Zowel Mattheüs als Lukas beschrijven het geslachtsregister van de Heer Jezus.
Mattheüs doet dit om aan te tonen dat Hij als Koning van Israël recht heeft op de troon;
Hij is een nakomeling van Abraham (hoort dus bij het volk Israël) én een nakomeling van David
(hoort dus tot de koninklijke familie).
Lukas toont aan dat Hij waarachtig Mens is als nakomeling van Adam.
Toch zit er in het betoog van Mattheüs minstens één probleem: hij zegt duidelijk dat Jozef een zoon van David is1, terwijl Jeremia over Chonia (koning van Juda) zegt: “schrijf deze man in als kinderloos, … want het zal aan geen van zijn nakomelingen gelukken om te zitten op de troon van David en weer over Juda te regeren”2.
Dit roept de nodige vragen op, zoals:
We houden ons dus bezig met de nakomelingen van David, en gaan dan ook regelmatig kijken naar zijn stamboom
in 1 Kronieken 3. Tot de ballingschap naar Babel heeft altijd één van hen op de troon in Jeruzalem gezeten.
Eén van de lastige punten is dat sommige nakomelingen onder verschillende namen worden genoemd:
soms de geboortenaam, soms de naam die hij bij zijn troonsbestijging aanneemt, soms een afgekorte naam,
en soms de naam die een buitenlandse machthebber hem geeft.
Jechonia en zijn broers7
Mattheüs vermeldt dat Josia Jechonia verwekte “en zijn broers”.
Deze Jechonia heet Jojakim in 1 Kronieken 3: 158, maar blijkt Eljakim te heten op het moment dat
de Egyptische koning Necho zijn naam verandert in Jojakim9.
Hij heeft dus drie namen: Jechonia, Eljakim en Jojakim.
Jechonia/Jojakim krijgt twee zonen: Jechonia en Zedekia10.
Dit maakt duidelijk dat de zoon Jechonia (met slechts één broer) een andere persoon is dan
zijn vader Jechonia (met meerdere broers). Hiermee is vraag 2 beantwoord.
Deze zoon Jechonia komen we tegen in Mattheüs 1: 12.
Jechonia11
Als Jechonia koning wordt heeft hij kennelijk de naam Jojakin aangenomen, een naam die sprekend lijkt op
die van zijn vader.
In die tijd is de macht van Egypte gebroken en heeft Babel de alleenheerschappij12.
Dat is een belangrijk gegeven, want Mattheüs beschrijft de nakomelingen van Jechonia ná de wegvoering naar Babel.
Wat is het bijzondere van deze koning Jechonia/Jojakin?
Hij is 18 jaar oud als hij naar Babel wordt weggevoerd “met zijn moeder, zijn vrouwen, zijn dienaren,
zijn vorsten en zijn hovelingen”13.
De uitvoerige beschrijving van het gezelschap maakt duidelijk dat er nog geen zonen waren op het moment van
wegvoeren.
Zijn zonen Assir, Seálthiël, Malkiram, Pedaja, Senassar, Jekamja, Hosama en Nedabja14 worden
dus allemaal in ballingschap geboren.
- Jechonia/Jojakin in het boek Jeremia
Jeremia profeteert rond de wegvoering naar Babel.
In Jeremia 22: 24 - 30 staat een opmerkelijke profetie over Chonia, de zoon van Jojakim, koning van Juda.
HSV en SV vertalen Chonia, NBG heeft Konjahu.
In beide vertalingen gaat het om een afkorting van de naam Jechonia.
Jeremia is de enige die zijn naam afkort (ook in Jeremia 37: 115).
Waarom is niet duidelijk, maar vraag 1 is beantwoord.
Over deze Chonia zegt Jeremia: “schrijf deze man in als kinderloos, … geen van zijn nakomelingen zal
het gelukken om te zitten op de troon van David en weer over Juda te regeren”16.
- Jechonia/Jojakin in het boek Ezechiël
Wanneer Ezechiël een gebeurtenis plaatst in een bepaald jaar, telt hij de jaren vanaf de wegvoering van
Jechonia/Jojakin naar Babel17.
In het 27e jaar profeteert hij dat Nebukadnezar het land Egypte ontvangt als buit, terwijl God
“een hoorn zal doen uitspruiten voor het huis Israëls”18.
Wie is die hoorn?
Kennelijk gaat het om iemand die doet denken aan het begin van het koningschap van David19.
Na 37 jaar wordt Jechonia/Jojakin vrijgelaten, maar blijft aan het hof van Nebukadnezar20. En ook zijn zonen blijven er. De merkwaardige omschrijving “schrijf deze man in als kinderloos” betekent dus niet dat hij geen kinderen zal krijgen, maar dat zij als koningszonen niet op de troon zullen zitten. Daarmee noemt God hem als koning kinderloos.
Seálthiël verwekte Zerubbabel21
De vragen 4 en 5 brengen ons bij twee bijzondere situaties waarin Seálthiël (zoon van Jechonia/Jojakin)
in Babel terecht gekomen is.
Dit is het zogenaamde ‘zwagerhuwelijk’23. Een voorbeeld wordt beschreven in Ruth 4: 1024, waar Boaz de taak op zich neemt om met Ruth te trouwen om de naam van Machlon in stand te houden.
Kennelijk is Seálthiël gestorven zonder kinderen na te laten. Zijn broer Pedaja huwt de weduwe en uit dat huwelijk wordt Zerubbabel geboren. Hij is lijfelijk de zoon van Pedaja, maar is in naam de zoon van Seálthiël en erft daarmee diens rechten op de troon.
Zerubbabel is dus een heel bijzondere persoon, die in beide geslachtsregisters voorkomt.
Ongetwijfeld is hij de hoorn uit de profetie van Ezechiël.
Wanneer na 70 jaar de ballingschap ten einde is en Kores de Pers aan het Joodse volk de mogelijkheid biedt
om terug te gaan naar Jeruzalem, dan is Zerubbabel (samen met Jozua de hogepriester) de leider van de Joden
in Juda.
De profeet Haggaï noemt hem de landvoogd, het hoogste gezag op dat moment.
Hij is geen koning, want de troon van David blijft leeg totdat Christus komt.
Samenvatting
Tussen David en Christus lopen twee lijnen, namelijk via twee zonen van David:
Mattheüs toont de ene lijn via Salomo en Lukas toont de andere lijn via Nathan.
Het bijzondere is dat beide lijnen samenkomen in Zerubbabel, en daarna weer uit elkaar gaan,
de ene naar Jozef (Mattheüs) en de andere naar Maria (Lukas).
Volgens beide evangelisten heeft de Heer Jezus dus recht op de troon van David.
Het bovenstaande overzicht brengt dat in beeld.
Korte aanvulling over Maria in Lukas
Haar naam ontbreekt in het geslachtsregister in Lukas 3: 23 - 38.
Hoe weten we dan zo zeker dat dit de lijn is die uitkomt bij Maria?
Volgens Mattheüs is Jozef de hoofdpersoon rond de geboorte van de Heer Jezus, maar volgens Lukas is dat
nadrukkelijk Maria25.
En als Lukas een andere geslachtslijn volgt dan Mattheüs moet dat wel die van Maria zijn.
Algemeen wordt dan ook aangenomen dat Eli de vader van Maria is, ook al staat Jozefs naam er vermeld26.