Maar ik zondig nog steeds!

Dat is inderdaad jammer, maar het bewijst hooguit dat je een slecht kind van God bent, en het is nog altijd beter om een slecht kind van God te zijn dan om helemaal geen kind van God te zijn.
Een ongelovige, dus iemand die geen kind van God is, maakt zich echt geen zorgen over zijn zonden. Daar kijkt hij niet raar van op. Het is nu eenmaal zijn natuur.
Een gelovige heeft weliswaar een nieuwe natuur gekregen, maar komt tot de ontdekking dat hij zijn oude (zondige) natuur nog steeds heeft. En die ontdekking kan veel strijd opleveren, een strijd die beschreven wordt in Romeinen 7.

Romeinen 7

Paulus vertelt in de ik -stijl heel nauwkeurig hoe een bekeerd persoon ontdekt dat hij nog steeds onder de macht van de zonde is.
Is dit een bekeerd persoon? Zeker weten! Geen ongelovige zegt, dat hij zich verlustigt in de wet van God naar de innerlijke mens1. Dat is de taal van een bekeerde ziel.
Dat moeten we dus goed vasthouden!

Het probleem van ik is echter dat hij continue kijkt naar zonden van ik . Ik probeert er van alles aan te doen. Ik concentreert zich op het doen van het goede, want dat wil ik zo graag. Ik wil helemaal geen verkeerde dingen meer doen, want daar heeft ik een grondige hekel aan. Ik wil blij en gelukkig zijn en vrede met God hebben.
Maar dat lukt helemaal niet! Het gaat steeds opnieuw fout. Ik doet alleen maar het tegenovergestelde van wat ik wil. Niet het goede, maar het verkeerde doet ik .
Het is om gek van te worden ! Hopeloos !!2

De naam van ik is in rood geschreven. Dat laat nog duidelijker zien wat hij níet ziet, namelijk dat God heel anders tegen hem aankijkt dan dat hij dat zelf doet. Hij is bekeerd, en dan ziet God hem achter het bloed van Zijn Zoon!
Zodra hij dat zelf ook ziet, komt er een enorme verandering: "Ik dank God door Jezus Christus, onze Heer!"3. Hij hoeft helemaal niets meer te doen. Sterker nog: hij kán niets aan zijn verlossing toevoegen.
Elke gelovige, die dat ontdekt, wordt bevrijd van het juk van de zonde en de wet.
Dat levert de vrijheid op van Romeinen 8!

Romeinen 8

Zodra ik zie, dat de Heer Jezus alles heeft volbracht, en dat ik niets anders hoef te doen dan Hem in geloof te aanvaarden als mijn Heiland, begint er een grote verandering.
In Romeinen 7 is ik de hoofdpersoon en lezen we niets over blijdschap en over de Heilige Geest.
In Romeinen 8 is het precies andersom. Daar gaat het om Gods werk in mijn leven. Ik verdwijn naar de achtergrond, en de Geest van God gaat werken.
Vandaar dat dit hoofdstuk vol staat over God, Zijn Zoon en het werk van Gods Geest. Zijn werk zorgt er voor dat ik steeds meer ga lijken op de Heer Jezus. Eigenlijk is dat het hele doel van mijn christenleven4.


... Paulus zegt toch zelf: Ik, ellendig mens?

Dus het is toch helemaal niet vreemd, dat ik dat ook zo voel?

Het is de vraag of Paulus het in Romeinen 7 over zichzelf heeft.
Er zijn genoeg teksten in de brief aan de Romeinen5, en in de rest van het Nieuwe Testament, waar hij duidelijk schrijft over de zekerheid van het geloof. Dat laat aan duidelijkheid niets te wensen over. Geen spoor van twijfel!
Zou het dan echt zo zijn, dat hij hier spreekt over zijn eigen twijfel, alsof dat nog steeds een strijdpunt voor hem zou zijn? En dat terwijl er verder geen enkele andere Bijbeltekst is die zo'n opvatting zou ondersteunen?
Nee, naar onze stellige overtuiging beschrijft Paulus deze strijd vanuit de ik -persoon, zoals wel meer auteurs deze stijl gebruiken. Wellicht is het de bedoeling van Paulus geweest om op die manier heel dicht naar zijn lezers toe te komen (ook naar jou), om te zeggen dat dit een normaal verschijnsel is na je bekering. Maar ook om te zeggen dat het zeker niet zo moet blijven.
Het christenleven is een leven in de vrijheid van de Geest, en niet in de ketenen van de zonde.

Meelezen

1
Romeinen 7: 22
Want ik verlustig mij in de wet van God naar de innerlijke mens;
2
Romeinen 7: 24
Ik, ellendig mens, wie zal mij verlossen uit het lichaam van de dood?
3
Romeinen 7: 25
4
Romeinen 8: 29
Want die Hij te voren gekend heeft, heeft Hij ook te voren bestemd om aan het beeld van Zijn Zoon gelijkvormig te zijn
5
Romeinen 3: 24
Romeinen 5: 1, 2
Romeinen 8: 1
Romeinen 8: 39