Zijn werken nodig om een gelovige te zijn?

Vraag

Mijn vriend is ook christen, maar probeert mij ervan te overtuigen dat werken minstens zo belangrijk zijn als geloof, omdat Jakobus schrijft dat geloof zonder werken dood is.1
Ik ben ervan overtuigd dat ik gerechtvaardigd ben door geloof alleen, en niet door werken.
Hoe kan ik mijn vriend het beste overtuigen?

Antwoord

Luther ontdekte in de brief aan de Romeinen dat iemand wordt gerechtvaardigd door geloof alleen, en niet door werken van de wet.2 Zijn enthousiasme leidde uiteindelijk tot de Reformatie.
Toen hij later in de brief van Jakobus las dat iemand op grond van werken gerechtvaardigd wordt, en niet alleen op grond van geloof3, noemde hij deze brief 'een strooien brief', m.a.w. 'steek er de kachel maar mee aan'.
Gelukkig heeft hij enige tijd later begrepen dat Paulus en Jakobus elkaar perfect aanvullen.
Paulus beantwoordt de vraag: hoe word ik een gelovige?. Antwoord: alleen door geloof.
Jakobus beantwoordt de vraag: waaruit blijkt dat ik een gelovige ben? Antwoord: alleen uit werken.

Jakobus noemt twee voorbeelden waaruit blijkt hoe geloof en werken samengaan.4

1) Abraham

Toen God hem een lijfelijke zoon beloofde, geloofde Abraham Hem op Zijn Woord.5 Vanwege dát geloof verklaarde God openlijk Abraham tot een rechtvaardige.
Die tekst is zowel voor Paulus6 als voor Jakobus7 de basis waarop een mens gerechtvaardigd wordt. Dat gebeurt door het evangelie aan te nemen en God op Zijn Woord te geloven. Het betekent dat iemand de Heer Jezus aanneemt als Heiland en Heer8, en zich toevertrouwt aan Gods genade. Geen enkel werk kan daaraan iets toevoegen.

Maar waaruit blijkt zijn geloof?
Opnieuw wijst Jakobus op Abraham, wanneer God aan Abraham de opdracht geeft om Hem die zoon van de belofte te offeren. Hij laat er geen enkel misverstand over bestaan wie Hij bedoelt, namelijk “uw enige, die u liefhebt, Izak”.9
Dan blijkt hoe groot zijn geloof is, want "hij heeft overwogen dat God machtig was hem zelfs uit de doden op te wekken".10 Abraham had geen enkele referentie, want God had nog nooit iemand uit de doden opgewekt. Maar Abrahams geloof rekende erop dat God dat zou doen. Izak was immers de zoon van de belofte?

2) Rachab

Rachab nam de verspieders van Israël op en verborg hen op het dak van haar huis onder vlas. Nadat zij de soldaten van de koning had weggestuurd, liet zij hen via een raam de stad verlaten.11 Jakobus noemt deze twee verspieders echter boodschappers, want Rachab en zij brachten elkaar een prachtige boodschap.
Rachab spreekt over “de Here, uw God”12. Dat was voor hén de belofte van Gods trouw.
Daarna vraagt zíj om “een teken van trouw (=betrouwbaarheid)”.13 De boodschappers hadden een scharlaken koord bij zich, en geven het haar als belofte dat de Heer goedertierenheid zal bewijzen aan haar en aan ieder in haar huis.14

Abraham en Rachab waren eenlingen in hun omgeving, maar stonden vast in hun geloof. Zij vertrouwden op de Heer hun God, en Hij zegende dat geloofsvertrouwen. Dát vertrouwen noemt Jakobus 'werken', en dát is het bewijs van hun geloof.
Beiden komen daarom ook voor in de lijst van geloofshelden in Hebreeën 11, stuk voor stuk personen die in geloof op God vertrouwd hebben. Daarin zijn zij ons tot voorbeelden.

Jouw vriend en jij hebben dus allebei gelijk, maar lees onbevangen ook de brief waaruit de ander citeert.

Meelezen

1
Jakobus 2: 26
zoals het lichaam zonder geest dood is, zo is ook het geloof zonder werken dood
2
Romeinen 3: 28
wij stellen vast, dat een mens gerechtvaardigd wordt door geloof, zonder werken van de wet
3
Jakobus 2: 24
u ziet dat een mens op grond van werken gerechtvaardigd wordt en niet alleen op grond van geloof
4
Jakobus 2: 22
u ziet dat het geloof samenwerkte met zijn werken en het geloof uit de werken volmaakt werd
5
Genesis 15: 6
hij geloofde [in] de Here, en Die rekende hem dat tot gerechtigheid
6
Romeinen 4: 3
7
Jakobus 2: 23
8
Johannes 1: 12
allen die Hem hebben aangenomen, hun gaf Hij het recht kinderen van God te worden
9
Genesis 22: 2
neem toch uw zoon, uw enige, die u liefhebt, Izak, ga naar het land Moria, en offer hem daar als brandoffer
10
Hebreeën 11: 18
11
Jozua 2
12
Jozua 2: 10 - 12
wij hebben gehoord dat de Here ...
de Here, uw God, ...
zweer mij bij de Here ...
13
Jozua 2: 12
en geef mij een teken van trouw
14
Jozua 2: 17 - 21