In de laatste lezing in Warffum (22 maart 2008) ging het er over wanneer we elkaar wél te verdragen
hebben als christenen en wanneer niet.
Het werd uitgebeeld in drie vlakken groen-oranje-rood.
In het oranje vlak stond 'echtscheiding en hertrouwen'.
Ik vind dit een heel moeilijk onderwerp.
Vooral hoe wij met mensen die in zo'n situatie zitten om moeten gaan.
Er zijn verschillende situaties in onze omgeving.
Bijvoorbeeld: man en vrouw zijn gescheiden, hebben enige tijd later allebei een nieuwe partner,
kerkeraad vindt het niet goed, maar ze mogen wel aan het avondmaal.
Dat roept zoveel vragen op binnen de kerk en tussen families.
Ik wil zo graag luisteren naar God.
En het laat me sinds die laatste lezing niet los.
Wat moet mijn houding zijn?
Ik ken geen ander onderwerp dat zo pijnlijk, hartverscheurend en
verwoestend is als 'hertrouwen na echtscheiding'. Dat is echtscheiding
op zich ook al, en naar Gods Woord inderdaad onacceptabel, maar er
is tot op zekere hoogte nog mee te leven (ook voor de kinderen)
wanneer het echtpaar niet meer onder één dak met elkaar kan leven,
maar voor enige tijd van tafel en bed gescheiden leeft. En dan met de
bedoeling om zich aan het gebed te wijden, en om daarna weer bij
elkaar te komen1.
Alles wat verder gaat dan dit, is onbijbels.
Toch gaat het in veel gevallen verder, ook onder christenen. En dat
laatste is het meest pijnlijke. Hoe moeten we daarmee omgaan? Jij
beschrijft een situatie van heel dichtbij, en zo zijn er inderdaad vele.
Wat moet onze houding zijn?
Je mag best weten dat ik erg opgezien heb tegen die bewuste lezing in
Warffum. Ik ken de visie van enkele bezoekers,
en zij en ik zitten bepaald niet op dezelfde lijn.
In mijn voorbereiding kwam ik op de gedachte om de 'strijdpunten' te
verdelen over de drie vlakken: groen, oranje en rood.
In het groene vlak komen dan onderwerpen als 'de doop', 'het onderhouden van dagen' en 'eten en
drinken'2.
Daarin moeten we elkaar gewoon verdragen.
In het rode vlak staan bijvoorbeeld 'een sektarisch mens'3
en 'iemand die de leer van Christus niet brengt'4.
Die mogen we niet verdragen.
Ik had 'hertrouwen na echtscheiding' natuurlijk niet kunnen noemen, maar dat vond ik
niet fair, want het is een enorm probleem.
Bij het verdelen over de vlakken zag ik de gezichten voor me van een
aantal bezoekers met een verleden op dit punt, en waarvan ik wist dat
zij dat thema in een ander vlak willen hebben. Toch heb ik naar mijn
overtuiging deze indeling gemaakt, en gezegd: "hertrouwen na echtscheiding ligt in het oranje vlak,
tegen het rode vlak aan".
Een groep bezoekers zou boos kunnen worden omdat het voor hen knal-rood is.
Een andere groep zou huilend weg kunnen lopen omdat zij vinden dat het wel degelijk moet kunnen.
Enzovoorts....
Ik was dan ook best dankbaar dat de Heer Zijn goede hand over ons
gehouden heeft, gezien de reacties.
Wat maakt het voor mij bijna-rood en niet knal-rood?
Naar Gods Woord
is het rood, maar de vraag is, hoe we er in de praktijk mee om hebben
te gaan.
De enige mogelijke weg is 'de weg van de verbrijzeling' (zoals ik die
genoemd heb). De vrouw in Joh.8 weet dat zij het oordeel verdiend heeft,
en zo staat zij met haar beschuldigers bij de Heer. En die beschuldigers
hebben de wet aan hun kant!5
Het trof mij onlangs enorm wat er met Ruth is gebeurd.
De wet verbiedt haar bij het volk Israël te gaan
horen tot in het 10e
geslacht (dus nooit)6
, en toch gaat het gebeuren.
Want wat doet zij? Ze hoopt op iemand "in wiens ogen ik genade zal vinden"7.
En ze vindt die persoon!
Dit schetst een beetje waarom ik de mogelijkheid open laat tot hertrouwen.
Daar hangen 'mitsen en maren' aan, en er moet bijbels pastoraal gesproken
worden, maar als de betreffende persoon hartgrondig en oprecht belijdenis
doet van eigen schuld en alleen maar wil pleiten op Gods genade, dan kan
ik me voorstellen dat God na verloop van tijd een begaanbare weg toont.
God zal dat dan zó duidelijk doen dat ook de omstanders erkennen dat het
Gods weg is, en geen eigen weg. Maar dan zullen ook die omstanders op
Gods genade moeten rekenen, en niet alleen maar aandringen op stenigen,
zoals in Joh.8.
Als ik de situatie goed inschat, die jij beschrijft, dan vermoed ik dat er bij
deze mensen weinig of geen verbrijzeling is, en dat dit een eigen weg is.
Een gewone omgang met hen lijkt me dan ook niet goed mogelijk, terwijl
ik me kan voorstellen dat je de deur voor hen openhoudt om bijvoorbeeld een bijbelstudie
te bezoeken (in de hoop dat Gods Woord bij hen gaat werken).
Op gemeentelijk vlak lijkt het mij onmogelijk om hen enerzijds te vertellen
dat dit huwelijk niet klopt, terwijl zij anderzijds na hun trouwen wel weer
mogen deelnemen aan het avondmaal. Het kan inderdaad niet anders of
dit moet tot grote verdeeldheid leiden. Gemeentelijke tucht is juist bedoeld
om duidelijk aan te geven dat er een grens is overschreden en dat men
terug moet keren.
Je hebt helemaal gelijk dat wij niet in hun hart kunnen kijken, maar toch
worden wij geroepen om op elkaar te letten, en elkaar Gods gedachten
voor te houden8. Als de gemeentelijke tucht gebrekkig functioneert, dan
blijft in ieder geval de vraag staan, hoe persoonlijke omgang verder gaat.
Maar er staat toch dat je na een scheiding niet langer gebonden bent?
Het is altijd belangrijk om goed te lezen wat er staat, zeker in dit geval9.
Paulus beschrijft hier wat er kan gebeuren wanneer in het huwelijk van twee ongelovigen
één van beiden tot geloof komt.
In zo'n situatie kan de ongelovige weglopen.
Het enige wat hij dan zegt, is dat een gelovige man of vrouw niet gebonden (verplicht) is om
de ongelovige partner achterna te gaan.
Hij zegt hier dus niets over:
Deze beide situaties kunnen alleen maar opgelost worden via een bijbels pastorale weg, en dat betekent: Gods aangezicht zoeken, op de knieën en met een open Bijbel.