? (vraag 5)
    We hebben al gelezen in 1 Kronieken 3: 17 - 18 dat Seálthiël en Pedaja broers zijn.
    Er is maar één manier waarop een zoon twee broers als vader heeft, en dat is in de situatie waarin de ene broer sterft en de andere broer zijn weduwe huwt. De zoon die dan geboren wordt komt op naam van de gestorvene en krijgt zijn rechten.

Dit is het zogenaamde ‘zwagerhuwelijk’23. Een voorbeeld wordt beschreven in Ruth 4: 1024, waar Boaz de taak op zich neemt om met Ruth te trouwen om de naam van Machlon in stand te houden.

Kennelijk is Seálthiël gestorven zonder kinderen na te laten. Zijn broer Pedaja huwt de weduwe en uit dat huwelijk wordt Zerubbabel geboren. Hij is lijfelijk de zoon van Pedaja, maar is in naam de zoon van Seálthiël en erft daarmee diens rechten op de troon.

Zerubbabel is dus een heel bijzondere persoon, die in beide geslachtsregisters voorkomt.
Ongetwijfeld is hij de hoorn uit de profetie van Ezechiël. Wanneer na 70 jaar de ballingschap ten einde is en Kores de Pers aan het Joodse volk de mogelijkheid biedt om terug te gaan naar Jeruzalem, dan is Zerubbabel (samen met Jozua de hogepriester) de leider van de Joden in Juda. De profeet Haggaï noemt hem de landvoogd, het hoogste gezag op dat moment. Hij is geen koning, want de troon van David blijft leeg totdat Christus komt.

Samenvatting
Tussen David en Christus lopen twee lijnen, namelijk via twee zonen van David: Mattheüs toont de ene lijn via Salomo en Lukas toont de andere lijn via Nathan.
Het bijzondere is dat beide lijnen samenkomen in Zerubbabel, en daarna weer uit elkaar gaan, de ene naar Jozef (Mattheüs) en de andere naar Maria (Lukas).
Volgens beide evangelisten heeft de Heer Jezus dus recht op de troon van David.
Het bovenstaande overzicht brengt dat in beeld.

Korte aanvulling over Maria in Lukas
Haar naam ontbreekt in het geslachtsregister in Lukas 3: 23 - 38. Hoe weten we dan zo zeker dat dit de lijn is die uitkomt bij Maria?
Volgens Mattheüs is Jozef de hoofdpersoon rond de geboorte van de Heer Jezus, maar volgens Lukas is dat nadrukkelijk Maria25. En als Lukas een andere geslachtslijn volgt dan Mattheüs moet dat wel die van Maria zijn. Algemeen wordt dan ook aangenomen dat Eli de vader van Maria is, ook al staat Jozefs naam er vermeld26.

Meelezen

1
Mattheüs 1: 20
2
Jeremia 22: 30
3
Mattheüs 1: 11 - 12
Josia verwekte Jechonia en zijn broers ten tijde van de wegvoering naar Babel. En na de wegvoering naar Babel verwekte Jechonia Seálthiël
4
Lukas 3: 27
... van Zerubbabel, van Seálthiël, van Neri
5
Mattheüs 1: 13
Seálthiël verwekte Zerubbabel
6
1 Kronieken 3: 19
de zonen van Pedaja: Zerubbabel en Simi
7
Mattheüs 1: 11
8
1 Kronieken 3: 15
De zonen van Josia waren: de eerstgeborene Jochanan, de tweede Jojakim
9
2 Koningen 23: 34
En farao Necho maakte Eljakim, de zoon van Josia, koning in de plaats van zijn vader Josia, en veranderde zijn naam in Jojakim.
10
1 Kronieken 3: 16
De zonen van Jojakim: zijn zoon Jechonia en zijn zoon Zedekia.
11
Mattheüs 1: 12
12
2 Koningen 24: 6 - 7
Jojakim ging te ruste bij zijn vaderen, en zijn zoon Jojakin werd koning in zijn plaats.
13
2 Koningen 24: 8 - 16
14
1 Kronieken 3: 17 - 18
15
Jeremia 37: 1
Koning Zedekia, de zoon van Josia, werd koning in de plaats van Chonia, de zoon van Jojakim
16
Jeremia 22: 30
17
Ezechiël 1: 2
Op de vijfde van de maand - het was het vijfde jaar van de ballingschap van koning Jojakin
18
Ezechiël 29: 19 - 21
19
1 Samuël 16: 1
Vul uw ​hoorn​ met olie, en ga op weg; Ik zend u naar ​Isaï, de Bethlehemiet, want Ik heb een ​koning​ voor Mij gezien onder zijn zonen.
20
2 Koningen 25: 27 - 30
21
Mattheüs 1: 13
Seálthiël verwekte Zerubbabel
22
1 Kronieken 3: 5
Simea, Sobab, Nathan en Salomo. Deze vier zijn zonen van Bath-Sua, de dochter van Ammiël
23
Deuteronomium 25: 5 - 6
24
Ruth 4: 10
Daarbij neem ik voor mijzelf ​Ruth, de ​Moabitische, de vrouw van ​Machlon, tot vrouw om de naam van de gestorvene over zijn erfelijk bezit in stand te houden
25
Lukas 1: 26 - 27
In de zesde maand werd de ​engel​ ​Gabriël​ door God gezonden naar een stad in Galilea, waarvan de naam Nazareth was, naar een ​maagd​ die ondertrouwd was met een man, van wie de naam ​Jozef​ was, uit het huis van ​David; en de naam van de ​maagd​ was ​Maria.
26
Lukas 3: 23
En Hij, ​Jezus, was ongeveer dertig jaar toen Hij Zijn dienstwerk begon. Hij was, naar men dacht, de Zoon van ​Jozef, de zoon van Eli