Wat is 'Zijn hemels koninkrijk'?1
De tweede brief aan Timotheüs is de laatste die Paulus schrijft voordat hij terechtgesteld wordt.
Hij legt hierin rekenschap af van zijn trouw aan Zijn Heer, en roept ook Timotheüs op
om een mens Gods te zijn2, ongeacht de gevolgen.
Het is de houding van ‘een goed soldaat van Jezus Christus’,
die zich alleen bezighoudt om ‘hem te behagen die hem in dienst genomen heeft’.3
Zo’n toegewijd leven is hét kenmerk van een discipel van de Heer Jezus.
Een discipel heeft Hem niet alleen aanvaard als de Heiland Die hem van zonden verlost heeft,
maar ook als de Heer Die het gezag over zijn leven heeft.
Een discipel leeft in de wereld die zijn Heer aan het kruis verworpen heeft.
Daarom roept de Heer elke discipel op om Zijn kruis te dragen4,
d.w.z. om bereid te zijn dezelfde dood te ondergaan als Hij.
Dit is in een notendop de inhoud van het koninkrijk: nú verdragen, stráks met Hem regeren.5
‘Zijn verschijning en Zijn koninkrijk’ worden dan ook in één adem genoemd.6
Zijn verschijning vindt plaats in de nabije toekomst,
het moment waarop Christus Zijn openlijke regering begint, ook wel genoemd het Messiaanse vrederijk.
Dat hangt samen met ‘die dag’ waarop Paulus de kroon der gerechtigheid zal ontvangen7
en met Hem zal verschijnen, samen met ‘allen die in Hem geloofd hebben’.8
Dán zal elke discipel gerechtigheid bewezen worden, met name hem die nú de marteldood is gestorven.
Daarom is het van groot belang om nú ‘het geloof te behouden’.9
Het geloof heeft hier een lidwoord.
Dan gaat het niet zozeer om geloofsvertrouwen, maar om de inhoud van het geloof, dus dat wát geloofd wordt.
Dat zijn niet alleen de bekende geloofswaarheden omtrent Christus, Zijn verzoeningswerk, Zijn opstanding, e.d.,
maar ook het besef om vóór Zijn verschijning alleen Zijn kruis te dragen
en zo behouden te worden voor het hemels koninkrijk van vandaag.
Hier heeft ‘behouden worden’ dan meer de betekenis van ‘bewaard worden’.
Het is opmerkelijk dat Paulus in ons vers schrijft dat ‘de Heer mij zal redden van elk boos werk’,
terwijl er al een doodvonnis over hem is uitgesproken!
Een boos werk is alles wat ons afleidt in het volgen van de Heer, zoals ook Petrus dat heeft moeten leren.10
Die leerschool vormt ons tot een discipel in Zijn hemels koninkrijk.
Het hemels koninkrijk (of: het koninkrijk der hemelen, of: het koninkrijk van God) is niet in de hemel,
maar op aarde.
Zolang het Messiaanse rijk nog niet is aangebroken is het zichtbaar in ons, de discipelen van de Heer.
Dit koninkrijk is niet van deze wereld11 en wordt bestuurd door hemelse principes:
nú volgen we een gekruisigde Heer, stráks delen wij openlijk in Zijn koninklijke heerlijkheid.
Het ‘behouden voor’ of ‘bewaren voor’ doet denken aan het zout dat aan het spijsoffer moest worden toegevoegd.12 Zout heeft een conserverende werking, maar voegt ook smaak toe.13 Het spijsoffer spreekt van het leven van de Heer Jezus, en dient als voorbeeld voor óns leven, waardoor wij ‘welbehaaglijk voor God’ zijn.14
Terecht heeft Paulus opgeroepen: 'Weest mijn navolgers, zoals ik van Christus'.15
Hij is dan ook een passend voorbeeld voor Timotheüs, en voor elke discipel van de Heer Jezus, ook vandaag.