Roept de Wijsheid niet en verheft de Verstandigheid niet haar stem?
Boven op de hoogten aan de weg, daar, waar de paden samenkomen, is zij gaan staan1.
Salomo beschrijft de Wijsheid als een Persoon, die kan roepen en ergens kan gaan staan.
Hij vergelijkt Haar zelfs met een troetelkind, zo'n klein kind dat je op schoot neemt
om het te knuffelen.
Dat kind blijkt er al te zijn voordat er iets geschapen was2.
Niemand weet op dat moment wie de Heer Jezus is, de Zoon van God. Ook Salomo weet dat niet.
Toch is de beschrijving van de Wijsheid in Spreuken 8 zo indrukwekkend, dat het alleen maar
over de Heer Jezus kan gaan.
Híj is die Wijsheid!
De Heer Jezus stelt Zich zó op dat iedereen Hem kan horen, zoals Hij dat ook deed op
de laatste, de grote dag van het loofhuttenfeest3.
Ook vandaag roept Hij: "Komt tot Mij, allen, die vermoeid en belast zijt, en Ik zal u rust
geven"4.
Dankzij het werk op het kruis is er rust voor ieder mens:
Is Hij alleen de Wijsheid omdat Hij in staat is om mijn persoonlijke problemen op te lossen?
Nee. Op zich is dat natuurlijk iets waar ik eeuwig dankbaar voor zal zijn, maar er is meer.
Jesaja schrijft: "Want een Kind is ons geboren, een Zoon is ons gegeven, en de heerschappij rust op zijn
schouder en men noemt hem Wonderbare Raadsman, Sterke God, Eeuwige Vader, Vredevorst."6
Deze profetie zegt dat met de geboorte van de Heer Jezus Iemand gekomen is in Wie God al Zijn
raadbesluiten gaat uitvoeren.
Dat gaat dan in de eerste plaats om het feit dat God aan het volk Israël Zijn beloften gaat
inlossen, die Hij ooit aan Abraham heeft gegeven.
Israël zal het land tussen de Nijl en de Eufraat in bezit krijgen7
, en de Messias ( 'Vredevorst' )
zal zitten op de troon van Zijn vader David8.
En dat terwijl het op dit moment de Messias nog steeds collectief afwijst!
Het pad van het volk Israël ligt vol met momenten, waarin God Zijn volk wonderbaarlijk heeft
geholpen, en dat zal zo blijven. Niet één van Zijn beloften zal Hij moeten laten vallen.
God komt tot Zijn doel met Zijn aardse volk Israël.
Als Paulus dat beschrijft in Rom. 9 - 11 komt hij tot aanbidding, want zo'n plan is door geen mens
te bedenken, laat staat uit te voeren.
Zulke wegen kent God alleen9
.
Als God straks een heel volk tot Zijn doel weet te brengen, zou Hij dat met jou dan niet kunnen?
Ook al zie jij geen enkele mogelijkheid, Hij ziet ze wel.
Hij staat op jouw weg, en het enige dat Hij van jou vraagt is om alles aan Hem over te geven.
Een oud lied zegt:
"Zo zal Hij alles maken, dat g' u verwond'ren moet."