Hoge en lage bronnen

Als het volk Israël aan de grens van het beloofde land is aangekomen, stuurt Mozes twaalf verspieders uit om het land te verkennen. Ze komen terug met prachtige vruchten: een grote tros druiven (die ze met twee man moeten tillen !), granaatappelen en vijgen.
Ze beginnen enthousiast te vertellen wat ze allemaal hebben gezien, hoe mooi het land is, maar ook hoe sterk de steden zijn, en dat er zelfs reuzen wonen. Jozua en Kaleb (twee van deze twaalf) proberen het volk er van te overtuigen dat de Heer hen gaat helpen om het hele land te veroveren, maar de andere tien blijven er bij dat het niet gaat lukken vanwege die reuzen.
Die laatste boodschap blijft hangen bij het volk en de moed zinkt hen in de schoenen. God vindt dit ongeloof verschrikkelijk en stuurt hen als straf terug, de woestijn in, 40 jaren lang1.

We lezen niet dat Jozua en Kaleb er moeite mee hebben, wanneer zij weer met dat ongelovige volk terug moeten. Zij vertrouwen op hun God en weten waar hun bronnen liggen. Waar hun hart vol van is, loopt hun mond van over, met name naar hun kinderen.
Zij moeten aan hun kinderen veel verteld hebben over Hebron, en al die andere plekken waar ze als verspieders geweest zijn.
Achsa, de dochter van Kaleb, weet al precies hoe het land er uit ziet, terwijl ze er zelf nog nooit geweest is. Dat blijkt wanneer het volk 40 jaar later het land wél binnen trekt en ieder zijn eigen gebied krijgt, ook Kaleb. Hij geeft daarvan een stuk land aan Achsa. Maar zij weet (uit de verhalen van haar vader) dat er veel méér moet zijn dat het dorre stuk dat hij haar gegeven heeft.
Ze weet dat er hoog- en laaggelegen bronnen moeten zijn En die krijgt ze!2.

Kaleb mag een bemoediging zijn voor elke christen-ouder, die vandaag kinderen heeft op te voeden. Elke christen is regelmatig in de gelegenheid om 'het land te verspieden'. Het beloofde land is voor ons de hemel3, waar nu al heel wat rijkdommen voor ons klaarliggen. Allemaal verbonden met onze Heer Jezus Christus. Wat belangrijk om dat door te geven aan de volgende generatie!
Ja, er zijn ook reuzen, boze machten4, die ons daarvan willen afhouden, en dat lukt hen helaas maar al te vaak. Op allerlei manier worden christenen ontmoedigd en nemen de tijd niet meer om de Bijbel te lezen en om daarin de Heer Jezus beter te leren kennen.
Van wie moeten onze kinderen het dán leren?

Bronnen wijzen op levend water, dat de Heer Jezus graag aan iedereen wil geven die bij Hem komt5, en daar heeft Hij altijd wel een aanleiding voor.
Sommige bronnen liggen hoog. Er zijn hoogtepunten in ons leven, momenten waarop we duidelijk merken dat de Heer ons zegent in ons leven, in het lezen van de Bijbel, in ons gezin, in ons werk, in onze dienst voor Hem, in de gemeente, enz.
Sommige bronnen liggen echter laag. We hebben ook wel eens te maken met gebrokenheid, werkeloosheid, ziekte, pijn, e.d. Maar ook in zo'n situatie staan we er niet alleen voor. Sterker nog: ze vormen voor de Heer een bijzondere aanleiding om ons te bemoedigen.
"Al mijn bronnen zijn in U"6, of het nu hoog- of laaggelegen bronnen zijn.

Meelezen

1
Numeri 13 & 14
2
Richteren 1: 15
'Geef me toch een geschenk waar ik wat aan heb,' antwoordde ze. 'U hebt me dit dorre stuk land gegeven, geef me dan ook bronnen.' Hierop gaf Kaleb haar zowel de hoog- als de laaggelegen bronnen.
3
Efeze 1: 3
Gezegend zij de God en Vader van onze Here Jezus Christus, die ons met allerlei geestelijke zegen in de hemelse gewesten gezegend heeft in Christus.
4
Efeze 6: 12
want wij hebben niet te worstelen tegen bloed en vlees, maar tegen de overheden, tegen de machten, tegen de wereldbeheersers dezer duisternis, tegen de boze geesten in de hemelse gewesten.
5
Johannes 4: 10
Jezus zei tegen haar: 'Als u wist wat God wil geven, en wie het is die u om water vraagt, zou u hém erom vragen en dan zou hij u levend water geven.'
6
Psalm 87: 7
En zij zingen bij reidans:
'Al mijn bronnen zijn in u!'