De snelheid van de herder

Een leerzame fietstocht

Na afloop van een Bijbelavond is het heerlijk om in rap tempo naar huis te fietsen. Even lichamelijk flink inspannen en de gedachten de vrije loop laten.
Zo kwam ik onlangs na een paar kilometer langs een dorp, waar juist iemand het fietspad op wilde gaan in dezelfde richting. Toen ik hem voorbijsnelde riep hij: "ga je ook die kant op?" en hij maakte aanstalten om met me op te rijden.
"Ja", zei ik, en ik hield even in, "maar kun je ook tempo rijden?". Toen hij naast me kwam rijden zag ik dat hij een elektrische fiets had. "Geen probleem", zei hij, en schakelde zijn motor in op de hoogste stand. Ontspannen trappend ontwikkelde hij een snelheid die ik maar met moeite kon bijhouden.
Hij keek recht voor zich uit, praatte rustig over van alles, maar had niet in de gaten dat ik moeite had om zowel het tempo als het gesprek te volgen. Na een paar kilometer kwamen we bij het dorp waar hij woonde.
Gelukkig, ik kon weer terug naar mijn eigen tempo..., en ik had weer wat geleerd.

1) een les over mezelf

Ik vond dat ik best goed bezig was in mijn tempo, en in mijn overmoed dacht ik dat die ander dat wellicht niet helemaal zou kunnen volgen.
Daar hebben we op geestelijk gebied ook wel eens last van. We zijn soms best tevreden over eigen prestaties en kijken wat geringschattend neer op anderen (want die twee dingen gaan meestal samen).
Totdat die andere christen ook gebruik gaat maken van de Heilige Geest die in hem of haar woont en tot minstens dezelfde prestaties blijkt te kunnen komen.
Met dank dacht ik al fietsend terug aan Rom. 12: 31.
Maar stel nou, dat die ander dat níet gaat doen, en hij blijft geestelijk gewoon even lui en onvolwassen. Nou, dan blijft altijd nog staan om de ander uitnemender te achten dan mezelf2.

2) een les over mijn reisgenoot

Mijn reisgenoot op de fiets keek niet op of om. Hij had het prima naar zijn zin met zijn snelheid.
Ik heb als christen ook een Reisgenoot, maar bij Hem werkt het (gelukkig) allemaal anders. Mijn Reisgenoot is vooral een Herder, zoals:

  • Jakob.
    Hij let op ieder schaap in de kudde, maar het meest op die kleine lammetjes, want die kunnen nog niet zo snel meekomen. Dat gaat zelfs zó ver, dat Hij het tempo van de hele kudde aanpast aan de kleintjes3.
  • Jozef.
    Als de schenker en de bakker in de gevangenis gedroomd hebben, en zij de volgende morgen hevig bezorgd zijn, dan ziet Jozef het aan hun gezichten, en vraagt vol belangstelling wat er aan de hand is4.
  • Mozes.
    Mozes heeft niet voor niets 40 jaar de kudde van Jetro verzorgd. Als hij het volk Israël mag leiden, kent hij niet alleen de weg, maar weet hij ook dat het volk regelmatig moet rusten5.
  • David en nog vele anderen.

Ze lijken allemaal een beetje op die ene, unieke, grote Herder, onze Heer Jezus Christus. Maar dat niveau halen ze nooit!
Wie anders dan Hij kan naast die twee gaan lopen, die bedroefd op weg zijn naar hun huis in Emmaüs, om gewoon te vragen wat er aan de hand is?
Het resultaat? Als Hij ineens weg is, zeggen ze tegen elkaar: "was ons hart niet brandend in ons toen Hij onderweg tot ons sprak en de Schriften voor ons opende?"6

Zomaar een enkele greep uit het rijke arsenaal van voorbeelden in de Evangelieën, en elk kind van God leert onderweg naar de hemel:
" Jezus Christus blijft dezelfde, gisteren, vandaag en tot in eeuwigheid!"7

Meelezen

1
Romeinen 12: 3
Met een beroep op de genade die mij geschonken is, zeg ik u allen dat u zichzelf niet hoger moet aanslaan dan u kunt verantwoorden, maar verstandig over uzelf moet denken. Denk overeenkomstig het geloof, dat is de maatstaf die God u heeft gegeven.
2
Filippi 2: 3
Handel niet uit geldingsdrang of eigenwaan, maar acht in alle bescheidenheid de ander belangrijker dan uzelf.
3
Genesis 33: 14
Laat mijn heer toch voor zijn dienaar uit trekken, dan zal ik hem op mijn gemak naar Seïr volgen en mij aanpassen aan het tempo van het vee dat ik bij me heb en aan dat van de kinderen.
4
Genesis 40: 6, 7
Toen Jozef de volgende morgen bij hen kwam, viel het hem op dat ze er slecht uitzagen.
'Waarom kijkt u vandaag zo somber?' vroeg hij deze hovelingen van de farao.
5
Exodus 15: 27
Hierna kwamen ze in Elim, een plaats met twaalf waterbronnen en zeventig dadelpalmen. Daar sloegen ze bij het water hun tenten op.
6
Lucas 24: 13 - 32
7
Hebreeën 13: 8