Maar ik voel niets!

"Die Paulus had tenminste een echte bekering1. Gewoon flink door God bij de lurven gepakt, op de grond gesmeten. Dat was tenminste duidelijk. Had ik maar zo'n bekering. Een radicale omkeer. Dan wist ik het zeker!"

Je bent niet de enige die graag uit de goot tot bekering komt. Toch ben je 'helaas' niet in de goot terecht gekomen, en ben je gewoon opgegroeid in een gezin waar ze God dienen en de Bijbel lezen. Wil je dan eerst alles overboord gooien, zodat God je een Paulus-bekering kan geven?

Er zijn ook mensen op een andere manier tot geloof gekomen. Wat vind je van Timotheüs? Gewoon een gelovige oma en een gelovige moeder2. Het ging eigenlijk vanzelf. In ieder geval niet zo robuust als bij Paulus, want de Bijbel zegt er niets van(3). Zijn bekeringsverhaal kennen we niet eens.

In het algemeen zijn bekeringsverhalen niet zo nuttig. Het is geen toeval dat we ze in de Bijbel nauwelijks tegenkomen. En het is al helemaal geen voorwaarde dat elk kind van God een Paulus-achtige bekering moet hebben, of heel precies datum en tijd van de bekering moet kunnen noemen.
Waar het op aan komt, is dat iemand God gaat geloven. Bij de één gaat dat vrij radicaal, maar bij de ander meer geleidelijk.

Daarmee komen we op de juiste volgorde: eerst geloof en daarna gevoel.
Gevoel (blijdschap) is belangrijk en hoort zeker bij het christelijk geloof4, maar is absoluut geen voorwaarde. Veel christenen gebruiken het als een soort thermometer: blij? okay, dan zit het dus goed; niet blij? oh, dan was mijn bekering zeker niet echt.
Zo werkt het gelukkig niet.
De eerste keer dat ik oprecht mijn zonden belijd en Gods genade aanneem, ben ik een kind van God geworden. Niet omdat ik dat voel, maar omdat God dat zegt.
Zo gaat dat toch ook in een gewoon gezin? Voelt een kind altijd wie de ouders zijn? En als het dat even niet voelt, is het dan geen kind meer van die ouders?

Voorbeeld:
In de laatste nacht voordat Israël uit Egypte vertrekt, gaat de engel van God langs alle huizen om de oudste zoon te doden5. De Israëlieten moeten in die nacht een lam slachten en dat bloed op de deurposten aanbrengen. "Als Ik het bloed zie, zal Ik voorbijgaan", had God gezegd6..

In beide huizen brengt de vader het bloed aan bij de deur, en kijkt zijn oudste zoon toe. De jongen in huis A is bezorgd, en vraagt: "vader, zal die engel mij echt niet doden?". De jongen in huis B is rustig, en zegt: "vader, wat fijn dat ik blijf leven omdat dat lammetje is gestorven".
Vraag: welke jongen is het meest veilig? Antwoord: allebei even veilig, want dat hangt alleen af van het bloed.
Vraag: welke jongen voelt zich blij? Antwoord: jongen B, want hij geloofd wat God gezegd heeft.

Mijn redding hangt niet af van mijn gevoel, maar uitsluitend en alleen van het bloed van de Heer Jezus. Geloof dat!

Meelezen

1
Handelingen 9: 1 - 19
2
2 Timotheüs 1: 5
... het ongeveinsd geloof in jou, dat eerst gewoond heeft in je grootmoeder Loïs en in je moeder Eunice,
3
Handelingen 16: 1, 2
Hij kwam in Derbe en in Lystra. En zie, daar was een discipel, genaamd Timotheüs.
4
1 Johannes 1: 4
Deze dingen schrijven wij u, opdat onze blijdschap volkomen is.
5
Exodus 12: 1 - 29
6
Exodus 12: 13