Kan ik Christus aannemen?

Een evangelist stond in de zestiger jaren op de boulevard in Katwijk het evangelie te verkondigen. Zeker in die jaren was het een zeer kerkelijk dorp, met nogal wat mensen uit 'zware' kringen. Zij waren opgegroeid met de boodschap: "Het moet je gegeven worden. Het is hoogmoed om te zeggen dat je vrede met God hebt".
In zo'n omgeving deed de evangelist zijn taak, en riep de mensen op om de Heer Jezus aan te nemen als hun persoonlijke Verlosser.
Achteraan stond een rondbuikige visser, en riep over alle hoofden: "Je mag het niet aannemen, het moet je gegeven worden". De evangelist kende zijn Bijbel en antwoordde: "In Prediker staat dat eten en drinken een gave van God is1 , en zo te zien hebt u daar goed gebruik van gemaakt".

Natuurlijk is het geloof een gave van God2, van wie anders? Elke goede gave (ook eten en drinken) komt van boven3. Maar wij moeten dat wél aannemen!

Met eten en drinken tobben we er niet over. Maar we gaan ineens moeilijk doen over het aannemen van de Heer Jezus? Dat is niet konsekwent. Bovendien staat het duidelijk in de Bijbel4. Er is geen andere manier om gered te worden.
Een drenkeling in het water heeft geen andere keus als hem de reddingsboei wordt toegeworpen. Het is absurd, wanneer hij zich eerst gaat afvragen of die boei wel voor hem bestemd is. Aanpakken!!

Maar hoe neem ik de Heer Jezus aan?

Met een reddingsboei is het duidelijk, en met eten en drinken ook. Dat zie je voor je, en je pakt het. Maar hoe gaat dat met geloof?

Eigenlijk niet veel anders.
Zodra je erkent dat je hulp nodig hebt (omdat je een zondaar bent), laat God je zien dat er een Verlosser voor je klaar staat: de Heer Jezus Christus. Van Hem lees je dat Hij in jouw plaats is gestorven5 en het allemaal in orde heeft gemaakt tussen jou en God. Hij is de Zoon van God, die jou heeft liefgehad en zichzelf voor jou heeft overgegeven6. Accepteer dat. Neem Hem aan als jouw Heer en Heiland!

Voorbeeld:
Een Israëliet kon twee soorten offers brengen, waarop hij zijn handen moest leggen: een brandoffer7 en een zondoffer8. Door die handoplegging maakt hij zich één met dat offerdier.
Bij het zondoffer ging het er om dat zijn zonden overgingen op het dier, dat in zijn plaats moest sterven. Bij het brandoffer was het precies andersom: de volmaaktheid van het dier ging over op de offeraar.

Als ik de Heer Jezus aanneem, leg ik eigenlijk mijn handen op Hem.
Hij is het ware zondoffer.
Als ik mijn zonden belijd, maak ik mij één met Hem en erken ik dat Hij voor mij tot zonde is gemaakt, en dat al mijn zonden op Hem terecht zijn gekomen. Hij heeft het oordeel daarover ondergaan en ik word gered.
Hij is ook het ware brandoffer.
Nu raak ik niet iets ellendigs kwijt, maar ik krijg iets moois. Zijn volmaaktheid gaat op mij over. God ziet mij niet langer meer in mijn zondige staat, maar als 'overkleed' met de Heer Jezus. God bekijkt mij vanaf nu in Zijn geliefde Zoon9.

Het zal best wat tijd kosten voordat dit een beetje doordringt, maar dit is ontzettend waardevol.


Gaat het soms niet té makkelijk?

Daar lijkt het inderdaad wel eens op.
Er is oppervlakkige evangelieprediking. Het valt daarbij op dat men meer spreekt over 'Jezus' dan over 'Heer Jezus', terwijl elke christen Zijn gezag toch zou moeten erkennen door Hem 'Heer' te noemen10.
In zo'n prediking wordt de Heer soms neergezet als 'medicijn' tegen allerlei kwalen. Ben je depressief? Neem Jezus aan. Kom je niet van de drugs af? Neem Jezus aan.
Zo werkt het natuurlijk niet.
Eerst zul je je als zondaar moeten neerbuigen bij het kruis van de Heer Jezus. Daarna kan God iets bij jou beginnen, vaak via mensen die Hij daarvoor bekwaam gemaakt heeft.

Meelezen

1
Prediker 3: 13
Als iemand eet en drinkt en het goede geniet bij al zijn zwoegen, dan is dat een gave Gods.
2
Efeze 2: 8
Uit genade bent u behouden, door het geloof; en dat niet uit u, het is de gave van God.
3
Jakobus 1: 17
Elk goede gave, en elk volmaakt geschenk daalt van boven neer, van de Vader der lichten.
4
Johannes 1: 12
Allen die Hem hebben aangenomen, hun gaf Hij het recht kinderen van God te worden.
5
1 Petrus 3: 18
Christus heeft eenmaal voor de zonden geleden, de Rechtvaardige voor de onrechtvaardigen.
6
Galaten 2: 20
De Zoon van God, die mij heeft liefgehad en zichzelf voor mij heeft overgegeven.
7
Leviticus 1: 4
Hij zal zijn hand op de kop van het brandoffer leggen; zo zal het, hem ten goede, welgevallig zijn, om over hem verzoening te doen.
8
Leviticus 4: 4, 15, 24, 29, 33
hij zal zijn hand op de kop van het zondoffer leggen
9
Efeze 1: 6
Hij heeft ons aangenaam gemaakt in de Geliefde.
10
1 Korinthe 12: 3
niemand zegt Heer Jezus dan door de Heilige Geest.