De ontslapenen

Sterven is geen aantrekkelijk onderwerp.
Een mens is geboren om te leven, en de dood past daar niet bij. Toch ontkomt niemand aan dat moment, en het is goed om tijdig passende maatregelen te nemen. Dan gaat het niet over het afsluiten van de juiste begrafenisverzekering, maar over de vraag waar ik na het sterven zal zijn.
Het antwoord op die vraag kan ik op dit moment op zak hebben. Dat antwoord hangt niet af van de vraag of ik elke zondag in de kerk zit, of dat ik gedoopt ben, of dat ik in het dagelijks leven met justitie in aanraking geweest ben, of dat ik voldoende goede werken gedaan heb, en dergelijke.
Nee, dat antwoord hangt af van de vraag of ik mij heb toevertrouwd aan de genade van God.

Wie zijn 'de ontslapenen'?

Die genade was beschikbaar voor de allereerste zondaar, en is er nog steeds. Ieder, die met belijdenis van zonden en schuld bij God komt, mag rekenen op vergeving1.
Maar dat is niet het enige. De relatie die met God ontstaan is gaat verder dan alleen het ontvangen van vergeving.
Tijdens het leven noemt God zo'n persoon een rechtvaardige. Dat was al het geval bij Abel, die wist dat hij alleen tot God kon komen op grond van de dood van een ander, namelijk van een offerdier2.
Maar ook het sterven wordt anders. Wanneer David sterft, noemt de Bijbel dat 'ontslapen'3, en dat geldt voor elke gelovige. De 'ontslapenen' zijn dus in het algemeen gestorven gelovigen, zowel in het Oude als in het Nieuwe Testament. Het is alsof zij (wat het lichaam betreft) tijdelijk inslapen, want zij weten dat er een opstanding zal volgen4.

Kort samengevat: een ontslapene is een gelovige die na het sterven wacht op de opstanding.

Wanneer staan zij op?

De gelovige ná het kruis en de opstanding van de Heer Jezus is een christen en hoort bij de gemeente van God. Een christen weet véél meer dan een gelovige uit het Oude Testament, ook over dood en opstanding. Hierover heeft Paulus enkele bijzondere openbaringen gekregen, die dus vóór die tijd totaal onbekend waren:

  • wij zullen niet allemaal ontslapen5
  • de ontslapenen gaan voor ons uit de Heer tegemoet6

Een christen kijkt uit naar de komst en de verschijning van de Heer Jezus. Wanneer Hij komt zullen de ontslapen gelovigen (zowel van de gemeente als uit het Oude Testament) opstaan en samen met ons Hem tegemoet gaan in de lucht. Lees meer hierover in Wederkomst van Christus.

Waar zijn 'de ontslapenen' nu?

In Lukas 16: 19 - 31 gunt de Heer ons een blik achter de schermen. Dat blijkt in de eerste plaats omdat er niet bij staat dat het om een gelijkenis gaat, maar vooral omdat een bekend persoon, Abraham, er een belangrijke plaats inneemt. Dat gebeurt in gelijkenissen niet.
We mogen daarom aannemen dat we een blik in de werkelijkheid krijgen, in de omgeving waar iemand komt na het sterven. Die omgeving wordt 'hades' of 'dodenrijk' genoemd.
Dan vallen enkele dingen op:

  • in de hades zijn twee omgevingen, die gescheiden zijn door een onoverbrugbare kloof.
    In de ene omgeving komt Lazarus bij iemand die er al honderden jaren is, Abraham. Daar is troost.
    In de andere omgeving komt de rijke man, en daar is vuur.
  • men is daar heel bewust, zowel in de ene als in de andere omgeving.
    Van een zieleslaap is geen sprake.

De plaats waar Lazarus troost vindt, wordt hier genoemd "de schoot van Abraham", en dat is voor de luisterende farizeeën het hoogst denkbare.
Wanneer de Heer Jezus aan het kruis hangt, gaat Hij een stapje verder. Hij zegt daar tegen de bekeerde boosdoener aan Zijn rechterhand: "Heden zult u met Mij in het paradijs zijn"7. Daarmee vertelt Hij twee nieuwe feiten:

  1. die plaats heeft een naam: het paradijs.
    Kennelijk bedoelt de Heer daarmee dat het om het mooiste plekje in de hemel gaat, zoals het aardse paradijs het mooiste plekje op aarde was.
  2. in die plaats is men bij Hem.
    Dat is ook voor Paulus het aantrekkelijke van de situatie na het sterven: bij de Heer zijn8.

Ontslapen gelovigen wachten dus in het paradijs op de opstanding, om dan samen met ons te gaan naar onze definitieve woonplaats.

Hoe zijn 'de ontslapenen' nu in het paradijs?

Het is voor ons moeilijk voor te stellen hoe mensen na het sterven (en dus zonder lichaam) kunnen zien, kunnen horen, kunnen spreken en in elkaars nabijheid kunnen verkeren. Voor ongelovigen komen daar dorst, hitte en pijn nog eens bij (Lukas 16: 19 - 31).
Voor ons begrip nú, is dat alleen mogelijk via (de zintuigen van) ons lichaam. Toch vertelt de Heer in deze bewoordingen wat zij ervaren zullen. Zij zullen zich dus totaal bewust zijn van hun omgeving.

Het moet dus vreselijk zijn voor ongelovigen in de hades, maar hoe is het voor 'de ontslapenen' in het paradijs?
In 2 Korinthe 12: 1 - 49 beschrijft Paulus hoe hij eens weggevoerd werd in het paradijs. Alleen al over de dingen die hij daar gehóórd heeft, is hij buitengewoon onder de indruk. Het waren woorden die een mens niet mag uitspreken, zó groots, zó verheven! En dan heeft hij het nog niet eens over wat hij gezíen heeft!
Met de gegevens die we over het paradijs hebben, moet Paulus iets gezien hebben van zijn Heer in heerlijkheid en ontslapenen bij Hem. En de woorden, die daar werden gesproken, zijn niet voor ons op aarde. Vanwege deze grootse openbaring krijgt hij een doorn in het vlees, d.w.z. een engel van satan die hem met vuisten slaat10.
Welnu, als zo'n harde maatregel nodig was om Paulus klein te houden, hoe overweldigend moet het paradijs dan zijn.

Dat is de plaats waar gelovigen zijn na het sterven. Daarom is het begraven van een gelovige enerzijds pijnlijk vanwege het tijdelijke afscheid (en die pijn is heel normaal), maar anderzijds een rijke troost om te weten waar hij of zij nu is, wachtend op de opstanding.

Als deze tijdelijke woonplaats, het paradijs, al zó geweldig indrukwekkend is, hoe groots moet onze definitieve woonplaats, het Vaderhuis, dan wel niet zijn?

Meelezen

1
Psalm 130: 4
Maar bij U is vergeving
2
Hebreeën 11: 4
Door het geloof heeft Abel Gode een beter offer gebracht dan Kaïn; hierdoor werd van hem getuigd, dat hij rechtvaardig was, daar God getuigenis gaf aan zijn gaven.
3
Handelingen 13: 36
Want David, als hij in zijn tijd den raad Gods gediend had, is ontslapen, en is bij zijn vaderen gelegd
4
Johannes 11: 24
Martha zeide tot Hem: Ik weet, dat hij opstaan zal in de opstanding ten laatsten dage.
5
1 Korinthe 15: 51
Zie, ik deel u een geheimenis mede. Allen zullen wij niet ontslapen, maar allen zullen wij veranderd worden.
6
1 Thessalonika 4: 16, 17
De Here zelf zal op een teken, bij het roepen van een aartsengel en bij het geklank ener bazuin Gods, nederdalen van de hemel, en zij, die in Christus gestorven zijn, zullen het eerst opstaan;
daarna zullen wij, levenden, die achterbleven, samen met hen op de wolken in een oogwenk weggevoerd worden, de Here tegemoet in de lucht, en zó zullen wij altijd met de Here zijn.
7
Lukas 23: 43
Hij zeide tot hem: Voorwaar, Ik zeg u, heden zult gij met Mij in het paradijs zijn.
8
Filippi 1: 23
Van beide zijden word ik gedrongen: ik verlang heen te gaan en met Christus te zijn, want dit is verreweg het beste.
9
2 Korinthe 12: 1 - 4
Er moet geroemd worden; het dient wel tot niets, maar ik zal komen op gezichten en openbaringen des Heren.
Ik weet van een mens in Christus, veertien jaar is het geleden - of het in het lichaam was, weet ik niet, of dat het buiten het lichaam was, weet ik niet, God weet het - dat die persoon weggevoerd werd tot in de derde hemel.
En ik weet van die persoon - of het in het lichaam of buiten het lichaam was, weet ik niet, God weet het -
dat hij weggevoerd werd naar het paradijs en onuitsprekelijke woorden gehoord heeft, die het een mens niet geoorloofd is uit te spreken.
10
2 Korinthe 12: 6
Daarom is mij, opdat ik mij niet te zeer zou verheffen, een doorn in het vlees gegeven, een engel des satans, om mij met vuisten te slaan, opdat ik mij niet te zeer zou verheffen.