Het volmaakte

Profetieën en kennis zullen te niet gedaan worden wanneer het volmaakte gekomen is; en talen zullen ophouden1.
Deze verzen leveren best veel vragen op over deze bedieningen en over 'het volmaakte'. Toch moeten we uit de samenhang kunnen opmaken wat Paulus zou kunnen bedoelen.
De samenhang is trouwens voor élk Bijbelvers belangrijk.

1 Korinthe 12

Paulus legt uit dat er een grote verscheidenheid is in het functioneren van gelovigen, of het nu gaat om hoeveelheid genade, of bedieningen, of werkingen. Eén en dezelfde Geest deelt afzonderlijk aan ieder uit zoals Hij wil2. Hij vergelijkt dit met een lichaam waarin elk lid een unieke taak heeft3.
Maar er is een uitnemendere weg4, één die bij elke individuele gelovige hetzelfde is en dat is de liefde. Die liefde van God heeft elke gelovige in overvloed5, en moet hét motief zijn in elke dienst.

1 Korinthe 13

Dit principe van de liefde werkt Paulus nu uit. Hij relativeert het nut van bedieningen in vergelijking met geloof, hoop en liefde. Zelfs de grootste bediening is zinloos als de liefde niet het zuivere motief is.
Laten we het hoofdstuk eerst eens globaal doornemen.

Vers 1-7
De liefde heeft een paar kenmerken wél en anderen juist níet. Samen vormen zij eigenlijk een prachtig portret van de Heer Jezus. Bij Hem is de liefde volmaakt. Een gelovige hoort op Hem te lijken, ongeacht de bediening die hij gekregen heeft.

Vers 8
De liefde vergaat nooit, maar profetieën, talen en kennis zijn bedieningen met een beperkte tijdsduur. Een profetie kán gaan over iets toekomstigs, maar het is in het algemeen een woord tot opbouw, vermaning en vertroosting6. Een woord van kennis is iets dat we geleerd hebben en mogen doorgeven. Profetieën en kennis zullen te niet gaan, d.w.z. die zullen hun functie verliezen wanneer het volmaakte gekomen is. Talen zullen ophouden.

Vers 9-10
Een tweede beperking is: wij kennen en profeteren ten dele (= een deel van het grotere geheel). Onze uitleg of onze boodschap kan in principe een heel goed begrip van een deel van Gods gedachten zijn, maar we kunnen nooit het geheel overzien. Deze bedieningen hebben dus ook een beperkt blikveld.
Tijdens een wandeling kunnen we bijvoorbeeld elk detail onderweg zien, maar via een drone krijgen we zicht op de omgeving waarin we ons bevinden.
Ook die beperking verdwijnt zodra het volmaakte is gekomen.

Vers 11-127
Zodra iemand volwassen is geworden, spreekt en overlegt hij niet meer als een kind. Dat stadium is afgelegd (letterlijk: ‘te niet gedaan’ als in vers 8). Paulus vergelijkt het kind-zijn en het man-zijn met een andere situatie, namelijk met nu (= op dit moment) en straks:
- nu kijk ik wazig (letterlijk: ‘in raadsels’), straks van aangezicht tot aangezicht
- nu ken ik ten dele, straks ken ik zoals ik gekend ben.
Nu heb ik nog veel vragen en is ook mijn dienst beperkt (ten dele). Maar zó zeker als een kind ooit een volwassene wordt, zó zeker zal ik van aangezicht tot aangezicht zien en zullen mijn beperkingen opgeheven zijn.
Paulus verwijst hier waarschijnlijk naar Numeri 12: 6 - 88. God vergelijkt daar een willekeurige profeet met Mozes. Tegen een profeet spreekt God in een gezicht en in raadsels, maar Mozes ‘aanschouwt de gestalte van de Heer’ en tegen hem spreekt Hij duidelijk. Zo’n profeet is een kind in vergelijking met de volwassen Mozes (in de taal van Paulus).

Vers 139
Nu (= op dit moment) is er één grote zekerheid: geloof, hoop, liefde blijft (= woont). Het is alsof Paulus deze drie presenteert als één geheel, dat ononderbroken en compleet bij ons zal zijn, zolang het volmaakte nog niet gekomen is. Zodra het volmaakte gekomen is, wordt het geloof verwisseld door aanschouwen10 en is onze hoop vervangen door zien11. Maar één ding houdt nooit op, ook niet wanneer het volmaakte gekomen is, en dat is de liefde.
Daarom is dát de meeste van deze drie.

Opmerkingen

Het volmaakte

Uit zijn betoog blijkt dat het volmaakte betrekking heeft op de situatie straks, wanneer we bij de Heer zijn. Dan heeft profetie zijn functie verloren, want we hoeven dan niet meer opgebouwd, vermaand of vertroost te worden. Dan kennen we zoals we gekend zijn, d.w.z. wij gaan alle dingen (inclusief onszelf) zien door de ogen van de Heer.
Daarom ziet Johannes ons in de toekomstige heerlijkheid als oudsten, dus als volwassen gelovigen hun taken als priesters en koningen prima kunnen uitvoeren (Openbaring 4 - 5).

Sommigen denken bij het volmaakte aan het moment dat het Woord van God compleet geworden is, soms met een verwijzing naar ‘voleindigd’12. Paulus zegt daar echter niet dat hij de Bijbelse canon heeft voltooid, maar dat hij als Gods rentmeester Zijn gedachten en verborgenheden over de gemeente helemaal mocht openbaren.
Maar ook met de voltooiing van de canon is het volmaakte niet gekomen, want nog steeds kennen wij ten dele13.
De gedachte om de komst van het volmaakte in het vroege christendom te plaatsen is vaak een poging om te ‘bewijzen’ dat het spreken in talen toen al is opgehouden.
Dat kan men echter uit dit betoog van Paulus niet concluderen.

Talen en profetie (1 Korinthe 14)

De vraag blijft waarom talen ophouden (en wanneer dan?), en waarom profetieën en kennis te niet gaan; en ook waarom talen in vers 8 wél en in vers 9 niet genoemd worden. Wat is de functie van het spreken in talen eigenlijk?

In 1 Korinthe 14 vertelt Paulus meer details over talen. Hij vergelijkt het met profetieën, vooral vanwege het nut in de samenkomst van de gemeente14. Kennelijk was de gemeente in Korinthe nogal onder de indruk van allerlei gaven, in het bijzonder van het spreken in talen. Nadat hij elke bediening heeft gerelativeerd ten opzichte van geloof, hoop en liefde (in 1 Korinthe 13), gaat hij nu talen relativeren ten opzichte van profetie.

Welnu, het nut van talen is voor de gemeente nihil. Men spreekt tot God en bouwt alleen zichzelf op15. Alleen als er een uitlegger is heeft het enig nut. Profetie daarentegen is zeer opbouwend voor de hele gemeente, en zelfs voor een ongelovige die de samenkomst bezoekt16.

Maar wat is dán de bedoeling van talen?
Paulus citeert Jesaja 28: 11-1217. God zegt daar dat Hij het de ongelovige priesters en profeten van Israël kwalijk neemt dat zij een verbond met Egypte hebben gesloten, en dat Hij tot hen zal spreken door middel van Assur, een volk dat een onbekende taal spreekt.
Paulus toont daarmee aan dat talen een téken is. Talen be-teken-en iets voor ongelovigen18.

Wanneer we bedenken dat tekenen vooral bedoeld zijn voor Joden19, én dat Jesaja nadrukkelijk spreekt over 'dit volk', zouden we de conclusie kunnen trekken dat talen vooral een teken is om Joden te overtuigen dat het evangelie ook voor niet-Joden bestemd is.
Paulus noemt het dan ook ronduit kinderlijk om talen zo'n prominente plaats te willen geven in de samenkomsten20.

Profetie en kennis gaan te niet wanneer het volmaakte gekomen is. Daar staat dus een eindmoment bij. Dat ontbreekt bij talen. Daar staat eenvoudig: 'talen zullen ophouden'.

Meer informatie over talen is te vinden in Spreken in talen

Meelezen

1
1 Korinthe 13: 8 - 10
De liefde vergaat nooit; maar hetzij profetieën, zij zullen te niet gedaan worden; hetzij talen, zij zullen ophouden; hetzij kennis, zij zal te niet gedaan worden.
Want wij kennen ten dele en wij profeteren ten dele, maar wanneer het volmaakte is gekomen, zal wat ten dele is, te niet gedaan worden
2
1 Korinthe 12: 11
Maar al deze dingen werkt één en dezelfde Geest, die aan ieder afzonderlijk toedeelt zoals Hij wil.
3
1 Korinthe 12: 27
u bent [het] lichaam van Christus en ieder afzonderlijk leden.
4
1 Korinthe 12: 31
ik wijs u een nog uitnemender weg
5
Romeinen 5: 5
de liefde van God is in onze harten uitgestort
6
1 Korinthe 14: 3
wie profeteert, spreekt voor mensen [tot] opbouwing, vermaning en vertroosting.
7
1 Korinthe 13: 11 - 12
Toen ik een kind was, sprak ik als een kind, dacht ik als een kind, overlegde ik als een kind; nu ik een man geworden ben, heb ik afgedaan met wat van het kind was.
Want wij kijken nu door een spiegel, wazig, maar dan van aangezicht tot aangezicht, nu ken ik ten dele, maar dan zal ik kennen zoals ik ook gekend ben.
8
Numeri 12: 6 - 8
Luister toch naar Mijn woorden! Als iemand onder u een profeet is, maak Ik, de HEERE, Mij door een visioen aan hem bekend, spreek Ik met hem door een droom.
Maar zo doe Ik niet tegenover Mijn dienaar Mozes, die in Mijn hele huis trouw is,
met hem spreek Ik van mond tot mond, ja, zichtbaar, en niet in raadsels. Hij aanschouwt de gestalte van de HEERE.
9
1 Korinthe 13: 13
En nu blijft geloof, hoop, liefde, deze drie; maar de meeste van deze is de liefde
10
2 Korinthe 5: 7
want wij wandelen door geloof, niet door aanschouwen
11
Romeinen 8: 24
Een hoop nu die men ziet, is geen hoop
12
Kolosse 1: 25
waarvan ik een dienaar geworden ben overeenkomstig het rentmeesterschap van God dat mij gegeven is voor u, om het woord van God te voleindigen
13
1 Korinthe 13: 10
maar wanneer het volmaakte is gekomen, zal wat ten dele is, te niet gedaan worden
14
1 Korinthe 14: 5
... opdat de gemeente opbouwing ontvangt.
15
1 Korinthe 14: 2, 4
Want wie in een taal spreekt, spreekt niet voor mensen, maar voor God;
... bouwt zichzelf op
16
1 Korinthe 14: 24
Maar als allen profeteren en er komt een ongelovige of een onkundige binnen, dan wordt hij door allen overtuigd
17
1 Korinthe 14: 21
'Ik zal in andere talen en door andere lippen tot dit volk spreken, en ook zo zullen zij Mij niet horen', zegt [de] Heer
18
1 Korinthe 14: 22
talen zijn dus een teken, niet voor de gelovigen, maar voor de ongelovigen
19
1 Korinthe 1: 22
Immers de Joden begeren tekenen
20
1 Korinthe 14: 20
Broeders, weest geen kinderen in uw overleggingen