Hun land is veroverd, hun stad Jeruzalem verwoest, en (het ergste) de tempel van hun God
is afgebrand. Zij horen bij het koningshuis van David en hun namen Hananja, Misaël en
Azarja herinneren aan hun God, de God van Israël.
Maar wat zegt dit, nu ze als ballingen weggevoerd zijn naar Babel?
Ze worden welliswaar geselecteerd voor een bijzondere opleiding, samen met nog enkele andere
prinsen, maar ze krijgen andere namen (die verwijzen naar de goden van Babel) en worden alleen maar
opgeleid om de koning van Babel nog beter te kunnen dienen.1
Het wordt hen aan alle kanten duidelijk gemaakt dat de goden van Babel alle andere goden hebben overwonnen,
inclusief de God van Israël.
Ter ere van deze goden van Babel richt Nebukadnezar een groot gouden beeld op, en hij roept elke regeringsfunctionaris in zijn rijk op om te komen, van hoog tot laag. Ook Sadrach, Mesach en Abednego. Allen dienen te knielen zodra het geluid van de muziek klinkt. Een vurige oven staat klaar om de weigeraar te verbranden.2
Toch zijn er drie weigeraars: Sadrach, Mesach en Abednego.
Zij moeten voor de koning verschijnen, dat wil zeggen: voor de grootste en meest absolute alleenheerser aller
tijden!
En wellicht tot hun eigen verrassing krijgen ze nog een tweede maar laatste kans, en "wie is de god, die u uit
mijn hand zou kunnen bevrijden?".3
Het antwoord van deze drie ballingen bevat twee mogelijkheden:
Wat er ook gebeurt: zij buigen niet voor andere goden!
De rest van het verhaal laat zien dat zij inderdaad onbuigzaam blijven en dat God
die vastberaden houding zegent.
Hadden zij kunnen bedenken dat er Iemand bij hen zou komen lopen, en dat zij uit de oven
zouden komen zonder de geur van vuur?7
In Noord-Korea (en andere landen) zijn vergelijkbare situaties.
Het is geweldig wanneer we merken dat christenen daar net zo standvastig zijn.
Voor ons in Nederland ligt dat anders. Toch kennen we de mogelijkheid
"Maar indien God ons gebed niet beantwoordt"
maar al te goed,
met name in moeilijke situaties als:
Als God ons gebed nou níet gaat verhoren, gaan we dan buigen voor 'de goden' waar
iedereen voor buigt? Gaan we dan menselijke oplossingen zoeken?
Of leggen we onze hand op de beloften in Gods Woord, ook als we er misschien een beetje aan
twijfelen of het God wel gaat lukken?
Eén zo'n belofte is in het Oude Testament8gegeven en in het Nieuwe Testament9herhaald:
"De Heer is mij een helper, ik zal niet vrezen; wat zal een mens mij doen?"